Nieuw leven en nieuwe gedaante voor ’Granida’

Joffers en voedster (Marcel Beekman, rechtsvoor). (FOTO MARCO BORGGREVE) Beeld
Joffers en voedster (Marcel Beekman, rechtsvoor). (FOTO MARCO BORGGREVE)

Stichting Ipermestra, La Sfera Armoniosa, solisten olv Mike Fentross met ’Granida’ van P.C. Hooft in een regie van Wim Trompert op 6/4 in Stadsschouwburg Amsterdam. Nog vijf voorstellingen t/m 24/5. Uitzending via Radio 4 op 6/5 vanaf 13.00 uur. www.granida.info

Afgelopen augustus verzuchtte regisseur Wim Trompert in deze krant dat ’iedereen P.C. Hooft kent, maar niemand zijn stukken’. Sinds dinsdagavond verandert dat wellicht. In de Amsterdamse Stadsschouwburg ging in aanwezigheid van koningin Beatrix Hoofts herdersspel ’Granida’ (1605) in een mooie en aanstekelijke enscenering in première. Meer dan de helft van het verhaal werd gezongen. Als opera dus. Of toch niet?

Voor Trompert ging een langgekoesterde wens in vervulling om ’Granida’ op de planken te brengen en wel in de gedaante van een ’opera’. Onderzoek van Natascha Veldhorst en muzikaal leider Mike Fentross leverde extra muziek op, nadat Louis Grijp tien jaar geleden al de melodieën voor de gezongen delen in het stuk in kaart bracht.

Die muziek geeft het verhaal vaart en afwisseling. Fentross’ ensemble La Sfera Armoniosa – zeven musici – zit op de bühne, in kostuum, en maakt soms onderdeel uit van de actie. Die actie is door Trompert slim en esthetisch uitgedacht, met een paar goed op de tekst uitgespeelde grappen. Decor (Eric Goossens), kostuums (Mirjam Pater) en licht (Uri Rapaport) roepen herinneringen wakker aan Cavalli’s ’L’Ipermestra’ waarmee hetzelfde team in het Festival Oude Muziek zoveel indruk maakte.

Dát was een echte opera, maar om ’Granida’ onder het genre te scharen, dat gaat misschien wat ver. Operacomponisten schreven hun opera’s immers op een speciaal gemaakt libretto, terwijl hier precies het tegenovergestelde is gebeurd. Bovendien heeft de titelheldin, een Perzische prinses, meer dan een uur lang muzikaal niets te doen. Pas ná de pauze begint Granida te zingen. Dat lijkt me vreemd. Er is weliswaar een vergelijkbaar geval – Puccini’s Chinese prinses Turandot doet haar mond in de eerste akte ook niet open – maar dat is een weloverwogen dramaturgische beslissing die in ’Granida’ niet aan de orde is.

En zo roept de voorstelling meer vragen op. Op bepaalde plekken in de tekst, daar waar Hooft naast eindrijm ook veel binnenrijm gebruikte, ontdekten de makers een strakker ritme dan in de overige dichtregels. Het vermoeden dat daar ook muziek geklonken heeft, getuigt meer van een soort tunnelvisie (er zal en moet zoveel mogelijk muziek gevonden worden) dan van musicologisch inzicht. Deze ’rapmuziek’ van Fentross klonk in ieder geval naar niets dat uit die tijd bekend zou kunnen zijn.

Verantwoord of niet, het levert soms wel erg leuke dingen op, zoals bij de Perzische prins Tisiphernes (Martin Stritzko) die in zijn ’raps’ soms heerlijke oosterse melisma’s mag aanbrengen. Marcel Beekman heeft de lach aan zich hangen en excelleert in de travestierol van voedster. Verder valt vooral op, dat de enige ’echte’ acteur verreweg het best overweg kan met het oud-Nederlands van Hooft. Carol Linssen (Coning) beheerst het declameren tot in de vingertoppen en maakt van zijn teksten soms pure muziek. Bijna alle zangers komen in vergelijking met Linssen als acteurs wat stijfjes en plichtmatig over.

Jeroen de Vaal (herder Daifilo) speelde na een val op de generale repetitie met een arm in het gips. Hij zong zijn serenade aan Granida prachtig verstild. Granida zelf kreeg mooi lijf en stem van Tania Kross.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden