Nieuwe Bijbelvertaling / 'Een verschraald product'

Ook het orthodoxe Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK) deed mee aan de Nieuwe Bijbelvertaling. Dr.A.S.Rodrigues Pereira voorzag als supervisor menig bijbelboek van commentaar. Maar nu de uitgave eraankomt, wil het NIK zijn naam er niet aan verbinden. Rabbijn Raph Evers: ,,Ik denk niet dat mensen door de NBV religieus zullen worden.''

door Elma Drayer

Stil en kil is het op het Nederlands-Israëlitisch Seminarium aan de Amsterdamse Gerrit van der Veenstraat, opleidingsinstituut voor de orthodox-joodse gemeenschap. Vakantie, zegt rector mr.drs.Raph Evers. Rosj Hasjana is net achter de rug, Jom Kippoer komt eraan, maar de rabbijn wil gráág vertellen waarom hij moeite heeft met de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV).

Vanaf het begin is de NBV ook bedoeld geweest voor de joodse markt. Liberale én orthodoxe supervisoren deden mee aan het megaproject. Midden 2005 verschijnt er een speciale uitgave, afgestemd op de joodse wensen. In deze Tenach -uiteraard zonder Nieuwe Testament- is de godsnaam vertaald met de Eeuwige, heet Mozes Mosje, en staan de boeken in de volgorde van de joodse canon.

Maar nu de NBV klaar is, blijkt de verdeeldheid binnen de joodse gemeenschap groot. Volgens de Haagse rabbijn Awraham Soetendorp zal zijn Verbond van Liberaal-Joodse Gemeenten de editie van harte aanbevelen - óók voor de eredienst. Bij het orthodoxe Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap (NIK) ligt de kwestie beduidend gevoeliger.

In het Amsterdamse hoofdkwartier aan de Gerrit van der Veenstraat geeft rabbijn Evers een goedmoedig klopje op de vuistdikke ordner met NBV-proeven. Ruimhartig noemt hij het een 'perfecte', 'heel leesbare' vertaling waarvoor hij 'zeer veel waardering' heeft. ,,Ze plaatst de Tora in de actualiteit, het is Nederlands van 2004. De vertaling van 1951 is voor mij nog makkelijk te volgen. De jeugd weet echt niet meer wat er staat.''

Tegelijk, zegt de rabbijn erbij, heeft hij nogal wat bezwaren. Belangrijkste: de NBV baseert zich niet exclusief op de masoretische Hebreeuwse tekst -de oudste bron. Ze put ook uit de Griekse Septuagint en de Latijnse Vulgaat. Het gaat om details, benadrukt Evers. Maar soms met onwenselijke gevolgen. Zo rept de NBV in Rechters (Richteren) 18:30 van de kleinzoon van Mozes die een afgodendienaar was. In de masoretische tekst staat Manasse. ,,Dat is voor ons nogal een verschil. Denigrerend praten over de kleinzoon van Mozes!''

Voor traditionele joden, zegt Evers, geldt de masoretische tekst als de door God geopenbaarde. ,,Dat is voor ons een alles-of-niks punt. Wij kunnen onmogelijk een vertaling goedkeuren die niet in elk opzicht de masoretische tekst volgt. Als orthodoxe sjoelgemeenschap móét je die aanhouden. Niet voor niets luidt een van Maimonides' geloofspunten: de tekst van de Tora is onveranderlijk.''

Vandaar dat in een orthodoxe dienst geen andere dan de Hebreeuwse tekst is toegestaan. Maar mag het daarbuiten ook niet? Is élke bijbelvertaling een afkeurenswaardige onderneming?

Rabbijn Evers: ,,In de talmoed staat: de dag dat de Septuagint werd geschreven, was een dies ater, een zwarte dag. Even zwart als de dag waarop het Gouden Kalf werd opgericht. Het volk wilde een substituut voor Mozes. Maar een beeld is natuurlijk altijd een zwakke afspiegeling van een mens. Heel oppervlakkig. Zo is het ook met de Tora. Iedere vertaling is een verschraling. Ook de NBV vind ik een verschraald product.''

In de Hebreeuwse punctuatie, zegt Evers, zitten vaak al twee, drie mogelijkheden die óók nog tegelijk waar kunnen zijn. ,,Die betekenissen snijd je af zodra je vertaalt. De meerduidigheid, de diepgang verdwijnt.'' Peinzend: ,,Ik denk niet dat mensen door de NBV religieus zullen worden. Terwijl de Bijbel zou moeten bewegen tot een connectie met God. De bedoeling van de Tora is toch onderwijs: dat iets van de goddelijke wijsheid wordt doorgegeven.''

Natuurlijk wil Evers best erkennen dat het Hebreeuws van de doorsnee Nederlander behoorlijk te wensen overlaat. ,,En ook wij zijn lang niet allemaal even ingevoerd. Zonder vertalingen kunnen we niet meer, dat is een gepasseerd station. Maar het blijft een noodverband, een noodzakelijk noodverband. Elke vertaling betekent dat je risico loopt. Dat je de essentie mist.''

Volgens de rabbijn gaapt hier een kloof tussen joden en christenen. ,,Wij zijn sterk in close reading. Andere geloven lezen veel globaler, filosofischer. Zeggen: dat stáát er wel, maar dat is niet letterlijk bedoeld. Wij zeggen: gij zult geen varkensvlees eten, betekent dat je dat echt niet mag doen. De bijbelse voorschriften gelden voor ons onverkort. Als je ervan uitgaat dat de Tora Gods openbaring is, hoezo zouden die voorschriften dan nu niet meer van toepassing zijn? Door zo'n houding wordt de Bijbel een cultuurboek. Een aardige stem uit het verleden. Die je naast Hella Haasse in de boekenkast zet. Daar zijn wij zeer beducht voor.''

De vraag dringt zich op: als de bezwaren tegen bijbelvertalen zo diep en principieel zijn, waarom werkte het NIK dan mee? Rabbijn Evers glimlacht. ,,Omdat we er toch vanuit gaan dat het ónze tekst is. En die willen we zo joods mogelijk vertaald zien. Zo vinden we het heel prettig dat er in Exodus 12 niet langer Paasoffer, maar pesach offer staat. Dat is natuurlijk een van onze gevoeligheden: de christologische manier van vertalen.''

Dr.A.S.Rodrigues Pereira (1923) uit Den Haag werd destijds door het NIK gevraagd als supervisor voor de NBV. Na zijn pensionering -hij was bioloog - promoveerde hij in de Semitische talen. Rodrigues Pereira zei volmondig ja op het verzoek. ,,In orthodox-joodse kring is een vertaling in het algemeen not done, maar die bezwaren deel ik niet. Als ik cursussen gaf, gebruikte ik ook gewoon de bijbelvertaling van 1951.'' Het NIK bemoeide zich verder niet met zijn supervisorische werkzaamheden. ,,Ik heb nooit overleg gehad.''

De bedenkingen van rabbijn Evers tegen het selectief volgen van de masoretische tekst deelt Rodrigues Pereira niet. Afwijkingen staan verantwoord in voetnoten. Bovendien: ,,De NBV is géén theologische vertaling. Dus heb ik de teksten strikt literair beoordeeld. En niet vanuit klassiek-joodse opvattingen.''

Jazeker, zegt hij, beschouwt hij zichzelf als orthodox. ,,De kwestie is: in het verleden namen orthodoxe exegeten de teksten ook niet altijd letterlijk. Er zijn tijden geweest dat ze veel liberaler waren dan tegenwoordig.'' Fundamentalisme, zegt hij, is helaas niet voorbehouden aan moslims.

Tot zijn spijt is de belangstelling voor de nieuwe Tenach in de joodse gemeenschap niet groot. ,,Onlangs verscheen er voor het eerst een stukje in het Nieuw Israëlietisch Weekblad. Enthousiast trouwens.''

Natuurlijk, liberale joden gaan de Tenachvertaling gebruiken, 'ongelovige joodse intellectuelen' zullen hem op de boekenplank willen. Maar de meerderheid van de orthodoxen, zegt Rodrigues Pereira, zal de uitgave negeren. ,,Daar heeft rabbijn Evers het laatste woord.''

Uiteindelijk besloot het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap zijn naam niet te verbinden aan de nieuwe Tenach. Uitgeefcoördinator Frits van der Meij van het Nederlands Bijbelgenootschap: ,,We hebben nu geen gesprek meer met het NIK.'' Toch is hij 'bijzonder blij' dat de orthodoxe gemeenschap erbij betrokken was. ,,Van de commentaren van Rodrigues Pereira heb ik enorm veel opgestoken.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden