Niet voor lieverdjes

Het moet het schrikbeeld zijn van Defensie, en de nachtmerrie van minister van Middelkoop. In beeld een stel uitbundige soldaten, mannen en vrouwen zoals dat tegenwoordig gaat, maar ze hebben geen uniformen aan want het is vrije tijd. Zojuist wezen stappen want je kunt immers niet altijd maar in die kazerne blijven. Even verderop ligt een jonge dakloze op een bankje te slapen, want er is nu eenmaal geen dienstplicht meer die dat soort types van de straat houdt. Kom, we gaan die loser even een heis verkopen, zegt een van de soldaten en even later schoppen ze met z’n allen de zwerver bewusteloos het ziekenhuis in. Geintje. Linksboven verschijnen twee hokjes: geschikt, ongeschikt. Langzaam wordt het hokje ’geschikt’ ingevuld. Of een ander schrikbeeld van een vreemde omgeving, zandbak? Woestijn? Arabisch? Je ziet een soort barak, iemand geblinddoekt op een stoel. Even later schalt er harde muziek door de geestloze ruimte, een soldaat, in volle uitrusting dus goed herkenbaar als zodanig, gooit een emmer water leeg over de geblinddoekte man. Er komt iemand met een stokje, wat is dat? Lijkt wel een toverstaf. Beweegt ermee langs de rug van de gevangene, die begint te schudden, van pijn, van schrik. En alweer die twee mogelijkheden: geschikt, ongeschikt. Ook deze is geschikt. Het leger doet reusachtig z’n best om geschikte mensen aan te trekken. Geschikt, dat moet zijn als ik het, eenmaal uit de nachtmerrie ontwaakt, goed zie: verantwoordelijkheid durven nemen, stevig in je schoenen staan, niet al te laf misschien, maar ook niet roekeloos, oude vrouwtjes helpen oversteken. Toen ik als jongetje op de padvinderij zat (welp, daarna assistent-patrouilleleider, waarna patrouilleleider, dank u) werd ons verteld dat het leger ons best zou willen hebben omdat we een knoop konden leggen, een kompas konden lezen en dat met die oude vrouwtjes. Maar toen het zover was werd ik afgekeurd, S 5. Stabiliteit vijf, dat wil zeggen, te labiel. En ik hoefde er niet eens voor te bedwateren of okarina te spelen. Ze hadden liever een stoerder iemand die wat minder had gelezen. Ik vond het best, het leger was geen populaire verblijfplaats voor jongens van de lichting 1973. Je werd er nogal stevig ontgroend, ging het gerucht, kleintjes werden met hun lengte gepest, je spullen werden uit het raam gekieperd, misschien werd er in je bed gepist. Is het allemaal heel anders geworden, nu we geen dienstplicht meer kennen en de opperbevelhebber der strijdkrachten eruit ziet als een geleerde chemicus, of misschien wel een beetje een filmster die we bij zijn voornaam mogen noemen: Dick Berlijn? Ik vraag het me af. Voortdurend krijgen we opdracht het leger te zien als een soort voetballegioen, de meesten deugen helemaal maar er zitten een paar rotte appelen tussen, hooligans, die het voor de anderen bederven. Maar intussen is het nog steeds een club waarin mensen dicht op elkaar zitten, samen sterk zijn en in hun eentje weinig voorstellen, waar je een uniform draagt en niet uit de toon moet vallen en waar je van een beetje pesten groot wordt. Niks voor lieverdjes, in 1973 niet en nu niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden