Niet zomaar een land

Op 25 november 1975 tekenden premier Den Uyl (l) en zijn ambtgenoot Arron in Paramaribo op de dag van de onafhankelijkheid van Suriname de diverse akten, waardoor verscheidene overeenkomsten tussen Nederland en Suriname werden bekrachtigd. (FOTO ANP)

Nederland kan niet langer doen alsof Suriname een land is als alle andere. Niet vanwege het verleden, maar omwille van de toekomst, vinden PvdA-Kamerleden Chantal Gill’ard en Pierre Heijnen. „Geef elkaar de hand en laat niet meer los."

Om vijf voor half twee vanmiddag landt een zware Kamerdelegatie op de Johan Adolf Pengel luchthaven bij de Surinaamse hoofdstad Paramaribo. Een groot deel van de fractievoorzitters benut het herfstreces voor het aanhalen van de banden met de voormalige Nederlandse kolonie.

Het belooft een bijzondere week te worden, al is het maar omdat het jaren geleden is dat de fractieleiders gezamenlijk deze oversteek maakten. Bovendien zullen ze een bezoek brengen aan Fort Zeelandia, berucht vanwege de op 8 december 1982 gepleegde moorden op vijftien prominente Surinamers; valt niet uit te sluiten dat ze hoofdpersoon Desi Bouterse – hoofdverdachte van die zogeheten Decembermoorden – tegen het lijf lopen; én staat er een gesprek over een twinning-activiteit op het gebied van onderwijs op het programma. Bij twinning worden op projectbasis organisaties uit beide landen aan elkaar gekoppeld, die op hetzelfde terrein werkzaam zijn.

Vooral dat laatste heeft de bijzondere aandacht van de PvdA-Kamerleden Chantal Gill’ard, zelf half-Surinaams, en Pierre Heijnen. Wat hen betreft kan de samenwerking tussen de twee landen niet ver genoeg gaan. Nu de huidige ontwikkelingsrelatie tussen Suriname en Nederland afloopt, is het tweetal bezig met plannen voor een toekomstige, hechte band.

„Er wonen net zoveel mensen met een Surinaamse achtergrond hier als daar”, rekent Heijnen voor. Om iets preciezer te zijn: in Nederland wonen ongeveer 325.000 Nederlanders van Surinaamse afkomst, terwijl Suriname ongeveer 480.000 inwoners telt. „Ik ken derdegeneratie-Surinamers die afstand van hun roots nemen, maar veel Surinamers zijn nog steeds betrokken bij de ontwikkelingen in het land. Als er iets misgaat, zoals toen met de overstromingen in het binnenland, of geweldplegingen door inheemse jongeren in Paramaribo, heeft dat zijn weerslag in Nederland”, zegt Heijnen. „Tegelijkertijd: als het goed gaat in Suriname, dan merk je dat hier. Daarbij komt: steeds meer mensen, ook autochtone Nederlanders, wonen een paar maanden per jaar hier en dan weer een paar maanden daar.”

Toch zien de twee Kamerleden hoe de status van Suriname binnen de Nederlandse buitenlandpolitiek langzaam afglijdt naar die van een willekeurig ander land.

„De kennis over Suriname in het parlement is tanende”, weet Gill’ard. Heijnen: „Achtereenvolgende Kamercommissies van buitenlandse zaken kregen steeds minder besef van de bijzondere band tussen de twee landen. Voor het ministerie geldt hetzelfde.”

Gek, zeker voor een land dat onderdeel is van Nederlandse Taalunie, meent Gill’ard. „Als je de taal deelt, deel je ook de waarde van de taal. Daar zit een bepaalde levensvisie in; er zit kennis in verborgen. Het geeft een bijzondere band weer, die wij niet verloren willen laten gaan. In de wereld heb je bondgenoten nodig, dus geef elkaar de hand en laat niet meer los.”

De ontwikkelingsrelatie is het overblijfsel van de koloniale band die de twee landen met elkaar hadden tot 25 november 1975, de dag waarop Suriname onafhankelijk werd. In het Verdrag van 1975 dat premier Den Uyl en zijn Surinaamse ambtgenoot Arron met elkaar sluiten, belooft Nederland 3,5 miljard gulden (omgerekend ruim 1,4 miljard euro) voor de ontwikkeling van Suriname.

Volgens de afspraak stelde Nederland steeds een deel van die ’verdragsgelden’ beschikbaar op basis van de behoefte van het betreffende jaar. Zo is de drinkwatervoorziening in de kuststreek en het binnenland van Suriname ermee bekostigd, is het bijzonder onderwijs erdoor verbeterd en is de bestraling van kankerpatiënten in Suriname ermee mogelijk gemaakt. Twee keer is de jaarlijkse donatie niet uitbetaald. Eerst in de rumoerige periode rond de Decembermoorden (begin jaren tachtig tot 1988), en vervolgens eind 1990 toen het militaire gezag de zittende regering telefonisch naar huis stuurde.

Inmiddels is de geldpot leeg en wordt het tijd voor een nieuw verdrag, menen Gill’ard en Heijnen. En dat vindt ook voormalig PvdA-minister Bram Peper, die als adviseur betrokken is bij de Surinaamse verkiezingscampagne. Vanuit die functie gaat hij meedenken over zaken als de relatie met Suriname en de manier waarop de werkgelegenheid in dat land kan groeien.

Peper: „Ik merk dat er bijzonder weinig beweging is om een nieuwe band vorm te geven”. Dat hoeft wat hem betreft niet alleen financieel, want Nederland kan Suriname ook op andere manieren bijstaan. Op technisch vlak bij de wegenbouw bijvoorbeeld, of bij het waterbeheer. Volgens hem is het van groot belang dat Nederland meedenkt hoe Suriname verder moet na het aflopen van de ontwikkelingsgelden. „We mogen onze verantwoordelijkheid niet ontlopen. Er is onvoorstelbaar veel verkeer van familie, goederen, geld en cultuur die ook de Nederlandse is. Als je ziet hoeveel Nederlandse stagiaires daar rondlopen; dat heb je niet in de Verenigde Staten. Ik heb geen kant-en-klare formule, maar Suriname kan geen gewoon buitenland zijn.”

De twee Kamerleden hebben evenmin zo’n formule. Wel willen ze „vaststellen wat Nederland en Suriname met elkaar hebben.” Dat zit ’m niet in het verleden, benadrukken ze, maar in de toekomst. „Ik ben toch een beetje Surinamer geworden, door Surinaamse vrienden, kennissen en medeburgers”, zegt Heijnen. „Daardoor ben ik er op bezoek geweest. Dat geldt niet alleen voor Pierre Heijnen en Chantal Gill'ard, maar voor honderdduizenden andere Nederlanders." Gill'ard fantaseert: „Denk aan vrij verkeer van mensen, denk aan reizen zonder visum."

Hendrik Comvalius, PvdA’er en directeur van stichting d’ONS (duurzame Ontwikkeling Nederland Suriname), kan zich wel in deze punten vinden. „Het mag niet vrijblijvend zijn.”

Comvalius staat op het punt af te reizen naar Suriname. Volgende week organiseert hij twee seminars over duurzaam toerisme en goudwinning. „We moeten niet alleen op politiek en bestuurlijk niveau samenwerken, maar ook op het gebied van natuur, economie. Particuliere initiatieven moeten plaats krijgen. Niet alleen via een dode letter, maar ook financieel”, vindt hij. „Het budget zit in Suriname, vanuit Nederland kan de kennis komen.”

Heijnen ziet wel wat in zo’n taakverdeling. „Al het talent zit in Nederland en de Surinaamse politieke situatie is niet ideaal. Er is etnische verdeeldheid, er bestaan grote verschillen tussen Paramaribo en de districten, en de infrastructuur laat te wensen over”. Heijnen was tijdens zijn eerste bezoek aan Suriname, nog als wethouder met de toenmalige Haagse burgemeester Deetman, optimistisch: Geef me twee weken om dit land geweldig te maken. Maar na één week moest hij concluderen: dit lukt niet. „Al vergaderend ontdekten we hoe moeilijk je daar iets van de grond krijgt.”

Het weerhield de gemeente Den Haag er niet van intensieve vriendschapsbanden met Suriname op te bouwen. Er werd samengewerkt op het gebied van woningproductie, bibliotheken, twinning van scholen, justitie, hbo-opleidingen. „Als je ziet dat gemeenten en instellingen zulke initiatieven nemen, kun je als Rijk niet doen alsof Suriname een land is als alle andere”, vindt Heijnen.

Hij erkent: „Ik sluit niet uit dat er al heel veel gebeurt, bijvoorbeeld op gebied van justitie en de douane, maar we weigeren om er een strik omheen te doen. Nu gebeurt het misschien wel, maar heel versnipperd. Dit biedt mogelijkheden om het te verbeteren.”

Ook als Suriname tijdens de presidentsverkiezingen van volgend jaar een nieuwe president krijgt in de persoon van oud-legerleider Desi Bouterse? Is er dan nog steeds plek voor een warme vriendschapsband? Het tweetal knikt stellig. Bouterse doet er niet toe, menen ze, het gaat om de mensen. „Wat voor regering er ook zit. Deze band is niet aan de politieke conjunctuur onderhevig”, zegt Gill’ard. Heijnen vult aan: „Nederland moet Suriname dan niet de rug toekeren. Juist dan mag je niet loslaten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden