Column

Nieuw bindmiddel patriottisme is een gevaarlijke weg

Een beetje patriottisme is niet slecht voor de samenleving, maar juist de kracht ervan. Dat zei CDA-Kamerlid Pieter Heerma deze week.Beeld anp

Patriottisme is in het politieke debat in Nederland nog steeds een beladen begrip. Het CDA-Kamerlid Pieter Heerma gaf daar blijk van, toen hij deze week in het Kamerdebat met minister Asscher (integratie) zei 'dat een gezond en bescheiden patriottisme niet slecht is, maar een kracht van de samenleving'.

Die schoorvoetende omarming van het begrip zagen we eerder bij de sociaal-democraat Wouter Bos, die in 2009 pleitte voor een 'beschaafde vorm van patriottisme', en bij de liberaal Van Aartsen, die zich tien jaar terug uitsprak voor een 'neo-patriottisme'.

De relativering is begrijpelijk vanuit de nationale geschiedenis. Aan de patriotten die in de Frans-Bataafse tijd (1795-1813) voor een democratische republiek ijverden, kleeft vanwege hun strijd tegen de Oranjes nog altijd, zij het ten onrechte, het beeld van landverraders. Voor zover het begrip gelijk wordt gesteld aan nationalisme heeft de bloedige Europese geschiedenis in de vorige eeuw tot terughoudendheid gedwongen. Zoals Heerma, al dan niet doelbewust, duidelijk maakte bestaat er ook een ongezonde en onbescheiden vorm van patriottisme.

Tegenwicht
In zijn visie staat het begrip voor gemeenschapszin en burgerzin, die tegenwicht kunnen bieden aan een doorgeschoten individualisme. Burgers moeten zich niet alleen op hun rechten beroepen, maar ook de verantwoordelijkheid blijven voelen voor het geheel. In dit perspectief beriep hij zich terecht op de Franse denker Montesquieu, die de vaderlandsliefde beschouwde als de politieke deugd van toewijding aan de publieke zaak en liefde voor de wet voor wie iedereen gelijk is.

Volgens Montesquieu kon een democratie niet zonder deze deugd, omdat zij van deze staatsvorm de aandrijvende kracht is. Heerma prees bij minister Asscher het boekje 'Burgerschap en burgerzin' uit 1952 aan, dat voor een deel die geest ademt. Gemeenten reikten het destijds uit aan inwoners die de kiesgerechtigde leeftijd bereikten. Het geeft inzicht in ons democratisch bestel, propageert een actief burgerschap, maar appelleert ook aan gevoelens van nationale trots.

Patriottisme als deugd kan dus snel overgaan in patriottisme als sentiment en dan is het andere koek. In het Nederland van de jaren vijftig werd het kennelijk niet als een probleem ervaren dat de overheid zich, zij het bescheiden maar niet waardevrij, met de opvoeding van haar burgers bezighield. In zijn boek 'Een seculiere tijd' beschrijft de Canadese filosoof Charles Taylor hoe gezin, kerk en staat elkaar toen nog als vanzelf ondersteunden. Het gezin was de plek waar de kinderen werden opgevoed tot goede staatsburgers en kerkgangers, religie was de bron van de waarden die zowel het gezin als de samenleving inspireerden, en de staat was de verwezenlijking van die waarden.

Bindmiddel
In de ontzuilde, verweesde of als seculier aangeduide samenleving zijn die verbindingen grotendeels verbroken. Patriottisme wordt gezien als nieuw bindmiddel en de verbeelding daarvan is de inzet van partijpolitieke rivaliteit geworden. Hoewel links vanouds beducht is geweest voor nationalisme, mengde PvdA-aanvoerder Bos zich zes jaar terug in de strijd met het argument dat nationale trots geen exclusief bezit van rechts is.

Het is duidelijk dat de traditionele volkspartijen in het ontzuilde Nederland aan bindingskracht verliezen. Dat geldt in relatieve zin ook voor de VVD, die rond de eeuwwisseling verwachtte dat de losgeslagen kiezers haar als gebraden duiven in de mond zouden vliegen. Dat is niet gebeurd, mede door toedoen van een nieuwe rivaal op het toneel die aan relativeringen een broertje dood heeft en zich zonder omhaal patriottisch noemt.

De vraag is of VVD, PvdA en CDA de strijd op dit vlak kunnen winnen zonder Montesquieu of hun eigen principes te verloochenen. Van Aartsen bezag als VVD-voorman zijn neo-patriottisme als een nieuw zingevend kader voor een seculiere samenleving en als een overkoepelende identiteit van alle Nederlanders. De staat, door de liberalen vanouds gewantrouwd, kwam in zijn visie een sturende en voortrekkende rol toe deze identiteit vorm te geven. Ook Heerma, sprekend voor de 'partij van de samenleving', suggereerde dat het uitdragen van 'onze leidende cultuur' een taak van de overheid is. Zij mag niet alleen van immigranten eisen zich 'de waarden en normen van onze joods-christelijke cultuur' eigen te maken, maar moet ook de autochtone burgers daarmee opvoeden. Zou het niet verstandiger zijn als deze drie partijen weer eens bij hun eigen gedachtegoed te rade zouden gaan?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden