Review

'Niets lukt me, zelfs zelfmoord plegen niet'

Tijden van grote maatschappelijke chaos zijn doorgaans niet erg bevorderlijk voor het literaire klimaat in een land. De noodzakelijke rust ontbreekt, zowel bij de auteur als bij het publiek. Wie schrijft of leest er nu een boek wanneer de kruitdampen je naar adem doen snakken? Je gaat de straat op, al dan niet vanwege het feit dat je huis in lichterlaaie staat. Politieke geschriften, als uitzondering op de regel, tieren welig.

,,Wat is der derde stand? Alles. Wat bezit hij? Niets.' Dit allerberuchtste pamflet van de Franse Revolutie staat bekend als een product van de eerwaarde Sieyès, maar werd in werkelijkheid grotendeels geschreven door Sébastien Roch Nicolas de Chamfort (1740-1794). Chamfort, de immorele moralist, de misantropische idealist, had tegen het einde van de 18de eeuw heel zijn twijfelende hoop op de Revolutie gevestigd.

Qua carrière kende deze bastaard van een adellijke moeder en een kanunnik een flitsende start, als gevierd toneelschrijver, protégé van de grote Voltaire, geniaal producent van geestige, pre-Wildeiaanse instant-humor, en als rokkenjager: ,,Je denkt dat hij slechts een Adonis is, maar hij is een Hercules', constateerden de vele dames die voor hem zwichtten.

Zijn escapades leverden hem echter rond zijn zesentwintigste een geslachtsziekte op, waarvan hij nooit meer zou genezen. ,,Zijn zenuwen bleven aangetast, zijn gelaat verloor zijn kleur', aldus een vriend in de onlangs vertaalde biografie 'Chamfort'. Tel daarbij een serieuze huidaandoening op, en Chamfort was een ander man.

Terwijl hij zo jong dus al zó veel had bereikt. De bastaard had weten door te dringen tot de aanvankelijk felbegeerde adellijke kringen, iets wat mede te danken was aan een voorzichtige opkomst van de ambtsadel ten koste van de echte adel, van loon naar verdienste ten koste van loon naar afkomst. Maar Chamfort, de opstandigheid zelve, de eeuwige rebel, ergerde zich aan het feit dat sommigen hem van tijd tot tijd toch weer op zijn onduidelijke afkomst moesten wijzen.

Dat hij zich steeds vaker terugtrok uit de intellectuele en adellijke kliek van Parijs en Versailles wilde niet zeggen dat hij al zijn ambities overboord zette. In 1781 bijvoorbeeld trad hij toe tot de Académie Française, ten koste van zijn rivaal de astronoom Jean Sylvain Bailly. De twee zouden elkaar een paar jaar later nog tegenkomen op de Parijse barricades die Chamfort misschien wel nooit zou hebben beklommen als hij graaf Honoré Gabriel Riqueti de Mirabeau niet tegen het misvormde lijf was gelopen. Mirabeau, een iets minder gemankeerde edelman dan hij, lelijk als de nacht, vanwege een aandoening vrijwel voortdurend gekweld door een erectie, was minstens zo temperamentvol als Chamfort.

De twee werden onafscheidelijk: Mirabeau beschouwde zijn oudere vriend als een leermeester, maar was later degene die zich als voorman van de Revolutie deed gelden als de meest daadkrachtige van de twee, tot hij in april 1791 plotseling stierf. Een grote drijvende kracht achter hun vriendschap en samenwerking was het idee van de 'minimale' monarchie: de derde stand, de burgerij, was heilig, maar de koning als al dan niet symbolische spil van het land nog net iets heftiger. Een soort Nederland anno nu, dus.

Hiermee komt Chamforts paradoxale karakter naar voren, zoals het ook zo duidelijk zichtbaar wordt in zijn plaatselijk wereldberoemde 'Maximes' en 'Anekdotes' en de biografie van Arnaud. De revolutionair die zich zo vaak in adellijke kringen bewoog, schreef: ,,De adel, zeggen de edellieden, bemiddelt tussen de koning en het volk. . . Ja, zoals de jachthond bemiddelt tussen de jager en de hazen.' Terwijl Chamfort zich tijdens de latere politieke chaos sterk maakte als voorstander van het gelijkheidsbeginsel, waarvoor uiteindelijk zelfs zijn geliefde monarchie om zeep mocht worden geholpen.

Dezelfde paradox kom je tegen op het emotionele vlak. Op papier riep hij bijvoorbeeld: ,,Trek de eigenliefde af van de liefde en er blijft weinig van over', maar in het dagelijks leven was hij heel wat minder misantropisch. Zo had een diepe liefde opgevat voor de oudere weduwe Marthe Buffon. Een liefde die niet lang mocht duren, omdat ze vroegtijdig overleed.

Vallen Chamfort en diens bescheiden oeuvre samen te vatten als de eeuwige ambitieuze romanticus die constant teleurgesteld werd in zijn verwachtingen en af en toe zijn frustraties van zich afschreef? Want ondanks een zeker succes als dramatisch auteur gaf hij blijk van weinig fiducie in de literatuur, die hij in toenemende mate zag als ,,de indirecte agent van de leugen', om met de woorden van biograaf Arnaud te spreken.

Maar is dat idee ook geen teken des tijds, en wel dat van een politiek zeer instabiel Frankrijk? Wat zou je zeuren over een 'indianenmeisje' (de titel van een succesvol, vroeg toneelstuk) als de monarchie op instorten staat?

,,Een filosoof die zijn passies wil doven is als een chemicus die zijn vuur zou willen doven', aldus de 'Maximes'. Chamfort leefde volledig naar zijn eigen uitspraak. In september 1793 werd de filosofische vuurspuwer gearresteerd omdat hij Charlotte Corday's moord op Marat niet afkeurde. Sterker nog: hij juichte hem toe. Want hij haatte de niets en niemand ontziende onbuigzaamheid van Marat en diens bloedbroeder Robespierre, beiden aartsvijanden van de Girondijnen, onder wie Chamfort.

Helaas, de prijs die hij moest betalen voor zijn verzet was hoog. Na zijn arrestatie kwam hij terecht in de weinig begeerlijke Madelonettes-gevangenis. De filosoof mocht zich dan hebben ingezet voor gelijkheid en broederschap, in de overvolle, stinkende gevangenis kreeg hij de vrijheid erg lief. Hij hoefde maar één dag te zitten. Wel had deze korte kennismaking met de terreur hem danig van slag gebracht. Toen een paar weken later een hernieuwde kennismaking dreigde, deed hij een poging tot zelfmoord. En wat voor één. De kogel die zijn hoofd moest doorboren besloot het bij zijn rechteroog te houden: scheermesjes, losgelaten op lijf en ledematen, moesten het werk afmaken. Een voortijdige ingreep van toesnellende omstanders voorkwam dit. Zijn commentaar, kort na het bloedbad: ,,Dat krijg je nou wanneer je onhandig bent: niets lukt je, zelf zelfmoord plegen niet.' Na een wonderbaarlijke revalidatie stierf hij een paar maanden later alsnog, op 13 april 1794.

Albert Camus, de humanist die zijn moeder belangrijker vond dan de dekolonisatie van Algerije, schreef in 1944 een voorwoord bij de door hem zo bewonderde 'Maximes' van Chamfort. Hierin definieerde hij een moralist als iemand ,,die vol passie is voor het menselijke hart'. Of dit nu een bijster originele definitie is wil ik in het midden laten. Maar feit is dat zij beslist opgaat voor Chamfort. Uit al diens maximes, anekdotes en uitspraken spreekt een voortdurende, letterlijke 'compassie' met het menselijk tekort.

Waarschijnlijk vanwege het feit dat deze vaak gepaard gaat met een flinke dosis ondermijnend cynisme, omschreef Camus Chamforts oeuvre als ,,de bouwstenen van een roman van de weigering', als ,,een ontkenning van alles die zich uiteindelijk uitbreidt naar een ontkenning van zichzelf'. Maar omdat voor zo'n allesverzengend nihilisme geen woorden meer bestaan, concludeerde Camus dat ,,die roman nooit is geschreven'.

Maar was Chamfort wel zo'n nihilist? Zoals biograaf Arnaud ook meldt is hij na zijn dood vooral verheerlijkt door werkelijk nihilistische figuren als Nietzsche en Cioran. Terwijl Chamfort toch stierf in het harnas van de Revolutie, na uitspraken te hebben gedaan als: ,,Verminder de ellende van het volk en u vermindert zijn wreedheid.' Wat mij betreft was Chamfort vooral ongelooflijk lucide, een trefzekere ontleder van het menselijke hart. Dat hij daarbij op heel wat bloed, etter en gal stuitte nam hij onverschrokken op de koop toe.

Omdat dit hart na meer dan tweehonderd jaar nog steeds nauwelijks is veranderd, blijft Chamfort ook zo vreselijk actueel. En, wat doorgaans te weinig wordt benadrukt, er valt bovendien aardig wat te lachen. Leedvermaak en zelfspot gaan hand in hand: ,,D. . . een geestige misantroop, zei eens tegen me naar aanleiding van de slechtheid van het mensdom: Het enige wat God ervan weerhoudt ons een tweede zondvloed te sturen, is het weinige nut dat de eerste heeft opgeleverd.'

De zoveelste paradox is dan dat de man die geen literator wilde zijn maar een revolutionair, zijns ondanks toch als kunstenaar, als briljant duider van de menselijke zielenroerselen de geschiedenis is ingegaan. Claude Arnaud geeft in zijn biografie een zeer uitgebreide, voor een leek overigens bijzonder lastig te volgen analyse van Chamforts politieke activiteiten. Die namen op een gegeven moment indrukwekkende vormen aan, maar konden blijkbaar toch niet verhinderen dat Chamfort in geen enkel boek over de Franse Revolutie een serieuze plaats krijgt toegewezen. Waarom? Was de ex-aristocraat te kameleontisch? Te individualistisch? Twijfelde hij te veel? Had hij meer moeten schrijven? Minder? Was hij te veel, te weinig misantroop?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden