nieuwe boeken

In Trouw werd Anker aangeduid als een dichter die geobsedeerd is door ’de nachtzijde van het leven, het mistige, dreigende karakter ervan’, maar zijn nieuwe bundel bestaat uit ouderwets on-ironische liefdespoëzie, en bevat zulke sterke regels als: „Kijk me niet aan, want ik val in je ogen weg / drijf af in de zee die me omgeslagen wordt.”

Verzameling ’ollekebollekes’ een versvorm die drs.P in de jaren zeventig introduceerde, en die hij zelf als geen ander beheerst. Series over wereldliteratuur, componisten, stukjes geschiedenis en wat niet al.

Debutant Del Canho verplaatst zich in een Amsterdamse eendagsvlieg. „Amsterdam 6.00 uur. // Het was nog vroeg, een dag in mei / de zon stond glurend op / Met tere stralen warmde zij / De Westertorenkop.”

Heytze, sinds kort de officiële stadsdichter van Utrecht, dichtte voordien ook al veel over zijn stad, zoals deze bundel bewijst. We vinden er gedichten over de Amelisweerd, over Neude (’dit is geen plein, dit is een gapend gat’), en Hoog Catharijne. Grotendeels eerder verschenen in het AD Utrechts Nieuwsblad.

Deze liederencyclus geeft de slachtoffers van de Watersnoodramp van 1953 een stem. Zoals Hubertus (59) uit St. Annaland. „Een golf smeet mij tegen de kant / de weg waarop ik zo vaak. Ik zag / de benen nog van ik weet niet wie / daarna niets meer (...). De cyclus werd op muziek gezet door Christyan Blaha en zal mei 2009 worden vertolkt in de grote kerk van Veere.

Over Hirsch’ bundel ’familieziek’ (2006) schreef Peter de Boer dat de dichter zich soms te veel verloor in ongein: zonde van zijn talent. Minder ongein vind je in deze bundel, waarin opnieuw verwezen wordt naar Hirsch’ vader en diens oorlogstrauma's: „in het nieuw te bouwen huis wenst / vader een raam in de badkamer // vanwege gas // hulp is op z'n plaats alleen / vindt vader geen vluchtweg.”

In al het werk van deze dichteres speelt herinnering aan haar kinderjaren een belangrijke rol. Ze weet die steeds overtuigend op te roepen. Een moeder, grootmoeder en een zusje dat zegt: „We gaan een opstel schrijven. De titel van het opstel is: Later als ik ben getrouwd.” waarop de ik-figuur, haar zusje antwoordt: „Ik moet een tien hebben, (..) ik heb geen fout!”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden