Niet voor beginnende verzamelaars

,,Er komen hier op de European Fine Arts Fair (Tefaf) verzamelaars en conservatoren uit de Verenigde Staten, die ik niet krijg in mijn galerie in New York'', zegt Patrick Matthiesen van kunsthandel Stair Stainty Matthiesen. Hij doet voor het eerst mee aan de Tefaf en laat geen twijfel bestaan over de kwaliteit van de beurs: ,,De beste in Europa. Maar wij zagen dat ons terrein, achttiende-eeuwse Franse en Italiaanse kunst, nog niet zo goed vertegenwoordigd was.'' Het is typerend voor de Tefaf. De kwaliteit is zo hoog, dat de enige groei zit in de aanmelding van handelaren op heel specifieke terreinen.

De Tefaf is big business. Achter de royaal ingerichte stands met correct-vriendelijke handelaren in hun goed zittende pakken gaat een harde wereld van zaken doen schuil. De prachtige kunst die wordt getoond, is en blijft handelswaar. Dit merk je vooral bij de grote stands met zeventiende-eeuwse schilderkunst. Het gaat hier om miljoenen dollars. Je vraagt je bij sommige galeriehouders af of ze nog wel gewoon van een fraai schilderij kunnen genieten Bij French & Co. hangen prachtige werken: een monumentaal landschap van Courbet, een schilderij van Archimboldo (knollen en groenten die een portret vormen). Maar de nullen zijn bij de prijzen dan ook niet van de lucht: de Courbet moet 12 miljoen dollar kosten, de Archimboldo 7,5 miljoen dollar. Bij dit soort bedragen is kunst geen liefhebberij meer.

Gelukkig zijn er genoeg handelaren die veel liefde in hun werk stoppen. Zo viert de zilverspecialist A. Aardewerk dit jaar zijn dertigjarig jubileum en in verband daarmee verscheen een boek waarin hij dertig stukken tot in detail beschrijft. Het boek symboliseert dertig jaar intense omgang met zilver.

Natuurlijk zijn er veel dure stukken bij Aardewerk, maar je kunt voor 1800 gulden al een zilveren lepel uit 1805 krijgen, die in ziekenhuizen werd gebruikt om medicijnen toe te dienen. En voor een paar duizend gulden meer zijn kleine zilveren objecten te verkrijgen. Toch is dit meestal niet het soort werk waarmee nieuwe verzamelaars beginnen. Dat is vaak gebruikszilver, zoals een schaal of kandelaren. De prijzen daarvan lopen al snel in de richting van zestigduizend gulden. Wat begon als het kopen van objecten voor speciale diners mondt regelmatig uit in een breder opgezette collectie zilver.

Eigenlijk is de Tefaf geen beurs voor beginnende verzamelaars. Daarvoor is de Pan in het najaar in Amsterdam (de Nederlandse equivalent van de internationaal georiënteerde Tefaf) beter geschikt. Mensen met een kleine beurs (tussen de 2500 en 10000 gulden) komen terecht bij tekeningen van kleine twintigste-eeuwse meesters, bij kop-en-schotels bij de specialisten van Chinees aardewerk of bij kleinere stukken in bijvoorbeeld de stand van Frans Leidelmeijer, specialist in Art nouveau en Art déco. Hij heeft onder meer een wit soepkopje van de fameuze porseleinfabriek Rozenburg (3500 gulden), maar ook een achttiendelig glasservies van de ontwerper Rozendaal (9000 gulden), dat opvalt door een prachtige, sobere vormgeving.

Voor veel handelaren zijn dit soort objecten te veel kruimelwerk. ,,De standhuur is hoog, we moeten hier hoge kwaliteit brengen, dat dwingt de aard van de beurs ook af'', zegt een vertegenwoordiger van antiekhandelaar Salomon Stodel, al vele jaren een prominente exposant. Soms denk je echter een betaalbaar stuk beet te hebben. In de stand van de Mayor Gallery hangen piepkleine schilderwerkjes van Max Ernst, de kleinste niet groter dan een vierkante centimeter. Moet kunnen onder de 10000 gulden. Helaas. Het blijkt 10000 dollar te moeten kosten. Ernst schilderde de microscopische werken voor een mobiel museum, waarvan hij vond dat het in een lucifersdoosje moest passen.

De Mayor Gallery is een van de nieuwelingen op de beurs. Net als Anthony Meier Fine Arts uit San Francisco en Galerie Schönewald und Beuse uit Krefeld, die samen een stand delen. Zij symboliseren de gegroeide kwaliteit van de twintigste-eeuwse sectie van de beurs. Paul Schönewald heeft vertrouwen in dit deel van de Tefaf, dat jarenlang op een beduidend minder niveau stond dan de rest van de beurs. ,,Waddington, de coördinator van deze sectie, heeft heel goed werk verricht de laatste jaren. Ik denk dat hier een goede markt te vinden is voor ons soort werk (Gerhard Richter, Edward Ruscha, Bruce Nauman, Donald Judd, red). Er komen Belgische en Duitse verzamelaars, maar toch ook Nederlanders.'' De galeries van Meier en Schönfeld zijn een mooie aanvulling op het bestaande aanbod. Deze sectie staat nu stevig op de plattegrond van de Tefaf.

Een ander genre dat meer body heeft gekregen, is de oude teken- en prentkunst. Al jaren doet de Duitse handelaar Helmut H. Rumbler mee met onder meer een mooi aanbod Rembrandt-etsen en Dürer-prenten. De Duitser (die ditmaal een complete, gave zestienbladige editie van Dürers 'Apocalypse' uit 1511 brengt) heeft dit jaar gezelschap gekregen van David Tunick uit New York. ,,Handelaren op de beurs hebben gevraagd of ik mee wilde doen. Het geeft mij een mooie kans om me weer te profileren in Europa. In de jaren zeventig en tachtig deed ik hier veel zaken, de afgelopen jaren was ik meer gericht op de Verenigde Staten.'' Ook zijn collega Patrick Matthiesen van kunsthandel Stair Stainty Matthiesen heeft zulk soort redenen om mee te doen, maar deze ziet ook nog een ander interessant verschijnsel op de Tefaf: ,,Conservatoren uit de Verenigde Staten komen naar Maastricht en nemen een rijke verzamelaar mee. Als een museum iets wil kopen, moet die aankoop eerst goedgekeurd worden door een board of trustees. Maar een verzamelaar kan direct kopen en het werk vervolgens eventueel aan het museum schenken of in bruikleen geven.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden