Niet WHO, maar Artsen zonder Grenzen spil in strijd tegen ebola

null Beeld afp
Beeld afp

Masker, beschermbril, handschoenen, een waterdicht pak: dat is het beeld van artsen en verpleegkundigen in ebola-klinieken. Ze werken bijna allemaal voor Artsen zonder Grenzen: 189 internationale en 1400 lokale hulpverleners, verspreid over vier klinieken in Sierra Leone, Liberia en Guinee.

Twee van hen zijn Nederlanders, vertelt Katrien Coppens, directeur van Artsen zonder Grenzen Nederland. Mogelijk gaat zij meer mensen sturen. "We krijgen geregeld telefoontjes van oud-medewerkers, die zeggen: als je me nodig hebt, dan ga ik."

Dus er melden zich vrijwilligers voor de bestrijding van dit zeer dodelijke virus?
"Ja. Onze medewerkers willen mensen helpen, dat is een enorme drijfveer. En als er érgens een bevolking in de steek gelaten wordt, dan is het nu in Liberia. Scholen en fabrieken zijn er dicht, ziekenhuizen functioneren niet, militairen sluiten de wijken af, vliegtuigen komen niet meer binnen, de sfeer is apocalyptisch. De bevolking voelt: 'De wereld laat ons in de steek'."

Tien procent van de ebola-slachtoffers is medisch hulpverlener. Schrikt het besmettingsrisico niet af?
"Onze mensen lopen altijd risico's, ook bij andere crises. We kunnen ze geen garanties geven, maar ze weten wel dat hun veiligheid topprioriteit heeft. Tot nog toe hebben we drie collega's aan ebola verloren: lokale stafleden, geen internationale. Twee verpleegkundigen in Liberia en een preventiemedewerker in Guinee. Uit onderzoek bleek niet dat er in de kliniek een fout was gemaakt. Mogelijk zijn ze besmet geraakt in hun dorp of in de bus.

"Ebola maakt vaak slachtoffers onder hulpverleners bij het eerste geval in een gebied. Er komt een kindje met hoge koorts binnen, de arts denkt aan malaria. Blijkt het ebola, dan is het vaak te laat. Wij arriveren als er al sprake is van een uitbraak; onze mensen houden zich aan een strikt veiligheidsprotocol."

Je ziet steeds beelden van Artsen zonder Grenzen in Sierra Leone, Liberia en Guinee. Jullie lijken de spil te zijn van de hulpverlening.
"Helaas klopt dat. Dat zeg ik zonder op de borstklopperij: wij zijn echt de enige organisatie die zelf faciliteiten heeft om patiënten te verzorgen. De enige die daar ter plekke klinieken, artsen en verpleegkundigen heeft. Veel ontwikkelingsorganisaties werken samen met lokale clubs, ze hebben langetermijnprojecten, ze trainen mensen. Dat werkt niet in echte noodsituaties. Er zijn te weinig middelen, kennis en ervaring in de wereld om ebola aan te pakken. Dat is heel pijnlijk."

En de Wereldgezondheidsorganisatie en het Rode Kruis dan?
"Met het Rode Kruis hebben we in Sierra Leone goed samengewerkt: zij hielpen bij het vervoer van de doden en de organisatie van veilige begrafenissen. Maar artsen en verpleegkundigen hebben ze er niet. De Wereldgezondheidsorganisatie adviseert overheden en ontwikkelt protocollen. Daarnaast horen ze alle hulp te coördineren, maar daarmee zijn ze pas laat begonnen. Nu ligt er een noodplan, daar zijn we heel blij mee, maar ik hoop dat het geen lege woorden bevat. Want wij zijn een privéorganisatie, we kunnen niet alle verantwoordelijkheid dragen voor ebola. Wij lopen tegen grenzen aan."

Welke grenzen?
"Geld is het struikelblok niet; omdat er geen tenten nodig zijn of dure medicijnen - er zijn namelijk geen medicijnen tegen ebola - is deze interventie relatief goedkoop. Het ontbreekt ons aan ervaren mensen die projecten kunnen aansturen, de kliniek kunnen runnen."

Is ebola dé uitdaging voor jullie organisatie?
"Niet dé. Op dit moment kunnen we Syrië en Irak niet in, terwijl we daar wél moeten zijn, dat is ook een uitdaging. Maar deze ebola-crisis is wel heel groot."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden