nieuwe boeken fictie

Ze verkopen parfum op de veerboot tussen het Duitse Puttgarden en het Deense Rüdby: Jane en Tine, zussen, en heel gewone vrouwen. De Deense schrijfster (zelf afkomstig uit Rüdby) beschrijft hun laconieke levenshouding - veel verwachten ze niet van het leven – en kortstondige relaties met fijne humor: ,,Hij toeterde toen hij de Faergevej opreed en gas gaf. Dat getoeter kwam op mij heel ordinair over. Maar gelukkig vergat ik het snel.’’

Je hebt ’sfeerverhalen’, leggen de gevierde thrillerauteurs uit, en event-plot verhalen, waarin een strijd of conflict tot een onverwachte oplossing moet komen (denk: Roald Dahl). Van dat laatste soort verzamelden ze er een paar dozijn: Nederlandse. Viel nog niet mee, want verhalen, ook spannende, hebben hier een lage status. Naast klassieken als Couperus, vindt u hier een bonte mix aan auteurs: Baantjer naast Thomas Rosenboom, Haasse en Mulisch naast Martin Koomen.

Zoals de titel al suggereert, speelt deze Britse roman zich af in zeer gegoede kringen; niet bepaald de gezelligste, suggereert Rachel Cusk. Niet alleen de strubbelingen tussen familieleden, ook het gedrag en uiterlijk van de rijken zet Cusk neer met talent voor sociale satire: ,,haar blonde haar was zo steil en symmetrisch dat het zonder twijfel was gestreken.’’. Onlangs verscheen ook haar roman ’Arlington Park’ in vertaling, over een groep gefortuneerde, maar gefrustreerde huisvrouwen. Het werd in Trouw gunstig besproken door Jann Ruyters.

,,Je vindt het wel eens spijtig om uit bad te moeten’’', zo onorthodox begint deze bijzondere ’biografie’ van Ravels laatste jaren – waarin de Franse componist door Amerika toert, maar geestelijk begint af te takelen. In luttele pagina's brengt de Fransman Echenoz de beroemde componist dichtbij, subtiel wisselend van register: soms in de hij, soms in de jij-vorm. De vertaling doet Echenoz’ uitgekiende proza alle recht.

De ziekte van Parkinson (gebrek aan dopamine) is deels te bestrijden met levopoda, maar daar krijg je weer hallucinaties van: je ziet ’demonen’, legt Krol in zijn voorwoord uit. Dat doet ook Albert, in deze 'roman’ ; hij ziet vooral overal rondborstige vrouwen, die meedingen naar de Trophé de Décolleté. Door de lichtzinnige fantasieën klinkt soms een dreigende dissonant: ,,Irmgard stond aan de rand van het graf. Ze haalde haar agendaatje tevoorschijn, om een aantekening te maken. / Blij met haar nieuwe aanwinst.’’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden