nieuwe boeken fictie

,, Ik wou dus graag met meneer Adje spreken. Dit is Bambi van de Kitten club.’’ Bambi, ooit Marietje, is na een verblijf in een kindertehuis, een inrichting en een kliniek terechtgekomen in een Club voor pedofielen, waar ze wordt behandeld als ’een lege frietzak, een wegwerppersoon’. Paul Marijnis behandelt het gruwelijke verhaal – echt gebeurd, benadrukt hij – met zwarte humor: het kinderlijk-opgewonden toontje van de personages (,,Politieverklikker. Serial killer. Mar bleef coolcoolcool”) contrasteert met het loodzware thema. Marijnis (1949) schrijft poëzie en proza, in 2003 bracht hij een mooie bundel uit met verhalen over katten ’Het licht in de kattenbak’.

Meijsing staat bekend als schrijver van ideeënromans ( zijn debuut ’Joyce & Co’, ’Dood Meisje’), al buigt hij de laatste jaren over naar een lichter genre, zoals in de Italië-satire ’Malocchio’. In deze verzameling essays betoont hij zich weer een omgevallen boekenkast (het is Plato voor, Aristoteles na), maar waar hij ook over schrijft – filosofie, het computerspel Sims, zijn afkeer van sport, hobby’s en kermis – hij doet het geestig en met schwung. Zodat ook er ook voor minder elitaire lezers heel wat te genieten valt.

Deze debuutroman van een Engelse journalist gunt ons een kijkje in het leven van een ambitieuze jonge stedeling van Indiase herkomst. Om zijn doel te bereiken – geld, status (inclusief de aantrekkelijke en goed opgeleide Sarupa) – moeten er heel wat chicks versierd worden.

Nogal wat Amerikaanse schrijvers zijn Perotta voorgegaan met satires op het leven in de Amerikaanse buitenwijk: Rick Moody, Bret Easton Ellis, A.M.Homes. Hun niveau haalt Perotta bij lange na niet, omdat hij niet geestig is, en al helemaal niet scherp. Zijn personages zijn te clichématig om je te interesseren: supermoeder Mary Ann heeft elke dinsdag exact om 21.00 uur seks met haar man (ha,ha); consultant Richard surft naar de website van Sletje Kay en verwaarloost zijn kinderen (gaap, gaap).

,, Ik hou niet alleen van Rome’s monumenten en de architectuur, maar ook van zijn aantasting en de vieze Tiber’’, aldus Stefania, een uit Nederland afkomstige studente, die na haar studie in Rome neerstrijkt. Daar ontmoet ze de Noorse Mette en de heel wat vrijmoediger levende Joplin. Moroni (1969) beschrijft de avonturen die de meiden beleven wel levendig, maar ze lijkt niet goed te weten wat ze nu écht wil vertellen, zodat het verhaal steeds alle kanten op schiet, soms binnen één alinea: ,, Alberto (...) trok haar badpak opzij. Schuurde het zand over haar huid. In Sabauda brachten ze weken van frictie, doorweekte badpakken en zoute zoenen door.’’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden