Nieuwe aanpak van taalachterstand peuters

¿Peuterbommen¿ in peuterspeelzaal Hummelstee in Veendam. (FOTO REYER BOXEM)

Eén op de vijf Oost-Groningse kinderen heeft een taalachterstand. Veendam probeert die met ’peuterbommen’ en extra peuterjuffen te bestrijden.

Tik eens op je buik, zegt balletdocent Annemargreet Drenth. En wrijf eens met je handjes. Veertien peuters doen haar enthousiast na op de maat van de muziek. Hun neusjes gaan omhoog en dan weer naar beneden. Het leukst vinden ze deze opdracht: „Nu je billen wiebelwabbelwibbel.”

Dit ’peuterbommen’ (bewegen op muziek voor 2- tot 4-jarigen) is nieuw in peuterspeelzaal Hummelstee in Veendam. Doel is de taalontwikkeling van de kinderen te stimuleren. „Woorden beklijven beter als je ze aan een gebaar plakt”, legt Drenth uit. Bij ’zoeken’ houdt ze een hand boven haar ogen. En bij ’wrijven’ laat ze de dreumesen een handen-was-beweging maken.

De lessen van Drenth komen voort uit ’Spraakmakend’, een nieuw project om de taalachterstand in Oost-Groningen te bestrijden. Staatssecretaris Dijksma, de provincie en negen Groningse gemeenten hebben er de komende drie jaar 5.5 miljoen euro voor beschikbaar gesteld.

De achterstand is hardnekkig, zegt projectleider Arthur de Jong: in deze regio wonen van oudsher relatief veel laagopgeleide en taalzwakke mensen. Zo’n vijftien à twintig procent van de Oost-Groningse kinderen heeft onvoldoende woorden tot zijn beschikking.

De achterstandskinderen in Veendam hebben Turkse, maar ook vaak autochtone, Groningstalige ouders. ’Mama tuus’ (mama thuis), veel verder komen sommige kinderen van 2,5 jaar niet, zegt peuterleidster Gerda Vast. „Het is een mix van brabbelen en Gronings, wij verstaan ze meestal niet.”

Dankzij ’Spraakmakend’ is er nu tijdelijk geld voor een extra peuterleidster voor twaalf uur per week. Vast heeft hierdoor meer tijd om kinderen bij hun taalontwikkeling te begeleiden.

Dat gebeurt spelenderwijs in het lokaal dat deze weken rond het thema ’bouwen’ is ingericht. Er is een knutselhoek van Bob de Bouwer, de kinderen zingen knutselliedjes en leren met behulp van een memory-spel de namen van gereedschappen. Zoals ’hamer’ en ’zaag’ en voor de snelle peuters ook ’schroevendraaier’ en ’boormachine’.

Nieuw is ook de nauwere samenwerking tussen de peuterspeelzaal en het consultatiebureau, dat in hetzelfde gebouw is gevestigd. In de spreekkamer van consultatiebureauarts Anneke Schober scharrelt Leticia rond, een mooi mollig meisje van ruim twee jaar oud. Zij maakt al spontaan zinnetjes van drie woorden, en behoort dus niet tot de doelgroep, zegt Schober: „Haar vader heeft een hbo-opleiding en dat merk je meteen.”

Maar Schober ontmoet ook veel laagopgeleide ouders op het peuterspreekuur. Zij realiseren zich meestal wel dat het goed is om met hun kind te praten, maar vergeten dat toch, zegt Schober. „Of ze geven alleen geboden: ’Niet aan de bloemen komen.’ ’Blijf van de tv af.’ Zelf zijn ze ook vaak zo opgevoed.”

Deze ouders adviseert Schober soms om een opvoedcursus te volgen. Ook geeft ze tips: Praat met je kind, maak contact, benoem wat je doet, bezoek eens samen de bibliotheek. En maak gebruik van het aanbod om je kind gratis een extra ochtend naar de peuterspeelzaal te brengen.

In Hummelstee rusten de kinderen intussen uit van het peuterbommen op het speelkleed, in de leeshoek of rond de zandbak. Een blond meisje van 2,5 jaar zwaait met een kapotte speelgoedtelefoon onder de neus van peuterleidster Gerda Vast en spreekt een heuse volzin uit: „Juf, doet het niet meer.” Kijk, zegt Vast tevreden, zij is in haar taalontwikkeling wel heel ver.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden