Nieuwe British Library is belichaming van collectief geheugen

Volgens het Engelse blad The architects' journal verdient Colin St John Wilson (1922) op zijn minst een ridderorde voor doorzettingsvermogen. Zesendertig jaar lang heeft de architect aan de British Library gewerkt en het resultaat is nu eindelijk te zien.

Of er een knighthood in zit, is echter de vraag. Wilson werd jarenlang achtervolgd door een denigrerende opmerking van de Prince of Wales, die de bibliotheek als hét voorbeeld gebruikte in zijn strijd tegen moderne architectuur. Tel daar een enorme budgetoverschrijding, gejongleer met programma en locatie, mismanagement in de bouw en een van emoties doordrenkte verhuizing uit de geliefde round readingroom uit het British Museum bij op en je hebt een bouwhistorie waar het gedoe rond Muziektheater en stadhuis in Amsterdam bij verbleekt.

“Het lijkt wel een opleidingscentrum voor de geheime politie”, zei Prince Charles aan het begin van de jaren tachtig spottend over het ontwerp van de British Library. “Eigenlijk is het een vreselijk onderwerp”, verzucht Colin St John Wilson nu. “Hij heeft het gebouw nog steeds niet in het echt gezien. Ongelofelijk. Hij maakte die zeer beledigende opmerkingen en iedere journalist heeft ze sindsdien herhaald. Maar nu het gebouw klaar is, vrees ik voor hem dat hij zijn opmerkingen zal moeten heroverwegen. Ik vermoed dat hij binnen afzienbare tijd zal worden uitgenodigd om de bibliotheek te komen bekijken en dat zal een opzienbarend politiek evenement worden. De prins is een fervent voorstander van klassieke architectuur en hij heeft een grote campagne gelanceerd tegen moderne architectuur. Dit gebouw werd zo'n beetje het archetypische voorbeeld van die kruistocht. Het zal zeer interessant zijn om te zien wat er gebeurt als hij komt.” Op de vraag of Charles de moed heeft om te komen antwoordt Wilson met een glimlach: “Dat zijn uw woorden.”

Charles was niet de enige die het gebouw met kritiek overlaadde. Architectuurcritici noemden het afwisselend brutalistisch en postmodern en één van de Britse tabloids beet zich vast in de aanval. Colin St John Wilson: “De krant wilde het gebouw per se brandmerken. Eerst noemden ze het een 'glass and steel'-monster, zonder dat ze de plannen echt hadden gezien. Vervolgens ontdekten ze dat dat niet klopte en noemden ze het een betonnen monster. Tot ze zagen dat ook dat niet ging en nu is het een bakstenen monster. Ze zijn het niet gaan bekijken, maar het moest en zou een monster zijn. De krant was tegen omdat het zo'n groot publiek project is, omdat er zoveel commotie was over de verhuizing uit de oude ronde leeszaal, omdat Prince Charles er zo tegen fulmineerde en omdat het zoveel geld heeft gekost (ongeveer 1,75 miljard gulden, terwijl aanvankelijk ongeveer 400 miljoen gulden was begroot - red.). Het gebouw heeft echter al die aanvallen doorstaan en is er sterker uitgekomen. Het bewijst hoe belangrijk het project is.”

Tot opluchting van Colin St John Wilson begint de kritiek op het ontwerp langzaamaan te verdampen. Het roodbakstenen complex is groot en monumentaal, maar niet overheersend. Wilson is erin geslaagd een buitengewoon omvangrijk programma onder te brengen in een van binnen rustig, open en elegant ontwerp en een van buiten robuust, maar 'menselijk' ontwerp. In het asymmetrische exterieur - met een klokkentoren als pregnant element - waart de geest van de Scandinavische architectuur nadrukkelijk rond, met de Fin Alvar Aalto als één van de belangrijkste ijkpunten. Er valt zelfs een zweem Dudok te herkennen. Opvallend genoeg blijkt de verwantschap met Aalto ook terug te voeren op het neo-gotische Midland Grand Hotel pal voor het St Pancras Station dat direct naast de bibliotheek staat. Het contrast tussen het rijkgeornamenteerde hotel van George Gilbert Scott uit 1876 en Colin St John Wilsons strakke bakstenen complex zou niet groter kunnen zijn, maar Wilson ziet zelf grote overeenkomsten in mentaliteit.

“Het St Pancras-station is een voorbeeld van de English Free School aan het eind van de vorige eeuw. Dat was het enige moment in de geschiedenis dat een Engelse beweging internationaal betekenis had. Eerst sloegen de ideeën ervan over naar Amerika, waar ze opgepikt werden door onder anderen Frank Lloyd Wright en vervolgens kwamen ze via een lezing die Wright in Duitsland gaf, weer terug naar Europa. Die lezing beïnvloedde architecten in Nederland, Duitsland en Scandinavië. Onder hen ook de Fin Alvar Aalto die voor mij weer erg belangrijk is.”

“Wat de English Free School probeerde te doen - het woord organisch is in dit verband belangrijk - was zoeken naar een architectuur die flexibel genoeg was om met een geheel nieuwe categorie gebouwen om te gaan die in de negentiende eeuw ontstond: grote bestuurlijke gebouwen, treinstations, musea, bibliotheken, industriële gebouwen, ziekenhuizen. De architecten begonnen hun inspiratie te halen uit de manier waarop een gebouw wordt gebruikt en niet meer uit vormprincipes alleen.”

Die mentaliteit probeert Wilson voort te zetten in de British Library. “De bibliotheek kent feitelijk twee secties: Humanities en Science, die heel verschillend gebruit, worden. De leeszalen van 'Humanities' zijn vrijwel geheel gevuld met lezers die er vaak de hele dag, iedere dag, maand na maand, zitten. De boeken zitten weggestopt in depots. Daglicht is daarom bij 'Humanities' heel belangrijk. Dankzij een speciaal bovenlicht dringt het door tot diep in het hart van de leeszaal. Bij 'Science' is het precies andersom. Hier staat veel materiaal op zaal met de naslagwerken op grijpafstand, zodat er veel minder daglicht in mag vallen. Bovendien zijn de lezers in het 'science'-deel vaak korte termijn bezoekers, die maar een paar uur blijven om iets op te zoeken. Zowel fysiek als conceptueel is er dus sprake van een complete asymmetrie tussen de twee afdelingen. Ze zijn ieder in een eigen vleugel ondergebracht die onder een kleine hoek ten opzichte van elkaar staan, met verbindende gangen en een grote open centrale hal daartussen.”

Colin St John Wilson steekt zijn bewondering voor andere architecten niet onder stoelen of banken. Doelbewust strooit hij in zijn ontwerp met architectonische citaten. Le Corbusier, Charles Rennie Mackintosh, het stadhuis van Stockholm, de Beurs van Berlage, de verwijzingen zijn talrijk. Zou je Wilson daarmee eclectisch kunnen noemen? “Ik zou dat woord liever niet gebruiken”, repliceert hij. “Ik zie een bibliotheek als een collectief geheugen dat vol zit met citaten en toespelingen. Vandaar dat ik het wezenlijk vind om van het gebouw de belichaming van dat geheugen te maken. Dat is iets anders dan eclecticisme. Her en der sluit ik citaten in. Of het nu Le Corbusier, Aalto of wie dan ook is. Niet omdat ik het stilistisch nu zo hard nodig heb, maar omdat ik dit als een hal van herinnering zie. Het moet daarom ook architectonische archetypes weerspiegelen. Zo is de terras-achtige opbouw van het interieur bijvoorbeeld weer ontleend aan het motief van de Hangende Tuinen in Babylon.”

Eén archetype springt er als vreemde eend in de bijt uit. Direct achter de entree rijst een zwarte doos van glas en staal op, onmiskenbaar een verwijzing naar Mies van der Rohe. Het strenge minimalisme valt op in de verder zo humane architectuur die het oog en de tastzin kietelt. Je zou Mies van buitenaf gezien ook totaal niet verwachten. “Nee”, gniffelt Wilson een beetje, “maar aan de andere kant is het een 'magic box' en dat past bij de Kings Library die erin is ondergebracht. In de zeventiende eeuw stelde George III de verzameling samen en hij bepaalde dat de collectie na zijn dood voor iedereen toegankelijk moest zijn. De betekenis ervan is enorm groot.”

“Aan de voet van de zwarte doos heb ik zwart marmer gelegd, zodat de vorm weerspiegeld wordt en het lijkt alsof dit bouwdeel tot diep in de kelder doordringt. Het is voor het eerst dat ik zo van optische illusie gebruik heb gemaakt. Ik wilde een architectonisch statement maken, zodat het lijkt alsof de rijkdommen van de bibliotheek zich in een enorme grot bevinden en deze zwarte doos daar uit oprijst.”

“De boeken in de King's Library hebben prachtige lederen ruggen. Ik heb de boekenkasten zo ontworpen dat die ruggen bijna tegen het getinte glas aan staan, zodat je ze van buiten ziet. Als een bibliothecaris een boek wil pakken, moet hij de kast naar voren halen om erbij te kunnen. Toch is het niet zo maar alleen een mooie verzameling boeken die te pronk staat, de naslagwerken worden vrij intensief gebruikt. En dat bevalt me wel. Het is een hard werkend monument.”

Voor velen zal het een verrassing zijn dat Colin St John Wilson de British Library ontwierp. De namen van high tech-architecten als Norman Foster en Richard Rogers liggen meer voor de hand. De opdracht werd echter al in 1970 vergeven en toen had Wilson al een aantal uitbreidingen voor Universiteitscomplexen gemaakt in de stijl van Aalto en Louis Kahn. Foster en Rogers kwamen in die jaren nog maar net kijken. Hoe ziet Wilson zelf zijn positie binnen de Engelse architectuur? “Ik geef al sinds veertig jaar les in Cambridge, dus er lopen heel veel studenten van mij rond. Maar het is een interessant discussiepunt. Ik behoor duidelijk niet tot de high-tech en ook niet tot de classicisten. Ik denk dat ik een centrale positie in neem. De prioriteit die bijvoorbeeld Foster en Rogers aan de techniek geven deel ik niet. Aalto heeft dat ooit prachtig gezegd. Het is fout om de techniek danwel de stijl prioriteit te geven. Alleen wanneer de mens centraal staat krijg je goede architectuur. En daar ben ik het helemaal mee eens. Het is heel duidelijk dat mensen van dit gebouw genieten. Ze komen naar me toe en schudden mijn hand. Omdat het de mens als uitgangspunt neemt: patronen van gebruik, menselijk gedrag, lichaamstaal. De technologie komt pas later en blijft meer verborgen.”

Het humane aspect van de architectuur blijft steeds terugkomen in het gesprek met Colin St John Wilson. Starend uit een erker-vormig raam in de gevel aan de kant van het St Pancras Station mijmert de architect over de toekomstige ontwikkeling van het gebied rond zijn bibliotheek en hoe die de kracht het gebouw nog verder zal versterken. “Achter St Pancras moet de nieuwe aankomsthal van de tunneltrein komen. Ik zou het fantastisch vinden als die er komt. Niet alleen door de interessante stedenbouwkundige effecten, maar het zou de buurt ook een enorme impuls geven. En ik zie het al voor me: jongen ontmoet meisje uit Parijs op het voorplein van de bibliotheek. Toen we naar deze locatie verhuisden hadden we niet kunnen voorspelen dat dat ooit mogelijk zou worden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden