nieuwe boeken fictie

Eén huis, zes bewoners. Twee zusjes op zolder, een ruziënd echtpaar (hij begrijpt haar gedichten niet), een asielzoeker en een knorrige huisbaas; ,,Was hier wel gestofzuigd? Wat voor dag was het? Weer die confrontatie aangaan, ze wijzen op hun nalatigheden?’’ In zijn derde roman geeft Arjaan van Nimwegen al die bewoners een stem. Met zijn debuut ’Van Tol kijkt om’ en zijn later gepubliceerde ’Welkom thuis’ trok de schrijver niet heel veel aandacht.

De Indiër Tan keert na jarenlang verblijf in de Verenigde Staten terug naar zijn geboortegrond, waar zijn vader, een heer van stand, op sterven ligt. Debutant Badhwar (1948) beschrijft de botsing tussen traditionele ideeën en moderne – over seks, geloof, eten, muziek en kleding – met milde spot. Moeder tegen dochter: ,,Hoezo tampax? Haal maar wat verse watten uit het medicijnkastje. En vergeet niet dat je in die toestand niet in de poedjakamer mag (...).” Badhwar woonde zelf jarenlang in de VS, werkte als journalist, en keerde in 1986 naar India terug.

De puber Lucía woont al een paar jaar in een streng klooster in Madrid als zij de historicus Manuel ontmoet. Deze onderzoekt het leven van Johanna de Waanzinnige, prinses van Castilië. Johanna werd door haar eigen moeder, koningin Isabella, voor gek verklaard en opgesloten, ver van Johanna’s geliefde man en kinderen. Manuel trekt Lucia kleren uit 1500 aan en begint een liefdesrelatie met haar, die vreemd uitpakt. Nogal gothic.

Behalve de befaamde thrillers met inspecteur Kurt Wallander in de hoofdrol, schrijft de Zweed Mankell ook ’gewone’ romans, dikwijls sociaal-geëngageerde. In ’Het oog van de luipaard’ begint de Zweedse Hans Olofson een kippenfarm in Zambia. Hij heeft het goed voor met de Zambianen en wil onder meer een school oprichten. Maar de onafhankelijkheidsbeweging gooit roet in het eten. Mankell, die zelf pendelt tussen Zweden en Mozambique, stopt ons nogal wat wijze lessen toe over Afrika: ,,De blanke werkt snel en hard, terwijl de zwarte haast en ongeduld associeert met lage intelligentie.” Interessant, maar deze educatieve uitstapjes maken de roman er niet levendiger op.

Anders dan zijn generatiegenoten Martinus Nijhoff en Jan Slauerhoff wordt de dichter Hendrik de Vries (1896-1989) weinig meer gelezen. Al is ’Mijn broer’ (gij leedt een einde..) velen uit bloemlezingen bekend. Deze mooie, ruim bemeten keuze, brengt zijn ’magisch dichterschap’ weer onder de aandacht, onder meer de uit het Spaans vertaalde copla’s. Met inleiding van Jan van der Vegt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden