Nieuwbouw Toneelschuur Haarlem / En Tom Poes verzon een list

Als striptekenaar was Joost Swarte wel gewend om gebouwen te tekenen. Maar de meester-van-de-klare-lijn had nooit de ambitie een echt gebouw te ontwerpen. Tot hij werd gevraagd om de nieuwbouw te bedenken voor de 'Toneelschuur', het film- en theaterhuis in Haarlem. Volgende maand gaat het open.

De oude Toneelschuur aan de Haarlemse Smedestraat -een voormalig patronaatsgebouw- was geen schuur, eerder een pakhuis met kruipdoorsluipdoortjes, gangen, een theaterzaal hier, een filmzaal daar, ginds een trap en als middelpunt het café waar theatergangers en filmbezoekers elkaar voor en na hun voorstelling aflosten. Of beter gezegd: elkaar voor de voeten liepen.

Zoals buiten in de smalle Smedestraat de vrachtwagens met decors het Haarlemse verkeer richting Sint Bavo steevast lamlegden. Artistiek leider Frans Lommerse kan er nu weer om grinniken, als hij wijst op de paar armzalige parkeerklemmen vlak voor de oude Toneelschuur: ziedaar onze oude laad- en loslocatie. Eenmaal in de gereserveerde parkeervakken gemanoeuvreerd, konden de vrachtwagens geen kant meer op, en moesten de filmblikken en toneelattributen op karretjes door de steeg naar het achterhuis van de Toneelschuur worden gereden, om pas daar stuk voor stuk binnenshuis te kunnen worden gesleept.

In Joost Swarte's nieuwe Toneelschuur rijden de vrachtwagens het gebouw zonder dralen binnen, om pal achter de grote theaterzaal en lift overdekt te lossen en laden. Een zuiveringsinstallatie zuigt daar meteen de uitlaatgassen weg; kom daar buitenshuis eens om.

Met de verhuizing van de Smedestraat naar het oude terrein van drukkerij Enschedé, verhuist ook de naam van de Toneelschuur mee. Het film- en theaterhuis is vernoemd naar het schuurtje van het Moskouse Kunsttheater waar de Russische toneelleider Stanislavski rond de vorige eeuwwisseling zijn nieuwe dramaturgie ontwikkelde.

En verhuist tevens Swarte's huisstijl mee: beeld en belettering voor de toegangskaartjes, affiches en placemats die hij voor de oude Toneelschuur ontwierp.

En krijgt tevens de 'Firma Rieks Swarte' nieuw onderdak, het theatergezelschap van Joosts broer Rieks, dat in onverdroten jongensachtige frivoolheid schimmenwerelden te voorschijn tovert, waarin behalve acteurs vooral ook bordkartonnen zwaardgevechten, aan draden hangende klosjes als oprukkend leger, rode lapjes zeil als dramatische bloedplassen, tollende katrollen, zwevende zeppelins, rariteitenkabinetten en overige zwierige schijnbewegingen hoofdrollen spelen.

Op Koninginnedag 1995 belde Frans Lommerse zijn geestverwant Joost Swarte met het plompverloren verzoek: ,,Droom jij nou eens het nieuwe huis voor de Toneelschuur.'' Het programma van eisen was gereed, Lommerse stond te popelen en wilde niet in tal van ambtelijk elkaar bestrijdende werkgroepjes stranden. Aan Swarte de eretaak om te tonen hoe de Toneelschuur eruit zou kunnen zien. Swarte schrok van deze 'vrij vreemde vraag'. Moest hij zich als art-director van de Toneelschuur op dit terrein begeven? Kon er niet beter rechtstreeks een architect worden aangezocht? Lommerse terstond: ,,Nee.'' Met meteen daarop in kenmerkende-Lommerse ongedurigheid: ,,Tom Poes: verzin een list.''

Swarte vroeg en kreeg een week bedenktijd, ging op zoek naar de beperkingen van de oude Toneelschuur ('hoe al die daar verzamelde toneelschuurtjes te bundelen?') en mogelijkheden van het onontgonnen Toneelschuur-terrein. Een week later kwam hij met de eerste tekening ('het eerste idee is altijd het krachtigst'), waarna 'ruimteverkenningen' in andere ontwerpen volgden, dat in een 'vlakkenplan' ontaardde.

Letterlijk knipte Swarte alle benodigde ruimtes uit papier: de kleedkamers moesten dichtbij de speelruimte komen, de vrachtwagens niet ver van de laad- en losruimte, de vrachtwagens moesten kunnen manoeuvreren en toch mocht een gedraaide garage het uitzicht op de Sint Bavo niet verspelen. Van die Bavo zo dichtbij moest Swarte juist zien te profiteren. En dat deed hij: vanuit talloze hoeken en doorkijkjes in de nieuwe Toneelschuur is de Bavo zichtbaar.

Frans Lommerse zat erbij, keek ernaar en sloeg aan het 'doorberekenen', van 'kostenberamingen' tot 'draagvlak behouden'. Toen Haarlem het plan omarmde was het tijd om naar een zogeheten project-architect te zoeken. Naar de beste allicht: Mecanoo.

Joost Swarte: ,,We legden vast dat de Toneelschuur onder verantwoordelijkheid van Mecanoo gebouwd zou worden, met mijn schetsontwerp als uitgangspunt. Het was belangrijk dat mijn concept overeind bleef -ik wil immers het beste theater voor de Toneelschuur- maar: alles wat voor verbetering vatbaar was, moest verbeterd.''

Ook artistiek leider Lommerse liet zich vergaderkunstig allerminst onbetuigd (,,Hoe komen de filmblikken binnen? Want die mogen wegens hun gewicht niet meer met de hand worden gedragen. Moet er geen filmkluis komen, zodat ook 's nachts films kunnen worden bezorgd?'') en berichtte maandelijks in de Toneelschuurkrant over vordering of juist vorststagnering en vooral van oeverloze bouwvergaderingen.

Van begin af aan voelde Swarte zich senang in de samenwerking met het architectenbureau. ,,Ik ben tekenaar, geen architect. Als ik een ruimtelijke oplossing dacht te hebben gevonden, en op louter voorschriften strandde, wist Mecanoo raad: 'Als je hier en daar buiten de wettelijke contouren treedt, kun je daar ook ontheffing voor aanvragen'. Tot mijn grote opluchting, want die kennis had en heb ik niet.''

Wat het grootste struikelblok was? Joost Swarte: ,,Dat is een moeilijke vraag, want het ontwerpen was een aaneenschakeling van puzzelen.''

Door de losruimte zo dicht bij de toneelvloer van de grote zaal te situeren, heeft de nieuwe Toneelschuur geen toneeltoren nodig waardoor ook de 'kwetsbare, middeleeuwse binnenstad' niet is verstoord. De nieuwe Toneelschuur is tweeënhalf keer groter dan de oude, en toch is het een compact en bescheiden gebouw. De naburige huizen staan dichtbij, desalniettemin slaagde Swarte erin om in de grote zaal en in de kleedkamers daglicht naar binnen te laten vallen.

Ronduit trots verhaalt Frans Lommerse over de lichtbruggen, de spraakverstaanbaarheid in kleine en grote zaal, de cockpit voor de technici die met een dalende en stijgende glazen kap geluiddicht valt af te sluiten. Een voormalig wijnpakhuisje vormt de nieuwe vergader- en beslisplek voor de artistiek leider zelf. Volgens Swarte kan Lommerse zijn kantoortje via een geheime trap bereiken of juist ontvluchten. ,,In dat gerenoveerde pakhuisje heeft Frans zijn eigen Toneelschuurtje.''

Nog voordat je de Toneelschuur betreedt, valt door de glazen pui al een Swarte-knipoog te herkennen. Als scheiding tussen de filmzalen rechts en de theaterzalen links, plaatste hij een 'hangende muur' met een leeg venster in het midden om de hangende muur minder murig te doen ogen. Swarte's hand reikte tot in de toiletten, die hij in koningsblauw voor 'dames' en in fosforgeel voor 'heren' liet uitvoeren. ,,Blauw is doorgaans voor jongens. Ik wilde dat nu maar eens omdraaien.''

Houtkleur, aluminiumtrappen, paarsig blauw, zwart en wit en reeds groenkoperen dakbedekking vormen de hoofdtinten van de nieuwe Toneelschuur. Op de buitenpui van het café-restaurant na, is de kleur rood opvallend afwezig. Swarte onverschrokken: ,,We doen niet aan rood. Dat hoort bij pluche en bij schouwburgen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden