Nieuw project 'netwerk in de sport' brengt nog geen rust aan het front

HAARLEM - Het was altijd maar een rommeltje; de arbeidsvoorwaarden die coaches, trainers en andere professionele begeleiders, werkzaam op lokaal niveau, onder de neus kregen geduwd. Vergoedingen waren er in alle soorten en maten, en weinigen die zich er echt gelukkig onder voelden.

Het was het gevolg van de structuur, zoals die met steun van het toenmalige ministerie van CRM (de voorloper van VWS) in de jaren zeventig was opgezet. De toen in het leven geroepen servicestichtingen van provinciale sportraden traden op als werkgever van het sporttechnisch kader. Die functionarissen werden gedetacheerd bij clubs, die het aan middelen ontbrak om zo'n man of vrouw, met alle ins and outs, in dienst te nemen. De willekeur was groot. Niet iedere provincie bood die service, en niet alle verenigingen konden worden bediend. Vandaar dat het stk-geld na verloop van tijd een andere bestemming kreeg. Het ging naar afdelingen en districten van nationale sportbonden. Dat stelsel functioneert naar behoren. Het lokale 'niveau' wordt daarentegen nog steeds heen en weer geslingerd tussen willekeur en oorlogjes tussen sociale partners. Een project van de WOS, de werkgeversorganisatie in de sport, moet een eind aan de onrust op de arbeidsmarkt maken. Daartoe riep ze anderhalve maand geleden in samenwerking met een aantal provinciale sportservice-stichtingen het project 'Netwerk in de sport' in het leven, waarbij in het logo 'werk' en 'sport' met hoofdletters worden geschreven om de doelstelling te accentueren.

“De betrokken sportservicebureaus voeren al sinds jaar en dag het werkgeversschap”, vertelt directeur Han Hubben van de WOS, “maar tot voor kort was de onderlinge afstemming maar matig.” Dat heeft voor een groot deel te maken met de CAO sport, die de werknemers (verenigd in de BWS en enkele andere organisaties) wel, maar de werkgevers niet voor de functionarissen op het lokale gremium wilden afsluiten. Niettemin denkt de WOS de arbeidsomstandigheden in de 'onderlaag' te “ordenen en codificeren”, zoals Hubben het uitdrukt. Vier regionale servicebureaus krijgen het instrumentarium in handen. Aan het principe verandert niet veel. “De sportservicebureaus blijven het werkgeverschap bekleden”, zegt Henk Uildriks, directeur van Sportservice Noord-Holland en in die kwaliteit nauw betrokken bij de totstandkoming van het project. “Dat wil zeggen: het bureau detacheert de werknemer. De betreffende vereniging blijft, net als vroeger, de materiële en formele werkgever. Je kunt onze positie vergelijken met die van een uitzendbureau. We oefenen het net-niet-werkgeverschap uit. We tekenen alles, behalve het arbeidscontract.”

Binnen de nieuwe constructie kunnen de werkers in de sport gemakkelijker 'jobshoppen', stelt Uildriks met zoveel woorden. “Het is het mobiliteitsverhaal. Sportverenigingen kunnen hun vacatures gemakkelijker vervullen, werknemers kunnen gemakkelijker switchen, ook tak van sport overschrijdend. Dat kan doordat de arbeidsvoorwaarden beter worden geuniformeerd. Het creëren van een pensioenfonds maakt het ook eenvoudiger om over te stappen. Door het netwerk wordt de sport op het terrein van de arbeidsvoorziening geemancipeerd.”

De rust op het front is daarmee niet een onuitwisbaar feit. De BWS (Bond voor werknemers in de sport) heeft een bom onder het project gelegd. Directeur Ton Friederichs erkent dat er op lokaal niveau iets moet gebeuren, maar het bevreemdt hem dat de BWS buiten het overleg is gehouden. “In geen enkel opzicht heeft dat plaats gevonden. Het is niet eens gezocht. Het is een puur regenteske houding die niet meer van deze tijd is.” De vakbond vreest het ergste voor de rechtspositie van de 'netwerkers'. In zijn optiek vallen ze onder de CAO sport. “Formeel is er ook de verplichtstelling om ze onder te brengen in het pensioenfonds PGM. De WOS ontkent dat echter.” Een gerechtelijke procedure om dat deel van de rechtspositie af te dwingen, is opgeschort, omdat de WOS de BWS deze week heeft uitgenodigd half september verder te praten.

De relatie tussen de beide organisaties is er een op vriesvakniveau. Dat heeft te maken met de wijze waarop vorig jaar Sportjobs de nek werd omgedraaid. Dat bureau, gespecialiseerd in arbeidsbemiddeling in de sport, werd tien jaar geleden opgericht door werkgevers en werknemers. Onder het mom dat het 'loket' geen draagvlak bij de sportbonden heeft weten te creëren, trokken de IOS (interprovinciale organisatie sport), NOC-NSF en de WOS (die nauw gelieerd is met de grootste sportkoepel) hun handen er vanaf. Ze zagen de kans schoon, omdat het CBA (centraal bureau arbeidsvoorziening) de subdisiekraan dichtdraaide. In Trouw van 27 september 1997 stelde BWS-voorzitter Joop Worrell (oud-Kamerlid van de PvdA) onomwonden dat de WOS er alle belang bij had Sportjobs om zeep te helpen: “We zijn ook niet de gezelligste jongens als we vragen hoe het met de rechtspositie zit.” Hij erkende ook dat Sportjobs een willig te vangen prooi was. “De sportsector is slecht georganiseerd. Ze is zo zwak als de mikmak.”

Volgens Uildriks zijn Sportjobs en het Netwerk in de sport twee afzonderlijke grootheden. Het netwerk heeft in zijn optiek een bredere doelstelling en functie. Het gaat ook de boer op door, samen met de WOS, voorlichtingsbijeenkomsten over uiteenlopende thema's te beleggen. “We krijgen een monitor-functie voor de noden in de sport.” Friederichs ziet wel een verband. “Veel taken van Sportjobs zijn nu ondergebracht bij Netwerk in de sport. Een paar jaar terug hebben we al tegen de WOS gezegd dat er op lokaal vlak iets moest gebeuren. Anderhalf jaar later kwam van haar de reactie dat ze nog niet zo ver was. Ondertussen werd Sportjobs de nek omgedraaid. Nu zie je dat het geld waarmee Sportjobs overeind gehouden had kunnen worden, naar Netwerk in de sport is gegaan.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden