’Nieuwe bijstand’ schrikt af

Door mensen direct aan het werk te zetten, slagen gemeenten er steeds beter in velen uit de bijstand te houden. Maar er is een keerzijde.

Wilma van Meteren

Mascha de Bruin schrok toen ze van de sociale dienst te horen kreeg dat ze na achttien jaar bijstand aan het werk moest. „Ik wilde niet. Wie wil je na zoveel jaar hebben? De invoering in 2004 van de Wet Werk en Bijstand, die gemeenten financieel verantwoordelijk maakt voor de bijstand, gooide haar ’mooie leventje’ overhoop.

Inmiddels is De Bruin anderhalf jaar aan de slag en opgeklommen tot directie-assistent bij een reïntegratiebedrijf. „Ik wist niet dat ik dat in me had”, zegt ze trots. De Amsterdamse was gisteren op een bijeenkomst van sociale diensten het levende voorbeeld hoe de zogeheten ’work first’- aanpak vruchten kan afwerpen.

Hoewel de projecten zeer verschillen, heeft ongeveer 80 procent van de gemeenten zo’n aanpak om mensen uit de bijstand te houden. En met succes, want de instroom daalt. Kregen eind 2003 nog 336.000 mensen bijstand, nu zijn er minder dan 300.000 bijstandsgerechtigden.

Bij het succesverhaal zijn echter kanttekeningen te maken. Uit onderzoek van het Hugo Sinzheimer Instituut en adviesbureau Orbis blijkt dat een derde van de mensen die bijstand aanvragen, afhaken als ze horen dat ze in ruil daarvoor aan de slag moeten. Niet alleen om mensen aan werk te helpen, ook als ’afschrikmiddel’ werkt de work first- strategie, concluderen de onderzoekers. Maar er is weinig bekend wat met die afhakers gebeurt. Voorzitter Tof Thissen van de vereniging van directeuren van sociale diensten (Divosa), die opdracht gaf tot het onderzoek, heeft daarom behalve een positief gevoel ook twijfels bij de aanpak. „Een deel raakt uit ons zicht, ze duiken misschien in het illegale of criminele circuit of kwijnen weg in een leven onder de armoedegrens.”

Hij waarschuwt dat het niet de taak van sociale diensten mag zijn om mensen uit de uitkering te houden. Het gevaar ligt op de loer dat mensen doorstromen naar tijdelijke, slecht betalende banen. „We moeten oppassen dat we geen werkende armen creëren”, aldus Thissen.

De politieke druk op de uitvoerders van de nieuwe aanpak is groot. Dat wijzen de cijfers ook uit; waar gemeenten meer financieel knijp zitten, is de uitstroom uit de work first-projecten hoger. Er is een spanningsveld tussen wat van de politiek moet en wat in de praktijk met bijstandsklanten haalbaar is, stellen medewerkers bij sociale diensten. Ze klagen dat er een taboe rust op het gegeven dat er altijd mensen in de bijstand zullen blijven omdat ze niet kunnen werken. Een aanpak voor deze ’zorgklanten’ is er in veel gemeenten nog niet.

Ook de duurzaamheid en kwaliteit van work first-projecten staan ter discussie. FNV zette onlangs zijn vraagtekens bij ’werkverschaffing’ als pizzadozen vouwen en kleerhangers sorteren. Staatssecretaris Aboutaleb (sociale zaken) ging gisteren in de aanval. „Ook dozen vouwen is fatsoenlijk werk. Voor velen kan dit een eerste stap zijn om verder te komen”, onderstreepte hij. Bijval voor de FNV kwam er van voorzitter Van Zijl van de Raad voor werk en inkomen (RWI). „Work first moet wel leiden tot duurzaam werk. Drie maanden werken voor een uitkering, ja. Zes maanden desnoods, maar beslist niet langer”, vindt hij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden