Niets menselijks is mij vreemd

'Ik ben een mens en niets menselijks is mij vreemd'. Met deze uitspraak van Terentius moet een humanist toch kunnen beginnen. Tot dat 'menselijke' behoren ook een aantal weinig verheven gevoelens, zoals ... euhh, een beetje leedvermaak.

Vorige week discussieerde ik met bestuurskundigen en economen - of de minister hiërarchisch bovengeschikt is aan het ambtenarenapparaat (volgens mij wel) en welke consequenties we daaraan moeten verbinden (voor ambtenaren: doen wat de minister beveelt; geen politiek geïntrigeer; spreekverbod over politieke aangelegenheden). Maar dat is in weldenkende kringen volstrekt onbespreekbaar. Ik heb heel wat geleerd uit de discussie met mijn vakgenoten. Zoals dat de 'bevelshuishouding' heeft plaatsgemaakt voor een 'onderhandelingshuishouding'. Ook heb ik gehoord dat hiërarchisch denken en een 'top-down'-benadering niet meer werken. Verder leerde ik dat we sinds de jaren '60 allemaal mondig zijn, ook de ambtenaren en dat een minister niet meer krachtens zijn positie op gehoorzaamheid mag rekenen: hij moet 'overtuigen'.

Geleidelijk aan zagen we de laatste dagen weer eens waartoe deze nieuwe visie op het openbaar bestuur geleid heeft: een democratisch niet meer te beheersen bureaucratie. Vorige week moest minister Korthals (justitie) in de Kamer bekennen dat tijdens zijn vakantie zonder zijn medeweten een criminele infiltrant was ingezet. En dat terwijl de Kamer in 1996 had uitgesproken deze opsporingsmethode niet meer te wensen dan alleen met toestemming van de minister. De Kamer reageerde ontzet. “Wij hebben uiteindelijk niets onder controle”, zei Rabbae (GroenLinks). Dittrich (D66) verklaarde dat hij 'niet begreep' dat ambtenaren hun minister niet hadden geïnformeerd. Kalsbeek (PvdA): “De Tweede Kamer is tegen het inzetten van criminele burgerinfiltranten en de ambtenaren op Justitie weten dat toch ook.” Een beetje naïef is dat wel, want ieder die de zaak in perspectief bekijkt, begrijpt dat we oogsten wat we eerder zaaiden: anarchistische theorieën leiden vroeg of laat tot een anarchistische praktijk.

Wat moeten we doen? Het hoofdredactioneel commentaar van Trouw (21 november) spreekt ferme woorden: “De Tweede Kamer zal over de gehele linie de touwtjes van de ministeriële verantwoordelijkheid stevig moeten aanhalen. Het kan niet zo zijn dat in een democratie beslissingen van dit kaliber buiten ministers en de volksvertegenwoordiging genomen worden.”

Driewerf bravo. Maar men moet niet de cultuurverandering onderschatten die nodig is om deze aanbeveling van Trouw tot reële optie te maken. Er zou gebroken moeten worden met een cultuur die een stevige basis heeft in het openbaar bestuur, en aan de Nederlandse universiteiten. Naïevelingen denken dat wanneer een minister door zijn ambtenaren om de tuin wordt geleid de minister moet opstappen omdat dit een 'zweepslag voor de ambtelijke dienst' zou betekenen. De ambtenaren zouden van een opstappende minister zo schrikken dat zij bij de nieuwe minister oppassen. Mij lijkt het opstappen van de minister eerder een ambtelijke premie op hun ongehoorzaamheid dan een zweepslag. Korthals heeft al moeten ervaren dat het verhaal van de zweepslag een sprookje is.

NRC Handelsblad (21 november) meldt dat volgens bronnen op het ministerie de secretaris-generaal Borghouts persoonlijk toestemming heeft gegeven tot inzetten van de infiltrant. Het lijkt mij goed wanneer onze parlementariërs in plaats van ontzet te zijn dát nu eens uitzoeken en daaraan een consequentie verbinden. Maar ik vrees dat Rabbae zich er al lang mee verzoend heeft dat hij uiteindelijk niets onder controle heeft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden