Niets boven het peertje

Drie jaar na het Europese gloeilampenverbod is het vertrouwde peertje nog overal te koop. Het blijkt kinderspel om de nieuwe regels te omzeilen.

In de etalage van de Amsterdamse lichtwinkel Aurora hangen kaarsvormige gloeilampen met krul. Philinea-buislampen, voor boven het aanrecht. Een globegloeilamp van twintig centimeter doorsnee, met een vermogen van 1000 watt. Gloeilampen met kopspiegel, reflectorgloeilampen, gloeilampen in verschillende kleuren, een gloeilamp met gouden fitting. En natuurlijk: rijen aan doodgewone inschroeflampjes.

Het schijnsel van de collectie verlicht het hele eerste blok van de Vijzelstraat. Van heinde en verre komen klanten naar dit lichtreservaat. 'Niets boven het oude peertje!', kopt de website van de winkel. Maar wacht eens even. Had het gloeilicht niet al lang uit moeten gaan? De Europese Commissie besloot dat gloeilampen vanaf september 2012 de weg moesten ruimen voor efficiëntere verlichting.

Slechts zo'n 5 à 10 procent van het vermogen dat een gloeilamp verbruikt wordt immers omgezet in licht. De overige energie gaat op aan 'verspilde' warmte: warmte waar niemand op zit te wachten (denk bijvoorbeeld aan lichtgebruik op een zomerdag) en warmte die bovendien nauwelijks voelbaar is (een peertje hangt meestal vlak onder het plafond en warmte stijgt op). De toekomst, vond de commissie, was aan energiezuinige verlichting, zoals het minstens vijf keer zuiniger led.

Toch is het peertje drie jaar na ingang van het verbod nog steeds in omloop. Niet alleen in een enkele speciaalzaak, ook in legio bouwmarkten en webshops wordt de gloeilamp nog verkocht. "Waar vraag is, is handel", zegt verkoper Remko Gremmen laconiek. In Aurora ligt inmiddels een fors assortiment aan ledlicht, maar de ouderwetse gloeilamp "loopt nog altijd als een trein".

Hoe kan het dat deze stroomslurpers ongehinderd over de toonbank gaan? De Europese handel van gloeilampen moest weliswaar in 2012 worden gestaakt, zowel producenten als winkeliers mochten hun magazijnvoorraad nog slijten. De reserves lijken onuitputtelijk.

Desgevraagd beroepen veel verkopers zich braaf op de voorraad die ze in aanloop naar het verbod hebben aangelegd, maar Gremmen komt met een ander verhaal. Zonder scrupules vertelt hij hoe 'zijn mannetjes' met lege trucks naar Oost-Europa of Italië afreizen en met een lading gloeilampen terugkeren.

Van enige inspectie heeft hij tot dusver geen last gehad. "Onze inkopers struinen stad en land af, op zoek naar een mooie partij peertjes", zegt Gremmen. "Als de prijs goed is, gaan we er gewoon voor." Het ministerie van infrastructuur en milieu, verantwoordelijk voor de naleving van het Europese besluit, reageert dat 'wellicht nog niet iedere winkelier een bezoekje heeft gehad', maar dat de Inspectie Leefomgeving en Transport in principe de inkoopdata van partijen gloeilampen controleert.

undefined

Industriële lamp

Jack Hunter van het European Environmental Bureau, een Europese milieufederatie, meent dat er sprake is van een maas in de gloeilampwet. Hij vertelt dat Europese lichtproducenten de lampen nog altijd mogen produceren voor de export en voor 'speciale doeleinden'. Het verbod geldt enkel voor huishoudelijke toepassing, maar de productie van gloeilampen voor industrieel gebruik, zoals 'versterkte', of 'schokbestendige lampen' bestemd voor de bouw, zet onverminderd voort.

Deze uitzondering op de regel lokt gesjoemel uit. Volgens Hunter wringen firma's zich in allerlei bochten om de wetgeving te omzeilen. Ze verkopen 'industriële gloeilampen' voor alledaags gebruik. Heel ingewikkeld is dat niet, laat verkoper Gremmen zien. Hij pakt een aantal gloeilampjes uit de schappen. Op de verpakkingen staan icoontjes: een pictogram van een hamertje, een huisje met een kruis erdoor. 'Niet voor thuisgebruik', leest het bijschrift. "Om het vervolgens natuurlijk juist aan thuisgebruikers te verkopen." Het zijn namelijk de vertrouwde lampjes met dezelfde fitting en dezelfde lichtintensiteit, alleen in een iets ander jasje. Die dag nog hielp Gremmen een verbaasde klant. "Meneer", had een dame gezegd, "op de verpakking staat dat ik dit lampje niet thuis mag indraaien." Waarop hij antwoordde dat ze zich "absoluut geen zorgen hoefde te maken". "Dat lampje doet het prima thuis. En waar zou u het anders willen gebruiken?"

Lichthoogleraar Alexander Rosemann van de TU Eindhoven vindt de wetgeving nogal dubieus. "De industrie is uitgezonderd van het verbod, terwijl het me sterk lijkt dat de industrie nog gloeilampen gebruikt." Bedrijven zijn volgens Rosemann al massaal over op led. "Iedere ondernemer weet dat die investering zich binnen de kortste keren terugbetaalt. De energierekening is aanzienlijk lager en een ledlamp hoeft maar eens in de vijftien jaar te worden vervangen." Bovendien, zegt Rosemann, is led "sterker dan de meest schokbestendige gloeilamp".

undefined

Nostalgie

Het zijn juist thuisgebruikers die over de streep moeten worden getrokken. Een ondernemer kijkt naar het kostenplaatje op de langere termijn, "maar een vader, die met een huilende baby op zijn arm snel ergens een lampje vandaan moet toveren, kiest voor een product dat hij al kent." Logisch: een gloeilamp kost een euro of twee, een goede led kost meteen een paar tientjes. "Veel mensen realiseren zich toch nog niet dat ze die kosten er vaak binnen het jaar uit hebben. Een huis verlichten met led in plaats van peertjes scheelt zo 15 procent op de totale energierekening." Particulieren, zegt Rosemann, kopen emotioneel. Of ze plukken het op het oog goedkoopste lampje uit het schap, of ze gaan bewust op zoek naar een gloeilamp. Verkoper Gremmen merkt dat veel mensen de ledlamp nog associëren met 'kilblauw slagerslicht'. Voor hun antieke lantaarn of kroonluchter willen klanten toch een peertje. Onterecht, meent hij. "Ledlicht heeft zich rap ontwikkeld. Er zijn al honderden verschillende varianten in alle kleurtinten en sterktes. Voor iedere gloeilamp bestaat een prima led-alternatief." De kleur van led benadert inmiddels de warme gloed van gloeilicht en ook de dimbaarheid is flink verbeterd. "Maar wie ben ik om klanten ervan te weerhouden een gloeilamp te kopen?"

Nostalgie lijkt de handel in stand te houden. Het groene adviesbureau Milieu Centraal beweert dat in het gemiddelde Nederlandse huishouden nog zeker vijftien ouderwetse lampen branden. De Europese Commissie schat dat 10 tot 25 procent van de producten op de markt niet in overeenstemming is met de nieuwe energievoorschriften. Ze wijt dat deels aan een gebrekkige handhaving door lidstaten, maar lijkt ook in te zien dat de regulering nog te wensen overlaat.

Daarom wordt de wetgeving nu 'met spoed' aangescherpt. Na februari 2016 volstaat een enkel icoontje op de verpakking niet meer, maar moet de lamp aantoonbaar een 'industriële kwaliteit' als schokbestendigheid bezitten. Jack Hunter van de Europese milieufederatie vreest dat dit niet het einde betekent van de oneigenlijke handel. Hij voorziet dat consumenten simpelweg overstappen op een lamp die is gelabeld voor industrieel gebruik. "En dan zijn we nog verder van huis. Een versterkte gloeilamp is nauwelijks duurder, maar vreet zo mogelijk nog meer stroom dan een doorsnee exemplaar." Volgens Hunter is er geen enkel legitiem argument te verzinnen tegen een totaalverbod.

Ondertussen blijft Gremmen peertjes hamsteren. Hij verwacht niet dat het amendement veel verandert, maar "mochten de controles na februari verscherpen, dan hebben we in ieder geval nog een voorraad voor een jaar of twee".

undefined

Lekker industrieel

De doodgewone gloeilamp moet het tegenwoordig afleggen tegen de filament- of kooldraadlamp, een type gloeilamp met een goudgelig oplichtend draad. "Steeds meer mensen willen zo'n nostalgisch lampje", vertelt verkoper Gremmen. "Ze geven een lekker industrieel sfeertje. Alleen een stoffen snoer, een fitting en een lichtbol. En daar dan drie van, op verschillende hoogtes, boven de eettafel." Zuiniger dan de vertrouwde gloeilamp zijn deze kooldraadlampen 'zeker niet'. "Die dingen vreten energie en licht geven ze nauwelijks. Je hebt er een heel stel nodig wil je je bord een beetje kunnen zien."

Calex Holland is een Nederlandse leverancier van deze kooldraadlampen. Ook de kooldraadlamp valt onder het gloeilampverbod, vertelt salesmanager Albert Meeuwissen, en mag dus alleen onder het mom van 'niet voor thuisgebruik' worden geproduceerd. Maar de lichtleverancier heeft de productie van de onzuinige draadlampen onlangs gestaakt. "Al onze gloeiproducten liggen in de uitverkoop. We maken nu uitsluitend ledvarianten. Qua sfeer zijn die nauwelijks meer van het origineel te onderscheiden."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden