Niets mis met De Biesbosch

Nadat de veerman Monica Wesseling heeft overgezet aan de andere kant van de Merwede is ze al snel alleen met de vogels. "En met het water. Met heel veel water."

Er is iets grondig mis met de Nationale Parken, zo laat een wijze commissie ons weten. De natuur verloedert, regie ontbreekt, er is geen toekomstvisie. Landschappen om trots op te zijn dreigen voltooid verleden tijd te worden.

Het is ernstig, zeer ernstig en de tijd dringt. En dus: op onderzoek uit. Om te bezien of er nog iets valt te redden en of het eigenlijk wel zo nijpend is als verluidt.

De keuze naar welk Nationaal Park te gaan is snel gemaakt; De Biesbosch, een gebied met een oer-Hollandse historie, ontstaan in de eerste helft van de 15de eeuw. Een gebied bovendien waar grote waterwerken plaatsgrijpen, al net zo Hollands als hagelslag en Zwarte Piet.

De keuze geeft het eindoordeel echter wellicht een voorsprong en dus nemen we ook een handicap. Het weer. De lucht is laag en leigrijs, de mist verkleumend en de temperatuur winters.

Dralend bij de koffie stellen we alvast een lijstje op waaraan een goed Nationaal Park naar ons idee moet voldoen om meteen te constateren dat De Biesbosch qua bereikbaarheid met openbaar vervoer een minnetje krijgt. De buurtbus vanuit Dordrecht rijdt alleen afgrijselijk matineus en in de avondschemer, dus huren we een fiets. En ja, zoals zo vaak kent het nadeel ook een voordeel: de route naar de pont over de Merwede is een genot. De akkers en weiden zijn groot en verlaten, de weg recht en leidend naar een onbestemd vrijbuitersland, de Kop van het Land geheten.

De veerman is vriendelijk en vraagt luttele centen en korte tijd later staan we aan de overkant. Heel even nog zijn er passerende auto's van mensen op doortocht, maar weldra zijn we alleen met de vogels. En met het water. Heel veel water. Links van ons de Kleine Noordwaard, het gebied waar in 1996 werd begonnen met natuurontwikkeling teneinde de enorme rijkdom van het voormalig getijdengebied weer enigszins terug te winnen. Ruim 600 hectares akkergrond werd vergraven en de Merwededijk op twee plekken doorgestoken waardoor een schitterend mozaïek van land en water ontstond.

De mist ontneemt ons de verte maar de decibellen en toonhoogten verraden honderden ganzen en eenden. Een beetje te geciviliseerd voelt het nog wel want we lopen op een fietspad, maar ook daaraan komt snel een eind. Na de sluis mogen we de bagger in, de polder Jantjesplaat, ook al een palet van half verdronken land en water. Op het donkergekleurde nat tientallen knobbelzwanen, althans de achterkanten ervan en boven ons ruziën kraaien en een buizerd met onrust in het lijf. Verdronken wilgen staan ongelooflijk mooi te wezen en het park krijgt opnieuw een plusje op zijn conduitestaat. Temeer daar keurige bruggetjes en goed uitgemaaide paden ons aangenaam faciliteren.

Gegeneerd bewonderen we de ruim honderd door ons opgeschrikte meerkoeten die rennend over het water ijlig proberen op te stijgen en daarbij witte schuimige golfjes op het water toveren. We slingeren over dijkjes door het water en verbazen ons in het verhaal van boswachter Thomas van Es van Staatsbosbeheer die we toevallig tegen het lijf lopen. Polder Jantjesplaat, voor ons toch puur natuur, is bijna 'per ongeluk' ontstaan. "Er was klei nodig voor waterwerken in de voormalige landbouwpolder de Noordwaard. Die polder is namelijk afgegraven om in het kader van Ruimte voor de Rivieren een betere doorstroming te realiseren. De Noordwaard kan bij hoogwater op Rijn (Merwede) zoveel water bergen dat de waterstand bij Gorinchem met 30 centimeter daalt." Hij maant ons vooral op de zeearend te letten, vaste gast in deze tijd van het jaar.

Stilte en schoonheid zijn hier dik in orde en de positieve beoordelingen stapelen zich op. Klaar voor de volgende etappe; een laarzenpad door een wilgenvloedbos aan de oever van de Merwede. Vóór de Deltawerken, toen De Biesbosch nog een tijverschil van twee meter kende, werden hier grienden (wilgetakken) geteeld. Van het machtig tij rest slechts 20 centimeter en dat is te weinig voor een gezond griend. Wilgetenen waren bovendien niet zo hard meer nodig. De wilgen schoten op en door, verjongden en stierven, en ruigte en kruiden namen bezit van elk stukje kale klei.

Het pad is zompig. Dikke klonten klei maken de tred gelijk die van het Monster van Frankenstein; natte planten slierten langs broek, jas en gezicht. De buitenwereld is mijlenver en we verblijen ons in een gebrek aan angst. Argeloos kliederen we door het oerwoud van eigen bodem. Een vervallen bankje is artistiek zeer verantwoord maar voor recreatief gebruik ongeschikt en doet daarmee een negatief oordeel op de beoordelingslijst verschijnen. Maar dan opeens, bij een kreek vanuit de Merwede zijn er die weversbomen, levensgroot en onbetwist. Drie afgeknaagde wilgen, een glijbaan het water in en een berg takken als burcht. Min wordt bonusplus.

Schoonheid vergt onderhoud en ook dat aspect achten we in orde. Want nabij het (voor een opknapbeurt tijdelijk gesloten) Biesboschmuseum werken enorme bulldozers aan nog meer natte Biesboschnatuur. De oriëntatietafel die op de terugtocht naar de pont nog even wordt bekeken krijgt ook al een voldoende. De tafel maakt inzichtelijk hoe De Biesbosch van landbouwgebied natuur en waterberging wordt en doet het ontzag groeien. In een paar jaar tijd wordt hier 3000 hectares waterbergende natuur 'gemaakt', gereed in 2015.

De horeca is jammerlijk ongastvrij gedurende de herfstmaanden dus rest een terugtocht met de pont. Wachten is kleumen. Vanuit een verwarmde auto krijgen we het advies het café aan de overkant te proberen. En ja hoor, dat is open. Thee en appeltaart zijn dik in orde en tellen stiekem mee. Het park is geslaagd.

Getijdennatuur

De Biesbosch is ontstaan na de St. Elisabethvloeden in 1421 en 1424. Felle stormen zweepten het water op waardoor tienduizenden hectares vruchtbare akkergrond overstroomden. De mens kwam terug, polderde gedeeltelijk opnieuw in en sloot zeearmen af. Waardevolle getijdennatuur verdween. Opnieuw keerde het tij. Want om water, plant en dier meer ruimte te geven, werd en wordt opnieuw land onder water gezet.

Route

De Biesbosch biedt veel wandelroutes. De gelopen route is zelfbedacht. Pont over, Veerweg uitlopen en op de Bandijk RA, richting Spieringsluis. Sluis over, voorbij bebouwing lopen en links de dijkjes door het water op. Maak naar eigen inzicht een mooie lus, om weer op de weg terug te komen. Rechts van de weg, ruim een kilometer na de sluis en bij een bruin bordje, het laarzenpad op. Pad komt op de weg uit en daarover terug lopen. Terug bij de sluis naar keuze nog even richting Biesboschmuseum, of terug naar Veerweg. Voor de oriëntatietafel na de Veerweg nog 750 verder lopen.

Kaart en horeca

Kaart van De Biesbosch te bestellen bij Staatsbosbeheer: winkel.staatsbosbeheer.nl/ kaarten. Een overzichtskaart is te downloaden via www.np-debiesbosch.nl (bezoekersinformatie). De horeca op het eiland is beperkt geopend. Huiskamercafé Fluitekruid aan landzijde is van 10.30 - 18.00 uur open (behalve dinsdag en woensdag).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden