Nieuw vindt oud in Dordrechts Museum

Schilderijen van Johan en Cornelis de Witt in het Dordrechts Museum. ( FOTO HUIB KOOYKER ) Beeld
Schilderijen van Johan en Cornelis de Witt in het Dordrechts Museum. ( FOTO HUIB KOOYKER )

Het Dordrechts Museum gaat dit weekend open na een verbouwing van twee jaar. Naast het grote, bestaande museumgebouw zweeft nu een lichte doos met veel glas.

Architect Dirk Jan Postel had nog nooit een museum ontworpen. Toch meldde hij zich als gegadigde voor de verbouwing en uitbreiding van het Dordrechts Museum, hoewel hij wist dat de kans klein was dat hij de opdracht zou krijgen. Als gevolg van de strenge toepassing van de Europese aanbestedingsregels kiezen opdrachtgevers, in dit geval de gemeente Dordrecht, bij voorkeur een architect die al ervaring heeft.

Postel: „Ik heb de selectiecommissie mijn visie op dit project toegelicht. Maar ik heb ook het volgende gezegd: het winkelcentrum De Barones in Breda was het eerste winkelcentrum dat ik ontwierp, maar het heeft wel een prijs gewonnen. Net als de Britse school in Voorschoten, die ook onderscheiden is, evenals mijn eerste stadhuis, in Den Bosch. De wethouder zei: ’Winnen wij dan straks ook een prijs met het Dordrechts Museum?’ Uiteindelijk heeft de directeur van het museum, Peter Schoon, toch mij gekozen.”

Postel vertelt dit verhaal vooral om te onderstrepen dat de starre uitvoering van de Europese aanbestedingsregels leidt tot een verarming van de architectuur van publieke gebouwen. De Bond van Nederlandse Architecten en de rijksbouwmeester pleiten al geruime tijd voor een soepelere toepassing van de regels, tot nu toe zonder resultaat. Opdrachtgevers, veelal gemeentebesturen, spelen op safe en kiezen bij voorkeur voor gerenommeerde architectenbureaus die al de nodige ervaring hebben op het gewenste terrein.

Dat betekent dat jonge architecten heel moeilijk aan opdrachten komen, net als kleinere bureaus. Want bij projecten die Europees aanbesteed moeten worden, worden vaak ook hoge – in de ogen van de BNA soms extreme – eisen gesteld ten aanzien van de omzet van architectenbureaus. Nu heeft Postel nog het voordeel dat hij over een ruime ervaring beschikt en bij een groot bureau werkt, Kraaijvanger Urbis in Rotterdam. Maar dan nog is de kans groot dat je, ook als je een goed en mooi plan hebt bedacht, afgewezen wordt puur en alleen omdat je nog nooit een museum hebt ontworpen. Dordrecht durfde het wel aan om in zee te gaan met een architect zonder ervaring op dit gebied.

En wint het vernieuwde Dordrechts Museum, dat komend weekeinde na een verbouwing (kosten ruim 20 miljoen euro) van twee jaar weer open gaat, nu een prijs? Dat is aan anderen ter beoordeling. Maar zelf vindt de architect dat ondanks alle noten die gekraakt moesten worden met Monumentenzorg – het museum is een rijksmonument – het eindresultaat is geworden zoals hij had gehoopt. En, heel belangrijk, zegt hij, en wijst naar buiten waar tuinlieden hard aan het werk zijn: „De tuin van het museum is onaangetast gebleven. Gelukkig heeft directeur Peter Schoon ook altijd de visie gehad dat je van die prachtige tuin af moet blijven. Dat was ook het hele idee achter mijn ontwerp: dat je door de tuin naar het museum gaat. Je laat de drukte van de stad achter je, komt in de rust van de tuin en daarna begint het museum pas; niet al in de tuin.”

Het enige verschil is dat er nu een betonnen pad door de tuin (een ontwerp van Michael van Gessel) naar de nieuwe entree loopt. Voorheen was de ingang aan de Museumstraat. Om de tuin met zijn oude beukenbomen nog nadrukkelijker onder de aandacht te brengen, heeft de architect de oudbouw uitgebreid met een langgerekte serre van eenlaags glas. Dat mocht per se geen dubbel glas zijn, zegt Postel, omdat dat minder transparant is. Nu zie je door de glaswand gewoon de eeuwenoude muren van het museum, alsof er niets voor staat. En vanuit de serre kijk je zonder belemmeringen de tuin in. Nadeel van eenlaagsglas is wel dat het in de wintermaanden te koud kan zijn in de serre, die grenst aan het nieuwe café-restaurant. Postel: „Maar de zon hoeft er maar even bij te komen, of je zit daar heerlijk, ook met min vijf graden.”

Waar architect en Monumentenzorg het meteen over eens waren, was dat oud- en nieuwbouw moesten contrasteren. Naast het grote en zware bestaande museumgebouw zweeft nu een lichte doos met veel glas en een opvallende gevel van aluminium platen met een noppenreliëf. De nieuwbouw vult de gehele voormalige binnenplaats van het museum. Tussen oud en nieuw zit nog zoveel ruimte dat er een verbindingsstraatje is ontstaan dat dwars door het museum heenloopt en de Museumstraat met de Vest verbindt. Door de zwevende doos een beetje te kantelen, heeft de architect voorkomen dat je het gevoel krijgt door een nauwe sleuf te lopen.

Een van de grootste uitdagingen was, vertelt Postel, het loopcircuit voor de bezoekers. Dat moet logisch en helder zijn. „Je moet lekker kunnen doorlopen, zonder je voortdurend af te vragen waar je bent en waar je naartoe moet. Een goed museum staat of valt met het circuit.” Op drie plekken bevinden zich nu trappen die zorgen voor een logische route door het museum.

In de nieuwe vleugel gaat het museum de wisselende tentoonstellingen houden. De openingsexpositie gaat over de Dordtse kunstverzamelaars Leendert Dupper, Willem Hendrik van Bilderbeek en Hidde Nijland die van groot belang zijn geweest voor het museum. Aan hen dankt het museum onder meer de collectie negentiende-eeuwse schilderkunst, met topstukken van Breitner, Weissenbruch en Toorop. In de nieuwbouw vinden bezoekers ook nieuwe faciliteiten, waaronder een lounge, museumwinkel en restaurant, dat ook na sluitingstijd open is.

De museumzalen in de oudbouw zijn gerestaureerd en bieden nu permanent plek aan de eigen collectie. De topstukken hoeven niet meer, zoals voor de verbouwing, te wijken voor tijdelijke tentoonstellingen. De collectie wordt getoond in clusters met ieder een eigen thema, zoals ’Licht, lucht en water’ en ’Weemoed en verlangen’.

Meesters als Aelbert Cuyp en Ary Scheffer, de gebroeders Van Strij en de leerlingen van Rembrandt hebben er hun eigen zaal gekregen. Ook zijn in de nieuwe opstelling een zaal en twee kabinetten gewijd aan moderne en hedendaagse kunst.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden