Nieuwe begeerte naar de oude tramlijn opinie

In ons land rijden buiten de grote steden geen trams. Dat is vreemd want trams hebben zo veel voordelen.

Wat hebben diverse middelgrote steden in België, Spanje, Frankrijk en Duitsland wat Nijmegen, Maastricht, Groningen of Zwolle niet hebben? Een tram. Onze steden hebben plannen, maar de financieringsstromen in Nederland zitten zo vreemd in elkaar, dat projecten niet van de grond komen. Dat moet veranderen, want Nederland loopt ten opzichte van (buur)landen lichtjaren achter.

Het autobezit neemt snel toe en er wordt enorm geïnvesteerd in het wegennet. Omdat het binnen de stad niet mogelijk (en wenselijk) is de wegcapaciteit te vergroten, loopt het verkeer als in een trechter vast.

Wij pleiten voor de terugkeer van de tram. Na de oorlog viel de tram, vooral door de opkomst van de auto en de bus, in ongenade. Honderden kilometers rail werden ’opgeruimd’, vooral om wegcapaciteit te creëren. Alleen de grote steden ontsprongen de dans. In de buurlanden begreep men in de jaren tachtig en negentig dat het groeiende autoverkeer in de stad een keerzijde heeft (luchtvervuiling en ruimtebeslag) en werden de voordelen van de tram herontdekt. Nieuwe netwerken werden aangelegd, bestaande uitgebreid. De comeback is opzienbarend: reizigersaantallen overtreffen elke verwachting. Veel beter dan de bus is de tram in staat mensen uit de auto te halen.

Dat Fransen en Duitsers tramfan zijn geworden is niet gek, de voordelen van dit vervoermiddel zijn legio. Trams zijn schoon, omdat ze op elektriciteit rijden en ter plekke niks uitstoten. Trams zijn zuinig, dus de keus vóór de tram is tegelijk een keus vóór het klimaat. Elektriciteit kan bovendien via wind of zon duurzaam worden opgewekt.

Nieuwe trams hebben vrijwel zonder uitzondering een lage vloer, zodat iedereen gemakkelijk instapt. In tegenstelling tot de rammelende trams van weleer, glijden de trams van nu comfortabel over de rails. Omdat trams veel meer mensen kunnen herbergen dan bussen, is de capaciteit stukken hoger. De tram kan doorrijden, trekt snel op en vergt korte instaptijden.

Waar geen ruimte is voor een vrije busbaan, past een trambaan vaak wel. Verkeersveiligheid kan verbeteren als in de binnenstad bussen door trams worden vervangen en het aantal ritten wordt verlaagd. Ondernemers vestigen zich graag in de buurt van een tramhalte. Een railverbinding op loopafstand is erg aantrekkelijk voor klanten en werknemers.

Eigenlijk zijn alleen de vier grote steden rijk genoeg voor de benodigde infrastructuur. In de eerste plaats is de financiering van lokale projecten bijna helemaal afhankelijk van het Rijk. Gemeenten en provincies hebben relatief weinig geld tot hun beschikking, dat afkomstig is van ’eigen’ belastingen. In totaal betaalt de burger meer dan negentig procent van zijn belastinggeld aan het Rijk. Vergelijk dat eens met een regio als Stockholm, waar een fantastisch openbaar vervoersnetwerk ligt, maar waar een inwoner meer dan veertig procent van zijn belasting aan de stad afdraagt. Of Frankrijk, waar een regionale belasting geldt voor bedrijven, met het aantal werknemers als grondslag. De opbrengst wordt in het openbaar vervoer gestopt: logisch dat de tram juist daar zo’n hoge vlucht heeft genomen.

In Nederland is fors beknibbeld op het budget. Elke gemeente, provincie of regio mag weliswaar zelf bezien waar het geld aan uitgegeven wordt, maar in de praktijk is die keuzevrijheid beperkt. Veel bedragen liggen vast: wegen moeten onderhouden worden en gemeenten dragen jaarlijks ruim een miljard bij aan de exploitatie van het stads- en streekvervoer. Er zijn nu weliswaar wat miljoenen voor tramprojecten in de Randstad uitgetrokken, maar Nederland is groter!

Je mag pas bij het Rijk aankloppen als een plan meer dan 112,5 miljoen euro kost. Voor de vier grote steden ligt de grens op 225 miljoen. Een rare constructie: véél geld vragen mag wel, een beetje niet. Veel projecten vallen nu tussen wal en schip: ze zijn te duur voor één gemeente, maar niet duur genoeg voor het Rijk.

Zolang gemeenten weinig eigen inkomsten hebben, zal het geld voor modern openbaar vervoer uit Den Haag moeten komen. Het is de hoogste tijd de tram weer te laten rijden!

De andere auteurs zijn: Jan van der Meer, wethouder GroenLinks Nijmegen; Wim Hazeu, wethouder GroenLinks Maastricht; Hennie Kenkhuis, wethouder GroenLinks Zwolle; Femke Halsema, Fractievoorzitter GroenLinks in de Tweede Kamer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden