Nietzsche en het kwalijk riekend aapje

Wie enigszins op de hoogte is van de levensgeschiedenis van Friedrich Nietzsche zal zich deze martiale filosoof nauwelijks kunnen voorstellen als minnaar - en wie hem slechts van de foto kent al evenmin: de fenomenale walrussnor lijkt een onoverkomelijke barrière voor elk amoureus contact. Anderzijds, onze eigen Bolland wordt met zijn snorrebaard, die beslist niet onderdoet voor die van Nietzsche, in Willem Otterspeers veelgeprezen biografie een 'vanger van vrouwen' genoemd (het gehoor van zijn drukbezochte colleges bestond voor een derde uit vrouwen - niet slecht voor het begin van de twintigste eeuw!) We moeten dus niet al te snel eigentijdse smaakoordelen op het meer of minder recente verleden loslaten, immers: andere tijden, andere zeden.

Er is nog iets wat men zich bij Nietzsche nauwelijks kan voorstellen, namelijk dat hij jong is geweest; hij is de spreekwoordelijke puer senex, hij is oud geboren. Ondanks de wilde, strijdlustige, dreigende blik waarmee hij ons op zijn foto's aankijkt, wil het er bij ons maar niet in dat hij zich ooit aan baldadigheid, laat staan aan vandalisme en zinloos geweld zou hebben schuldig gemaakt. Hij was als kind een bovenste beste knul, een Musterknabe, en als man was hij, zoals we weten uit de vele getuigenissen, uiterst beleefd en voorkomend. Je zou dus verwachten dat hij voor veel moeders de ideale schoonzoon was. Maar er waren twee beletsels: hij had noch een geregelde bron van inkomsten noch een vaste woon- of verblijfplaats.

Nu willen verschillende biografen ons doen geloven dat hij wel degelijk een (trouwens beslist niet meer dan één) amoureuze affaire heeft gehad, die zelfs zou zijn uitgemond in een kus. De 'gelukkige' was de legendarische Lou Salomé, een Russin, geboren in Sint-Petersburg, van burgerlijke afkomst.

Ze was net 21 geworden toen Nietzsche haar ontmoette, ze was fris, intelligent, levenslustig en wist wat ze wilde. Haar voornaamste drang was leergierigheid; die bevredigde ze niet door middel van boeken, maar bij voorkeur via persoonlijk contact. Ze was dus voortdurend op zoek naar leermeesters, en met dat doel reisde ze door heel Europa. Zo komt ze in Rome terecht bij de destijds befaamde feministe Malwida von Meysenbug. Daar stuit ze op Paul Rée, een goede vriend van Nietzsche, zeer geleerd en zeer gewillig die geleerdheid over te dragen, zeker aan een attractieve jongedame als Lou. En het onvermijdelijke gebeurt, Rée valt voor Lou en doet haar een huwelijksaanzoek. Maar Lou is niet op liefde uit, laat staan op een huwelijk: ze hongert naar kennis. Ze wijst het aanzoek af.

Nietzsche, getipt door zijn vriendin Von Meysenbug, die al eerder pogingen heeft gedaan om hem te koppelen aan een dame (met geld), spoedt zich naar Rome. In april 1882 ontmoeten Nietzsche en Lou elkaar in de Sint Pieter. ,,Vanaf welke sterren zijn wij elkaar hier toegevallen?'', moet de romantische Nietzsche tegen haar hebben gezegd. En ook hij raakt verliefd op haar, en doet haar een aanzoek, en uitgerekend Rée moet de boodschap overbrengen. Ook nu wijst de jonge Russin het aanzoek af; ze heeft andere plannen: een leergemeenschap à trois, vanzelfsprekend onder toezicht van een chaperonne, en wel in Parijs, de volgende winter.

Maar eerst reizen Lou en Nietzsche samen (maar niet alleen) naar het noorden en maken zij een tussenstop in Noord-Italië, in Orta om precies te zijn. Daar slagen ze erin zich voor enkele uren te ontworstelen aan de wakende blik van moeder Salomé. Ze maken een amoureuze wandeling op de Monte Sacro, waar Nietzsche naar eigen zeggen ,,de meest zoete droom van zijn leven beleeft''.

Voor veel biografen is dit aanleiding geweest tot allerlei min of meer wilde speculaties. Als Lou vijftig jaar later gevraagd wordt of Nietzsche haar tijdens dat romantische samenzijn gekust heeft, antwoordt ze met enige koketterie: ,,Misschien.'' Daarmee blijft dit mysterie, dat in de Nietzsche-literatuur het Lou-Erlebnis is gaan heten, onopgelost.

Van de studiewinter in Parijs komt niets terecht. Nietzsche en Rée, die evenveel recht op de jonge Russin menen te hebben (terwijl er geen sprake is van enig recht) raken gebrouilleerd. Lou Salomé vervolgt ongebroken haar weg naar de hogere kennis en zal nog in contact komen met enkele groten uit de geestesgeschiedenis, onder wie Rainer Maria Rilke en Sigmund Freud. Ook met dezen zal de relatie zuiver platonisch blijven (net als die met haar wettige echtgenoot, de oriëntalist Friedrich Andreas, naar het schijnt).

En Nietzsche? Hij blijft tot zijn dood de vrijgezel die hij was. En als hij in 1889 tot waanzin vervalt wordt hij tot zijn dood, in 1900, verzorgd door de enige vrouw die echt van hem gehouden heeft, zijn proto-fascistische en antisemitische zuster Elisabeth.

In een brief uit 1883 noemt hij Lou ,,dit dorre, smerige, kwalijk riekende aapje met haar valse borsten'' en bewijst hij eens te meer dat hij niets van vrouwen begrijpt en ze niet 'verdient. Nietzsche en de vrouwen - het thema laat de grote filosoof bepaald niet van zijn voordeligste kant zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden