Niets leidt zo tot interessante blikvernauwing en monomanie als sport.

In de biografie van Simon Vestdijk, geschreven door Wim Hazeu, lees ik dat de grote schrijver, toen hij in de oorlog geïnterneerd was in St. Michielsgestel, een keertje naar het voetbal ging kijken. Kijken, meer niet want “Vestdijk speelde geen voetbal, cricket, bridge of biljart', kennelijk de gewone activiteiten van de gevangenen. Wat hij wel deed was snelschaken, maar dat verbaast ons weer niet zo van de typische intellectueel.

Natuurlijk is het geen verrassend beeld: een schrijver die niet erg om sport maalt. Het is eigenlijk nooit anders geweest. Du Perron bokste en Herman Gorter speelde tennis en cricket (toentertijd trouwens erg elitaire bezigheden), maar het is nooit de gewoonte van kunstenaars geweest zich erg te laten voorstaan op atletische prestaties.

Opmerkelijker is het misschien dat er geen grote, klassieke romans bestaan met een sporter in de hoofdrol. De negentiende eeuw, waarin schrijvers met zoveel belangstelling naar de exotische heffe des volks keken, heeft er geen een opgeleverd. Nu, dat kun je je nog wel voorstellen, sport was toen nog iets exclusiefs of een bijzaak, maar de twintigste eeuw, die je met enige overdrijving wel de Eeuw van de Sport kunt noemen, die tot in onze tijd voortduurt, heeft in literaire zin ook geen sportieve meesterwerken opgeleverd. En dat terwijl schrijvers toch geïnteresseerd zijn in monomane hoofdpersonen die eigenlijk maar aan één ding kunnen denken. Wél over bezeten componisten, Doktor Faustus van Thomas Mann, over idioten, Das Parfum van Patrick Süskind, of over geobsedeerde intellectuelen, Lolita van Nabokov, maar niks over iemand die alleen maar aan voetbal kan denken of voor wie tennis een levensvervulling is.

Het moet een soort omissie zijn, een vergissing, het gevoel dat sport zich niet leent voor literaire beschrijving. Want niets leidt zo tot interessante blikvernauwing, bezetenheid en monomanie als sport. Maar kennelijk kunnen literatoren zich moeilijk iets voorstellen bij de gedachtewereld van Johan Cruijff of Evert van Benthem. Wat dat betreft heeft de sport nog een lange weg te gaan, om zich los te rukken uit de windsels van het banale en alledaagse en op te stijgen tot hogere kunst. Maar dat het ooit zal gebeuren staat voor mij vast: eens zal een sportheld de Parnassus beklimmen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden