Nieuw leven voor afdankertjes

Fotografe Daniëlle Kwaaitaal geeft afgeschreven voorwerpen uit het museumdepot een tweede leven.

Twee ouderwetse melkflessen met een plastic afsluitdop vond fotograaf Daniëlle Kwaaitaal op de zolder van het Drents Museum in Assen. En ook heel veel textiel, waaronder een raadselachtige zwarte cape. De melkflessen waren ooit achtergebleven na een tentoonstelling. De zijden cape met ragfijne borduursels kwam waarschijnlijk in een ver verleden mee met een schenking. Maar geen idee wie die omslagdoek ooit had gedragen. De gaten en scheuren zaten erin toen medewerkers van het museum het kledingstuk bij een grote opruimactie tegenkwamen. Geen museale waarde, dus weg ermee, net als met die melkflessen, luidde het onverbiddelijke oordeel.

Bijna vijfduizend van de 90.000 stukken in de collectie stootte het Drents Museum af, geheel volgens de richtlijnen van de Lamo (zie kader). Nog nooit had het museum in zijn 160-jarige bestaan iets weggedaan. Met als gevolg dat in het depot doublures lagen en voorwerpen die naar de huidige maatstaven geen museale waarde hebben, zoals karrenwielen.

Het museum vroeg eerst andere musea en historische verenigingen of er voor hen nog waardevolle spullen bij zaten. De voorwerpen die daarna overbleven, verdwenen in kisten naar de zolder, in afwachting van verkoop op een veiling.

En toen ontstond ineens het idee om een aantal van die afdankertjes nieuw leven in te blazen. Daniëlle Kwaaitaal mocht gaan grasduinen op de museumzolder. 'Schatgraven' noemt ze het zelf. "Hoezo waardeloos? Het einde van de museale status hoeft toch niet te betekenen dat voorwerpen waardeloos zijn? Je kunt ook nieuwe waarde toevoegen."

Dat heeft ze gedaan. De resultaten kunnen we nu zien op de tentoonstelling 'Above & Beyond' in het Drents Museum. Daar gloriëren veertien door het museum afgeschreven objecten in een nieuwe gedaante op levensgrote foto's van Kwaaitaal. Voor even hebben ze ook hun museale status teruggekregen.

Hoe kwam u op die museumzolder verzeild?

Kwaaitaal: "Dat was echt toeval. Directeur Annabelle Birnie van het Drents Museum kwam op bezoek in mijn atelier toen ik net bezig was met mijn End of Cycle-project. Daarvoor fotografeer ik afgedankte gebruiksvoorwerpen als kostbare objecten. De schoonheid van voorwerpen die afgeschreven zijn, heeft me altijd al gefascineerd. Terwijl ik juist de nadruk legde op de waarde van objecten die hun bestaansrecht hebben verloren, was het museum druk bezig met het ontzamelen van voorwerpen die hun museale waarde hadden verloren. Ontzamelen... ik had nog nooit van dat woord gehoord. We raakten in gesprek over wat eigenlijk de waarde bepaalt van kunst. Zo werd dit project geboren."

Kwaaitaal reisde een paar keer naar Assen om in de kisten met afgedankte spullen te struinen. Ze selecteerde 93 objecten, waarvan er uiteindelijk zestien overbleven.

Wist u toen al wat u ermee wilde doen?

"Ik had in mijn hoofd een lijstje van kunstenaars die ik wilde vragen om er nieuwe kunstwerken van te maken. Aan dat tweede leven zou ik dan nog een extra laag toevoegen, door de voorwerpen in hun nieuwe gedaante te fotograferen. Een kunstenaar zag het niet zitten, die vond het echt rommel waar hij niets mee kon. Een ander had geen tijd, maar de rest reageerde enthousiast. Ik heb kunstenaars uit verschillende disciplines gekozen, van schilder, beeldhouwer en architect tot modeontwerper en designer."

Op de vloer van haar atelier in de Amsterdamse Jordaan ligt een grote zwarte vlinder van textiel, de vleugels wijd uitgespreid. Kwaaitaal: "Dat is dus die oude zwarte cape. Toen ik hem zag, moest ik meteen aan modeontwerpster Mada van Gaans denken."

Van Gaans zag in de deels vergane omslagdoek een doodshoofdvlinder. Van de kraag van de cape maakte ze de kop en voelsprieten. De stof van de cape is zo fragiel, dat bij elke aanraking een stukje vergaat. Als een van de Italiaanse windhonden van Kwaaitaal op de vlinder stapt, wordt hij dan ook streng tot de orde geroepen.

Kwaaitaal: "In deze transformatie komt eigenlijk het hele project samen. Aan de cape die als verloren moest worden beschouwd, heeft Mada een nieuwe waarde toegevoegd door er een vlinder van te maken. Ik heb de vlinder zwevend in de ruimte gefotografeerd. Daardoor blijft een object dat was afgeschreven toch voor eeuwig bestaan. Het mooie is dat het Drents Museum deze foto ook heeft aangekocht. De cirkel is dus rond."

Op een tafel in het atelier staan flessen van wit en roze porselein, gemaakt door kunstenaar Simone Boon. Ze maakte een hele serie afgietsels van de twee melkflessen die Kwaaitaal aantrof op de museumzolder.

Museumdepots puilen vaak uit. Dat is ook niet gek als je zelfs melkflessen zonder enige museale waarde bewaart.

Kwaaitaal: "Ik heb me daar ook over verbaasd. De flessen bleken afkomstig uit de Tiger Plastic-collectie die in 1983 is tentoongesteld in het museum. Die Tigerfabriek stond in Drenthe. Het waren rekwisieten bij die expositie. Ik was benieuwd hoe Simone Boon, die veel werkt met keramiek en porselein, de schoonheid van deze klassieke flessen tot nieuw leven zou kunnen wekken. Toen hier de doos binnenkwam met haar porseleinen flessen, zat er op één fles een briefje van Simone geplakt: 'Deze mag kapot, maar liever niet'. Ik heb die fles meteen buiten op de stoep kapot geslagen. Dat briefje kwam als geroepen, want ik wilde die melkflessen fotograferen als een oer-Hollands stilleven, maar wel met een twist erin." Ze laat de print zien van de foto die ze ervan maakte. De scherven vliegen door de lucht.

En zo is over elk voorwerp een verhaal te vertellen?

"Ja, neem nou die rollen met linnen die ik vond. Prachtig oud linnen, met bloed- en andere vlekken erin. Drenthe is een arme provincie en linnen was erg kostbaar, dat werd heel lang bewaard en ging mee in de erfenis. Vaak staan er ook initialen in. Ik heb de schilder Jasper Krabbé gevraagd: kun je hier iets mee. Bleek dat hij daar al heel lang naar op zoek was. Hij heeft de stof heel waterig beschilderd met geisha-achtige portretten. Maar ik vond de achterkant veel mooier, die heb ik gefotografeerd."

En dat oude karrenwiel?

"Dat heb ik samen met een krukje dat werd gebruikt als drager voor een ton, aan Hans van Bentem gegeven, die sculpturen en lichtobjecten maakt. Hij had niets met wat hij zelf het 'boerenbonte karrenwiel en tonnendragertje' noemt. Hij kwam hier aanzetten met een glazen oog en nog wat attributen uit zijn atelier en dat heeft geleid tot een abstract object, een heel weird ding is het geworden. En dan waren er ook nog twee gloeilampen van Philips, hele grote, waarvan ontwerper Marc de Groot een lichtobject heeft gemaakt. Het hangt nu boven zijn bureau."

Ze laat een röntgenachtige foto zien van een kinderjurkje. "Een prachtig werk van Hinke Schreuders, die ik een oud wit jurkje had gegeven. Ze borduurde er een meisjesfiguurtje op, een subtiele verwijzing naar het meisje dat hier lang geleden in rondliep."

Hadden de kunstenaars de vrije hand? Het moest natuurlijk wel fotogeniek zijn wat ze maakten.

"Ik heb geen enkele voorwaarde gesteld, behalve dat het te fotograferen moest zijn. Alleen wilde ik geen menselijke figuren gebruiken in de fotografie. Er zat ook een doodshemd bij, dat vroeger bij de geboorte van een baby cadeau werd gegeven. Liselore Frowijn heeft het bewerkt. Maar als je zo'n hemd fotografeert, herken je daar natuurlijk een mensfiguur in. Daarom heb ik het in de lucht gegooid en laten zweven, waardoor het een heel andere vorm kreeg."

Wat kan de museumwereld leren van dit project?

"Veel musea worstelen met het ontzamelen, omdat het gaat over ons cultureel erfgoed, waar we zuinig op moeten zijn. De museumwereld heeft daarvoor regels opgesteld. Het verbaasde me dat kunstenaars daarin geen enkele rol spelen. Met dit project laat ik zien dat kunstenaars heel anders kijken naar afgeschreven voorwerpen dan musea, kunsthistorici en archeologen. Als geen ander zijn ze in staat in deze objecten ook de grondstof te zien voor nieuw werk of nieuwe ideeën. Ik heb er bij de Museumvereniging voor gepleit om voortaan ook kunstenaars inzage te geven in de database van af te stoten objecten. Nu worden die uitsluitend beoordeeld op hun museale waarde.

"Voor kunstenaars kunnen die spullen ook heel inspirerend zijn of zelfs leiden tot een wending in hun carrière. Zo wil Jasper Krabbé meer gaan werken met oude linnen lappen. Voor Simone Boon zijn die oude melkflessen een bron van inspiratie."

Heeft het Drents Museum net het depot opgeruimd, komen sommige afdankertjes toch weer - oneerbiedig gezegd - opgepimpt terug.

"Het is niet zo dat de voorwerpen terugkeren, die blijven bij de kunstenaars. Ze worden ook niet getoond op de tentoonstelling. Daar zijn alleen mijn foto's te zien. Daarin heb ik de voorwerpen ook niet een op een vastgelegd. De scherven van de fles vliegen in de lucht en de cape zweeft, waardoor de foto's echt op zichzelf staan en nog een extra laag toevoegen aan de afgeschreven voorwerpen. Van gebruiksvoorwerp naar autonoom kunstwerk."

Het gaat nu om anonieme gebruiksvoorwerpen en kunstnijverheid. Krijgt dit project een vervolg? Er liggen ook nog duizenden schilderijen uit de BKR-tijd in de depots.

"We hebben bewust gewerkt met anonieme objecten, omdat ons dat de vrijheid gaf om ermee te doen wat we wilden. Anders krijg je te maken met auteursrecht, dat is toch een heel ander verhaal."

"Het vervolg zit voor mij in de discussie die er hopelijk komt over dit project. Dit is een tentoonstelling met een missie. Met mijn foto's vraag ik aandacht voor objecten die weg moeten, omdat musea niet genoeg geld hebben om hun collecties te handhaven. Wat bepaalt eigenlijk de waarde van kunstvoorwerpen? Hoe gaan we om met ons erfgoed? Dat zijn de vragen waar het echt om gaat op deze tentoonstelling.

"Ik hoop dat mensen daarover gaan nadenken, als ze zien dat je ook anders kunt kijken naar afgeschreven voorwerpen en ze zelfs een nieuw leven kunt geven."

De tentoonstelling Above & Beyond is t/m 4 september te zien in het Drents Museum in Assen.

Volle depots en de noodzaak om de collectie op peil te houden, zijn voor musea vaak redenen om stukken af te stoten. Daarvoor gelden strenge regels, vastgelegd in de Lamo, de leidraad voor het afstoten van museale objecten. Die richtlijn is een paar jaar geleden aangescherpt, na de verkoop door MuseumGouda van het schilderij 'The Schoolboys' van Marlene Dumas. Uit financiële nood liet het museum het werk in Londen veilen (voor 9 ton), zonder het eerst aangeboden te hebben aan andere musea. Musea zijn nu verplicht alle af te stoten stukken aan te melden in een database, zodat collega's snel zien of er iets bij zit dat zij graag willen hebben. Als zich na twee maanden geen belangstellenden hebben gemeld, mogen de werken verkocht worden, tenzij ze een beschermde status hebben. Werken van nationaal belang mogen alleen verhuizen naar een ander Nederlands museum.

Daniëlle Kwaaitaal

In 1991 studeerde Daniëlle Kwaaitaal (Bussum, 1964) af aan de audiovisuele opleiding van de Rietveld Academie met foto's van haar eigen lichaam. Die had ze handmatig gemonteerd en vervolgens met de computer bewerkt. Ze was een van de eerste kunstenaars die met Paintbox, de voorloper van Photoshop, ging experimenteren met digitale fotobewerking. Het vrouwelijk lichaam, schoonheid en water zijn belangrijke thema's in haar werk.

Ze is vooral bekend door haar dromerige foto's en videofilms van vrouwen in sluierachtige gewaden en bloemen onder water en een onderwatersprookje met Ellen ten Damme in de hoofdrol. Voor Schiphol ontwierp ze een grote compositie op glas. Haar werk is opgenomen in verschillende bedrijfscollecties en musea.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden