Nietzsche / Medelijden

,,'Waarom ik zo wijs ben? (..) Ik heb van mijn wil om gezond te zijn, om te leven, mijn filosofie gemaakt. (..) Pas de ziekte heeft mij intelligentie bijgebracht', schrijft Nietzsche in zijn autobiografie 'Ecce Homo' (vertaling Pius Drijvers, pagina 15). Hij heeft zich daarmee als een van de weinigen beschreven als het subject van ziek zijn. Filosofen en theologen zijn meestal zelf gezond, of stellen zichzelf ondanks hun ziekte niet brutaalweg als subject van ziek zijn, om van daaruit hun beschouwingen te beginnen, zoals Nietzsche deed.

door Dick Stap en ziekenhuispredikant

Dat is ook lastig. Want zieken zijn in de christelijke cultuur niet primair het subject, maar het object van normen en waarden, zoals het medelijden en de plicht tot zorg. Zieken behoren bij het bijbelse rijtje van 'de minsten', aan wie het goede moet worden verricht en niet andersom.

Het fascinerende van Nietzsche is, dat hij, ook weer in 'Ecce Homo', laat zien wat er gebeurt als je dat wel andersom doet.

Nietzsche sprak daarbij uit levenslange ervaring. Al in zijn vroege brieven vallen de klachten op over hoofdpijn en 'Katharr'. Rond 1865 moet hij syfilis hebben opgelopen, die vermoedelijk verantwoordelijk was voor zijn hoofdpijnen, maag- en darmklachten, reumatische pijnen en zijn bijna blindheid, die overal in zijn brieven zijn te vinden, tot aan zijn waanzin, in Turijn in 1890. Tegen die achtergrond laat Nietzsche zien, hoe bijvoorbeeld medelijden en ressentiment uitwerken in de subjectieve ervaring van ziekzijn.

Medelijden deprimeert. Het laat je in het ergste geval geen baas meer zijn over je eigen bestaan. Dan is het een vorm van machtsuitoefening die vooral je onmacht benadrukt. Ook wrok over ziekte werkt verlammend en legt het accent op zwakte in plaats van op kracht.

Ziekte brengt je in verval, dat is onmiskenbaar zo. Maar het gaat erom dat je daarin niettemin toch ook je vitaliteit ontdekt. Daarmee kun je de strijd aanbinden, met moedeloosheid, pessimisme en de antipathie tegen jezelf. En daarbij duikt als vanzelf ook 'de wil tot de macht' over je eigen leven op, om in ieder geval geestelijk geen duimbreed toe te geven aan de 'decadentie' van ziekte, zolang als dat gaat.

Omdat medelijden en zorgplicht christelijke deugden zijn, kun je uit Nietzsches psychologische opmerkingen ook theologische conclusies trekken. Waar de uitoefening van de objectieve deugden de vitaliteit en levenslust van zieken blijkt te smoren, is in de subjectieve ervaring geen plaats meer voor de God van het leven. Dan geldt in het ziek zijn heel existentieel Nietzsche's beroemdste woord voor de god, die vooral om het medelijden draait: 'God is dood. Wij hebben hem gedood.' Geloven kan zo immers geen manier zijn om je eigen vitaliteit in het ziekzijn te verbinden met het beeld van de God van het leven.

Er ligt daarom voor mij een interessante uitdaging in deze 'omwaardering van alle waarden' van Nietzsche, voor een theologie die van binnenuit en van onderaf de subjectieve ervaring van ziek zijn wil proberen te verhelderen. Dat maakt van Nietzsche natuurlijk geen gelovige. Maar, zoals Nietzsche's leerling, de schilder Salvador Dali, schreef: soms kun je beter iets vragen aan ongelovige genieën dan aan gelovigen zonder genie.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden