Niet wijzen met de eetstokjes

Japanners eten met het oog, las ik, zoveel nadruk leggen ze op de presentatie van hun eten. Hun lunchboxen zijn van een grote schoonheid. De Japanse keuken is een oude, met veel ceremoniële tradities in de bereiding, of het nu de wijze van snijden is met vlijmscherpe, ultradunne messen van het fijnste staal, of het precieze zetten van groene thee, die in poedervorm in houten lakdozen wordt bewaard. En als je een stuk Kobe beef eet, dan eet je vlees van een Wagyu rund dat gemasseerd werd terwijl het naar muziek luisterde.

Je kunt achter zo'n keuken een grote beschaving vermoeden, hetgeen ook al blijkt uit de etiquette bij het hanteren van de eetstokjes. Op een site vond ik daarover de volgende aanwijzing: 'Het is onbeleefd om met je stokjes in het eten te prikken of voedsel aan je stokje te spiesen. Je mag niet wijzen of gebaren met stokjes in de hand. Je mag niet op de stokjes bijten of eraan likken. Je mag er niet mee snijden. Je mag geen voedsel met je eetstokjes aan iemand anders aanbieden.' En zo maar door.

Maar al het voorafgaande is wijsheid achteraf. Ik was eigenlijk geheel niet voorbereid op de eetervaring die ik onlangs met mijn gezin opdeed in een Japans restaurant. De inrichting ervan bestond uit grote eilanden rondom stalen kookplaten, waaromheen de gasten plaatsnamen. Ik wist toen nog niet dat we hier met de Teppanyaki-kookwijze te maken hadden.

Men zat op een soort barkruk met lage rugleuning. Eroverheen hing een kimono: elk eiland had een eigen kleur. Onze kimono's waren blauw. Man had ons in U-vorm om de grote kookplaat geposteerd, die we deelden met nog vier andere, ons onbekende gasten. Ze hadden hun kimono's al aan.

De menukaart bestond uit genummerde menu's, dat was misschien een voorteken. We kozen een nummer en niet lang daarna verscheen de kok aan onze kookplaat, een amper Nederlands sprekende Japanner in een wit koksjasje, met een kleine witte muts op zijn hoofd. Op een trolley voerde hij de ingrediënten mee en een batterij aan plastic spuitflessen soja-olie en sake.

Wat zich vervolgens aan onze plaat afspeelde was een mix van koken en behendigheid, waarbij de kok jongleerde met twee spatels. Zo sisten vis, kip en rund over de plaat terwijl de kok met flitsende, wilde bewegingen zijn spatels liet vegen en hakken. We hannesten met onze stokjes, die alle kanten opwezen en de diersoorten begonnen qua smaak erg op elkaar te lijken. Op andere eilanden zagen we af en toe schrikbarend grote vuren oplaaien, met vlammen die in enorme afzuigkappen verdwenen en ook ons bleef dat niet bespaard. In de ruimte en onze kleding hing inmiddels de zware walm van verbrande olie en vet.

Toen moest de eierpannekoek nog komen. De kok schoof kleine stukjes ervan op een spatel en zei: 'Ei vangen.' Althans dat verstond ik. En ik had het goed verstaan. Voor ik geschokt kon zijn slingerde hij het stukje in mijn richting. Ik moest het in mijn mond opvangen. Het ei sloeg tegen m'n gezicht en viel in mijn kruis. Gelach steeg op terwijl ik naar de vetvlek daar beneden staarde. Later begreep ik dat hier een beschaving ten onder was gegaan.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden