Review

Niet weer die weerwolf!

Tot de vaste cast van de thriller-literatuur behoren de politiemannen die door ongeluk of eigen schuld hun vrouw zijn kwijtgeraakt en nu maar wat aanklooien.

Niet in hun werk: weliswaar scheren ze meermalen rakelings langs de afgrond van het oneervol ontslag, doch dan weten ze een schavuit op zo'n knappe manier het cachot in te werken dat niemand hen durft te deren. Maar in de persoonlijke sfeer weten ze er geen oliebol van te bakken. Net hebben ze met reuzenmoed hun zuiplust bedwongen omdat ze een aardig vrouwtje zijn tegengekomen of het mens blijkt een moordenares, dan wel anderszins gebonden door een man en zes kinderen. Kijk maar naar Morse en Dalziel (die dikke, u weet wel).

Vrouwelijke tegenhangers zijn er ook (ik denk aan die mevrouw uit 'Silent Witness' en aan Kay Scarpetta, de heldin van Patricia Cornwell, toevallig allebei lijkensnijdsters die zich voortdurend met het politiewerk bemoeien), maar terwijl de zieligheid en eenzaamheid bij de mannen het sex-appeal verhogen is dat bij de vrouwen geenszins het geval. Terwijl zo'n Patricia Cornwell toch tegen de klippen op schrijft om van haar Kay een pin-up te maken. Wat zeg ik? Een icoon! Alle mannen vallen aan haar voeten neder en willen haar bezitten, zo niet levend dan wel dood. En dat terwijl mevrouw al zes-en-veertig is. Nog best een smakelijk hapje, daar niet van, maar toch al een beetje long in the tooth zoals de Engelsen het zo smakelijk weten te zeggen. Cornwell behoort al jarenlang tot de opperste regionen van het genre, zij wordt alom bejubeld. Maar mij beginnen haar laatste boeken een beetje te vervelen. In de eerste plaats omdat die Kay met of zonder man altijd en eeuwig doodongelukkig is, er kan geen lachje af. In de tweede plaats omdat haar nicht Lucy, door haar teer bemind, net zo'n irreëel idool is: ook zij wordt door iedere man begeerd, doch zij is lesbisch. Ja, heb je het een niet dan heb je het ander wel. En in de derde plaats omdat ze steeds meer horror door haar speurwerk mengt. Nu al drie boeken lang krijgen we te maken met een weerwolf. Geen echte, maar hij lijkt er als twee druppels water op. Hij is bedekt met haar, heeft overal verminkingen, stinkt een uur in de wind en is de telg van een schatrijk, doch in en in slecht Frans adellijk geslacht. In Cornwells laatste, 'Blowfly', zit hij veilig opgeborgen in 'death-row,' wachtend op zijn executie. Maar wat gebeurt? Als hij van het luchten wordt teruggebracht naar zijn cel (door twee kleerkasten en aan handen en voeten geboeid, dat spreekt) grijpt hij ze opeens in de lurven en slaat ze dood tegen de celmuur. Precies Hannibal Lecter! En natuurlijk gaat hij meteen weer achter Kay aan. En net op de nipper... enfin. Maar het boek eindigt met een ideale cliffhanger: Cornwell kan nog boekenlang door met haar weerwolf. Dat vind ik niet fijn. Maar het moet gezegd: eenmaal lezende kun je met geen mogelijkheid meer ophouden. Ach ja, schrijven kan ze wel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden