Nieuw pleidooi voor Sportautoriteit

Niet voor het eerst klinkt de roep om een Nederlandse Sportautoriteit. NOC-NSF zou als verdeler van de geldstromen te veel macht hebben.

De nationale sportkoepel NOC-NSF verdeelt geld waarvan het zelf één van de belangrijkste ontvangers is. Die situatie kan de verhoudingen tussen NOC-NSF en de sportbonden onder druk zetten.

Dat is een conclusie in het rapport ‘Besturen als Sport’, waarin een onderzoek naar de instelling van een Nederlandse Sportautoriteit wordt aanbevolen. Deze onafhankelijke instantie zou de verdeling van en controle op de besteding van externe gelden voor de sportsector op zich kunnen nemen. Tevens kan zij erop toezien dat de sportsector transparant, efficiënt en verantwoord wordt geleid.

Het onderzoek is gehouden op initiatief van Anton Geesink. Hij is al jaren een luis in de pels van NOC-NSF, waarvan hij op grond van zijn (twintigjarig) IOC-lidmaatschap zelf bestuurslid is.

Het ‘onderzoek naar de competenties van besturen in de Nederlandse sportsector’ is in overleg met het Ministerie van VWS opgesteld onder leiding van professor Jouke de Vries van de Universiteit Leiden.

Vastgesteld wordt dat NOC-NSF en de sportbonden elkaar als concurrent zien bij het zoeken naar externe geldbronnen, bijvoorbeeld sponsors. „Dat is niet schokkend, maar het kan de verhoudingen wel onder druk zetten”, aldus een conclusie.

In 2001 leidde de groeiende macht bij NOC-NSF tot een kortstondige opstand van twaalf sportbonden. Belangrijkste punt van kritiek was daarbij de rol die de sportkoepel speelde bij het afstropen van de sponsormarkt. Het oproer werd met een goed gesprek door toenmalig NOC-NSF-voorzitter Hans Blankert in de kiem gesmoord.

In het rapport ‘Besturen als Sport’ staat als aanbeveling om de wijze van verdeling van de tientallen miljoenen centraal binnenkomend gelden binnen de Nederlandse sportsector te heroverwegen. Het gaat daarbij jaarlijks om meer dan 100 miljoen euro uit toto/lotto en overheidssubsidies. De onderzoekers liepen bij verschillende respondenten tegen de vraag op, of het wel zo gepast is dat NOC-NSF dat geld verdeelt, terwijl zij zelf belanghebbende is in die verdeling.

Het pleidooi om de verdeling van geld en het toezicht houden op correct bestuur onder te brengen in een Nederlandse Sportautoriteit, is niet nieuw. Eind 2004 werd de komst daarvan in een door de Tweede Kamer aangenomen motie van Joop Atsma (CDA) en Jan Rijpstra (VVD) al bepleit.

NOC-NSF verzette zich tegen de komst van een controlerend orgaan. Het plan werd, tegen de afspraak in, ook nooit uitgewerkt in de sportnota Tijd voor Sport. Volgens toenmalig staatssecretaris Clémence Ross was de instelling van een sportautoriteit overbodig, want die autoriteit is de overheid zelf.

Loek Jorritsma, voormalig beleidsmaker bij het Ministerie van VWS, pleit ervoor om alle functies van NOC-NSF eens goed in kaart te brengen. Op www.skxl.nl, de site waar alle Nederlandse kennis op sportgebied wordt gebundeld, opent hij een discussie over de wenselijkheid van een sportautoriteit als volgt: „Feitelijk maakt NOC-NSF misbruik van haar machtspositie en zou een sportautoriteit – zoals bepleit in de Tweede Kamer – er eigenlijk al lang moeten zijn. Maar ja, de monopoliepositie van NOC-NSF is zo sterk dat die zelfs het denken over een ‘sportautoriteit’ kan tegenhouden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden