nieuwe boeken poëzie

De gedichtendagbundel is dit jaar tweetalig, want geschreven in het Afrikaans, en vertaald in het Nederlands. Warmbloedige, sterke, indringende poëzie, zoals van deze grote dichteres te verwachten valt, met als rode draad de vermenging van het ik en het jij, van liefde en verknoping. Krog opent met een regel van Hugo Claus, waar haar eigen poëzie wel verwant mee is, getuige zo’n regel: „jy kom my omhaal / aan die anderkant van die wereld / jou roep hoor ek bibbernagblou (...)”

„Ik dank u, mijn taal, omdat ik dagelijks in uw sleetse laarzen / door de straten van Babel mag dwalen (...)”. Behalve een geliefd romancier (recentelijk verscheen ’Godenslaap’), is Mortier ook dichter, en niet één van de minsten. Ook uit zijn poëzie blijkt een hang naar het verleden, hij spreekt bijvoorbeeld van ’moederlijke muren’, van het oude (deels van religie en traditie doortrokken) Vlaanderen, wat niet wil zeggen dat zijn poëzie traditioneel van vorm is.

Jonge dichters (sommigen nog heel onbekend) reageren in deze bundel op een poëtisch ’meesterwerk’ uit de canon van de Nederlandse poëzie. Zo reageert de samensteller op een gedicht van Vaandrager (’A foggy day in Rotterdam’) en Alexis de Roode op H. Marsmans ’Herinnering aan Holland’. Zijn reactie begint aldus: „Denkend aan Holland / zie ik asfaltrivieren / vlak langs de holle / stadsrand gaan.”

Claudius Claudianus was een Egyptenaar, maar kreeg een gedegen Romeinse opvoeding. Hij trok naar Rome en maakte naam als lofdichter. Nog maar 32 jaar oud kreeg hij in Rome een standbeeld (dat Vergilius of Ovidius nooit kregen!). Hij zou in 400 zijn gestorven. De vertaalster geeft toe dat Claudianus’ poëzie niet erg doorleefd aandoet, hij is toch vooral spreekbuis van de macht: „Na ’t temmen van de Alpen en nadat het Avondland / gered was, kreeg de keizer-vader welverdiend zijn plaats aan / de hemel (...).” Een waarschuwing aan het adres van onze nieuwe Dichter des Vaderlands...

Zelf noemt de dichteres dit ’een kleine stoet poëzie, (ultra)kort proza, vertalingen, pastiches, een duet voor één stem’. Dat tekent de veelvormigheid van haar tweede bundel (haar eerste, ’pritt.stift.lippe’ werd gunstig onthaald). Cox vergeet nog dat er ook reacties op gedichten in staan. Zo varieert ze op Rilke’s bekende gedicht over de gevangen tijger met het gedicht ’IJsbeer’: „Z’n pels is van het liggen op beton / zo mat nu dat je hem niet ziet, / grijs als steen is hij geworden, / steen en stof, meer is het niet.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden