nieuwe boeken fictie

Dat alle boeken van Alex Verburg goed zijn ontvangen, zoals de achterplat suggereert, is overdreven. In Verburgs debuut ’Het huis van mijn vader’ ontdekte de NRC ’kitscherige trekken’. Ook ’Dwalingen', over een liefde in oorlogstijd, heeft soms iets kitscherigs, iets van een streekroman; anderzijds trekken juist de bravige gedachten van de zeventienjarige plattelandsdochter Annie je een voorbij tijdperk binnen: „Kaarten was een gelukspel dat louter ruzie en messentrekkerij uitlokte.” Annie’s liefde voor een door de Duitsers te werk gestelde Rus houdt ook iets onschuldigs, ondanks het dramatisch gegeven dat haar ouders NSB-ers zijn.

Deze veelzijdige Vlaamse kunsthistorica schreef verhalen en romans, een boek over België en vertaalde brieven van Rubens. In ’Eenoog’, een in meditatieve stijl geschreven monoloog, verplaatsen we ons in een Belgische schilderes die in Florence op zoek gaat naar de inspiratie die ze verloren is. Tussen alle relatiegepieker door treffen de lezer Huets elegant geformuleerde reacties op kunstwerken: „de mantels van de engelen vallen neer in ronde en diepe blauwe plooien.”

„Waarom mag ik mijn kinderen geen klap geven? Is slaan geen afgeleide van de menselijke taal?”, vraagt de docent uit de titel. Deze Kraai, leraar Nederlands, is bijna aan zijn pensioen toe. En dat komt niks te vroeg, getuige zijn sombere visie op de jeugd en op de moderne wereld in het algemeen. Kouba, wiens debuut ’Vuur’ in België werd bekroond, beschikt over een vlotte, ritmische stijl. En daarvan moet deze roman het hebben. Want zijn cultuurkritische ambities - de uitgever spreekt zelfs van een ’roman die de westerse moraal onderuit haalt’ - klinken een tikje hol.

Kees Ruys heeft vooral naam gemaakt met zijn reisboeken over Indonesië, waaronder het in 2007 verschenen ’De Voorouderlanden’. Zijn roman ’Atlantic Point’ (2005) profiteerde ook nog van zijn ervaringen als reiziger, maar ’Hotel des Indes’ speelt zich af in Den Haag, waar een man een hem onbekende vrouw aanspreekt. Ruys is beter in reisscènes dan in liefdesverklaringen: „Ze glimlachte met de welwillendheid van iemand die niet aan de schoonheid van haar tanden hoeft te twijfelen.”

Fragmentarisch opgebouwde roman over een weduwnaar die door Europa dwaalt, naar New York trekt, maar ook door die verandering van omgeving niet ontkomt aan een gevoel van leegte. Amatmoekrim formuleert in haar derde roman soms wat onhandig: „Ik smeekte de schimmen, bij gebrek aan een god waarin ik kon geloven, om de dag niet te laten aanbreken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden