Niets Vlaamser dan het frietkot

(Trouw)

De aardappel komt uit Zuid-Amerika, maar het idee om hem te frituren is Belgisch, claimt het Frietmuseum in Brugge.

Het is een prima idee om in het Jaar van de aardappel (uitgeroepen door de Verenigde Naties) een frietmuseum te openen. Maar eigenlijk zouden de Belgen die aanleiding helemaal niet nodig moeten hebben. Wie België zegt, denkt al gauw aan die krokant gebakken goudgele reepjes aardappel. Het is wonderbaarlijk dat onze zuiderburen al niet veel eerder dan 2008 een tastbare ode aan ’hun’ friet hebben gebracht.

Dat het toch is gebeurd – in mei van dit jaar – is puur toeval. „Mijn vader had net een fraai middeleeuws pand in het centrum van Brugge gekocht, de Saaihalle, en zocht daar een goede bestemming voor”, vertelt Cédric van Belle in zijn museum. „Wij waren volop bezig met het opzetten van ons chocolademuseum, toen een paar Amerikanen naar hier kwamen die in eigen land al een aardappelmuseum hadden en iets dergelijks wilden doen in België. Tijdens de gezamenlijke maaltijd – steak met friet – is het idee geboren. Wij hebben het verder uitgewerkt. In een jaar tijd is dit museum opgezet. Het is inderdaad ongelooflijk dat het pas de eerste in de wereld is.’’

De tocht door het museum begint bij de aardappel en zijn geschiedenis. De eerste tekenen van de aardappel stammen van 10000 jaar geleden. In graven in zuidelijk Peru – het stamgebied van de aardappel – werden dergelijke knollen gevonden. Alleen al in Peru zijn er zo’n 4000 wilde soorten bekend. Een aantal van deze (nagemaakte) knollen worden getoond.

De vreemde kleuren en bizarre vormen hebben bijpassende namen: Yuraq Llumchuy Wagachi, Puka Nata of Kuntur Warmi. In niets lijken ze op ons bintje, eigenheimer of Irene. „Als je als vrouw die bobbelige knollen kon schillen, was ze geschikt voor het huwelijk’’, zegt Van Belle glimlachend. Verder staan er verscheidene oude Inca-vazen die verschillende vormen van de aardappel voorstellen.

In de zestiende eeuw brachten de Spanjaarden vanuit Zuid-Amerika de aardappel naar Europa. Daar werd de plant aanvankelijk zeer argwanend bekeken. De bloemen vond men mooi, maar die ondergronds groeiende knollen werden betiteld als ’testikels van de duivel’.

Pas later viel men voor de aardappel en werd hij basisvoedsel. Terecht, de makkelijk te telen knollen bevatten zeer veel voedzame stoffen. Inmiddels is de aardappel na tarwe, rijst en maïs het vierde voedingsgewas ter wereld.

Over de oorsprong van de friet is men het niet eens. Belgen en Fransen claimen het geboortebewijs, maar ook Spanjaarden zeggen – ietwat bescheidener – dat het populaire voedsel bij hen weg komt. Het Brugse Frietmuseum gaat uiteraard voor de Belgische versie. Bewoners van de Maasoever waren al eeuwen gewoon kleine visjes te bakken alvorens ze op te eten. Toen de winters rond 1750 strenger en strenger werden, de Maas steeds langer bevroren bleef en de visjes daardoor onbereikbaar waren, besloot men aardappels in visvorm te snijden en die gefrituurd en wel als nepvis op te dienen. Voilà, patates frites, een naam die later in vele verbasteringen zijn weg over de wereld vond.

Wat verderop leidt het pad omhoog langs patatsnijders, frituurpannen en hele bakwanden zoals die bij de eerste frituren – frietkotten op zijn Vlaams – zijn gebruikt. Hoe worden de verschillende frietsauzen gemaakt? Waar komen ze vandaan? Het wordt uitgelegd.

Strips waarin friet een rol speelt, speelgoed waarin friet is verwerkt en zelfs schilderijen met het eetbare spul worden getoond. Wat je mist is literatuur waarin friet figureert. Wie wil nou niet weten dat Gerard Reve ergens in zijn boeken het spul pesterig Petiet Frat noemde?

Midden in het zaaltje is zo’n frietkot nagebouwd, maar die is te clean om indruk te maken. De wand met foto’s van tientallen verschillende frietkotten ontroert meer. Het lijkt een blik in het verleden, maar ze bestaan nog steeds. De meeste staan op instorten, maar de Belgen komen er wat graag, vertelt Van Belle. „Het is een ontmoetingsplek. Je ziet er iedereen, bouwvakkers van de overkant, meneren met stropdassen, mevrouwen met bontstola’s.”

Je krijgt er honger van. Beneden in de gewelfde kelder van het gebouw is daarom een frituur ingericht waar de bezoeker een frietje kan eten, met of zonder Belgische snack.

Twee derde van de bezoekers, onder wie vele Nederlanders, doet dat ook. Het valt wat tegen. Het haalt het niet bij de Vlaamse friet van Manneken Pis op het Utrechtse Vredenburg. Maar die is dan ook al twee jaar achtereen uitgeroepen tot de beste van Nederland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden