Niet vergeten het weerbericht voor Nederland te noemen

De jonge gepensioneerden liggen in korte broeken en met blote buiken op de houten vlonders langs het Levantestrand van Benidorm. Het is begin februari, en hoewel nog niemand zich aan het koude zeewater waagt, loopt op beschutte plekken de temperatuur vandaag op tot bijna twintig graden. Wie niet in het zand vertoeft, verplaatst zich in een campingsmoking over de boulevard.

Niet alleen auto's met geelzwarte nummerborden verraden hier de aanwezigheid van Nederlanders. Een voorbijganger vangt gesprekken in plat Amsterdams op, over koteletjes van de Hollandse Slagerij ('Ook voor de kool, zuurkool, nasi, bami, Remia boter'), niet ver gelegen van bruin café 't Paaltje ('Hollandse pot 800 peseta's, vers uit eigen keuken'). Met platgetreden superlatieven de sfeer onder Nederlandse residenten van de Costa Blanca beschrijven is al vaker gedaan en voor een verslaggever, even op bezoek, vrij eenvoudig. Peter Dieckmann, die een Nederlands programma op Radio Benidorm opzette en ruim de helft van zijn leven gevestigd is aan de Spaanse kust, kent de mores van de Nederlandse journalisten. En hij weet ook heel goed, dat hij met ieder gesprek over Radio Benidorm opnieuw het risico loopt dat het zonovergoten toeristenoord negatief neergezet wordt.

Hij kan alleen maar wijzen op het kleine geluk dat de Nederlandse gepensioneerden in Spanje vinden. Denk aan astmatische mensen, die in Holland in de wintermaanden de straat niet opkunnen maar in Benidorm vief met de boodschappentas de boulevard op schieten, zegt hij. Zie hoe de mensen zich hier veilig voelen, in een omgeving met weinig criminaliteit of drugsoverlast en met veel politie op straat. Dieckmann (52) weet al lang, dat hij nooit meer terug zal gaan naar Nederland. Hij schrikt zich dood als hij er af en toe is. “Al die nieuwe woorden: doelgroep, baaldag, mensen die 'depro' zijn.”

Ach, Nederland. De groene weilanden en mooie dorpen wuiven hem toe wanneer hij er soms komt. Zo'n prachtig land, maar veel te klein. “Miljoenen mensen doen er werk dat ze niet leuk vinden, en ze mogen een keer per jaar op vakantie.” Dieckmann haalt de schouders op. “Welbeschouwd ben ik al drieëntwintig jaar op vakantie, hoewel dat niet zegt dat ik me niet het rotje heb gewerkt. De grootste denkfout die je hier maakt, is dat je een restaurantje opent en denkt dat het verder vanzelf komt. Vergis je niet. Hier moet je dubbel zo hard werken om het hoofd boven water te houden. Je concurreert elkaar dood.”

Hoe groot de Nederlandse groep is die langs de Costa Blanca gebruik kan maken van de aanwezige eigen middenstand is onbekend. Niet iedereen heeft zich als resident bij de autoriteiten gemeld, en daar bestaat ook geen verplichting toe. Een woordvoerster van het ANWB-steunpunt Benidorm houdt het op een getal tussen de dertig- en zestigduizend in het gebied. De Costa Blanca is op de weg terug, sinds de economische inzinking van begin jaren negentig en de nieuwe investeringen die in de verloederde kust werden gedaan. Maar ook is er eenvoudigweg een nieuwe groep van gepensioneerden opgestaan. In tegenstelling tot de generatie vóór hen wonen zij ook niet in de onder Franco gebouwde appartementscomplexen, maar op de kampeerplaatsen buiten Benidorm. Die campings zitten op dit moment vol.

Dit zijn de maanden dat de oplage van het Nederlands-Vlaamse weekblad 'Hallo', dat geen systeem van abonnementen kent, op zijn top zit. Wekelijks gaan zeven- tot achtduizend exemplaren, met als insteek het Veronicablad 'Satellite', over de toonbank. Tijdens de zomermaanden keldert de oplage met de helft, omdat dan veel residenten terug in Nederlands zijn en de Costa Blanca dan bezocht wordt door toeristen die er maar een aantal weken verblijven.

Het op krantenpapier gedrukte blad van 88 pagina's kost iets minder dan een rijksdaalder. Op de nieuwspagina's treffen lezers een mix van Spaans, Vlaams, Nederlands en internationaal nieuws aan. Hierna volgen nog een groot aantal uitneembare middenkaternen: de beestjespagina, de restaurantengids, clubnieuws en de teleflits. De laatst genoemde pagina met de wekelijkse inhoud van Nederlandse televisiesoaps is een van de best gelezen van 'Hallo'.

De achtkoppige redactie vergaart berichten van Internet en uit Nederlandse, Vlaamse en Spaanse dagbladen. Nieuwsfoto's worden gescand uit andere kranten. Nee, er bestaan geen overeenkomsten met de informatiebronnen voor dit gebruik, aldus de uitgever van 'Hallo', de Nederlander Max Rufi. “Maar we herschrijven alles, en de excursies in de streek verslaan we zelf.” De 43-jarige uitgever (hij was ooit opticien in Nederland) aarzelde aanvankelijk, of hij wel een gesprek wilde over 'Hallo'. Hij heeft op zich geen slechte ervaringen met Nederlandse journalisten, zegt hij. Ursul de Geer en Frits Bom kwamen vorig jaar langs en dat was leuk geweest. Maar enige weken geleden deed ook een Nederlandse radiojournalist Benidorm aan. Hij wilde Rufi uitspraken ontlokken over de bedenkelijke handel in satellietontvangers aan de Costa Blanca. Die vragen waren hem minder goed bevallen.

Rufi: “Journalistiek werkt hier toch wat anders dan in Nederland, waar journalisten vanuit een zekere distantie uitspraken over bedrijven of mensen kunnen doen. Maar de verkopers van de ontvangers adverteren ook in 'Hallo'. Wanneer zij zich terug trekken kunnen we stoppen.” Breng eens een bezoekje aan onze adverteerders!, staat op de achterpagina van het jongst verschenen nummer.

Het lastige krachtenveld tussen commercieel en journalistiek belang deed zich vorige zomer ook voor. Een arts, in Nederland uit zijn ambt gezet na beschuldiging van ontoelaatbare euthanasiepraktijken en omstreden drugsverstrekking, startte in Benidorm een praktijk en plaatste advertenties in 'Hallo'. Protesten tegen de arts bleven niet uit, nadat Nederlandse kranten over de nieuwe vestigingsplaats van de arts berichtten.

In 'Hallo' werd de omstreden dokter door een ambtgenoot verdedigd. “De krant kwam zelf ook in problemen, door hem de ruimte te geven. Er verschenen brieven in de krant, en zelfs pamfletten. Het was journalistiek gezien misschien ook niet zo sterk, de zaak maar van één kant te belichten. Nu werd de strijd in de krantenkolommen van 'Hallo' uitgevochten, en ontdekten we dat Benidorm maar een kleine gemeenschap is waar je snel op de ziel van mensen trapt, waar je voorzichtig moet zijn. We hebben uiteindelijk het advertentiecontract met de arts gestopt, toen het commercieel belang van dat contract niet langer zwaarder woog.”

Hij zucht eens. “Feitelijk werd ons de vrijheid van drukpers kwalijk genomen. Maar nogmaals: je kunt in Nederland in situaties als deze veel eenvoudiger stappen nemen, en voor- en tegenstanders de mogelijk geven hun mening te uiten. De gedragscodes werken hier anders. Nederlandse residenten aan de Costa Blanca zijn passiever, toleranter, kennen andere beleefdheidsvormen. Tegen een andere auto in het verkeer claxonneren wil niet zeggen dat de bestuurder uit zal stappen om de zijruit van jouw auto in te slaan.”

Max Rufi komt nog maar nauwelijks op de boulevard van Benidorm. “Behalve wanneer er bezoek uit Nederland komt.” Dan vindt hij het weer leuk, en voelt hij zelfs zoiets als trots als hij de kuststrook laat zien. “Je wilt toch laten zien dat je het goed maakt.” En terug naar Nederland wil hij niet meer. Drie weken geleden was hij er even, en constateerde vijf dagen met regen, files en andere knelpunten. “Na een dag Nederland heb ik het weer gezien.”

“Kijk, de kunst is niet rijk te sterven, maar rijk te leven,” zegt een dag eerder Peter Dieckmann. Een bezoeker gelooft onmiddellijk dat hij recht van spreken heeft. Zijn onderkomen in het bergdorp La Nucia, ten noorden van Benidorm, kent een niet onaardig zwembad en een onbescheiden Jaguar naast de voordeur. Halverwege de jaren zeventig ging hij op vakantie naar de Costa Blanca. Dieckmann is niet meer teruggegaan, hoewel de vooruitzichten somber leken. Na een aantal baantjes in de toeristenindustrie kwam het keerpunt pas in 1982. Toen diende hij bij de directeur van het net opgerichte Radio Benidorm een voorstel in voor een Nederlandstalig programma. “Wat kost een uur zendtijd?”, vroeg hij de directeur. “Geen idee”, antwoordde deze. “Hoe wil je dat gaan betalen en gaan vullen?” “Geen idee”, zei Dieckmann.

“Ik wist niet hoe dat moest, radiomaken. Ik ben maar gewoon begonnen. Aanvankelijk luisterde ik alle uitzendingen terug, om steeds te leren van de fouten die ik maakte. Ach, niets zo saai als een gladgestreken programma horen. Je wacht op de fouten die gemaakt worden. Dingen die mis gaan, die zijn leuk om te horen.”

Net als in het geval van (het overigens later opgerichte) weekblad 'Hallo' bleken reclame-inkomsten na twee jaar van uitzendingen een manier om geld te verdienen. De programmering bestond uit een formule waarin luisteraars elkaar de groeten konden doen en Nederlands nieuws de rode draad vormden. “Je moet vooral niet vergeten het weerbericht voor Nederland te noemen.” De muziek die hij draaide was veelal Nederlandstalig: 'Niemand laat zijn eigen kind alleen' van Willy en Willeke Alberti en 'Ik heb eerbied voor jouw grijze haren', van Gert en Hermien.

“Semi-klassiek deed het ook altijd goed. Mantovani. Herkenbaarheid is belangrijk. De 'Arbeidsvitaminen' is niet zonder reden nog altijd het best beluisterde programma van de Nederlandse radio. Daar durven ze een heavy groep na Bach te draaien.” Dieckmann was daarnaast uiterst bedreven in het genereren van reclameboodschappen van de plaatselijke middenstand. Het programma presenteerde hij vaak live vanaf de stranden, met een meterslange microfoondraad achter zich aan trekkend. De technicus startte grammofoonplaten na een codewoord.

Meisjes in bikini gaf hij stickers en een T-shirt en vormde al doende een gratis promotieteam. Dieckmann strekt zijn armen breed uit. “Je moet groot maken wat je doet; je moet een bult maken. De uitzendingen vanaf het strand trokken de aandacht. Ik regelde met een discotheek dat die meisjes die avond gratis naar binnen konden en riep op de radio: vanavond zitten we allemaal in de discotheek. Reken dat het dan die avond vol zat, en de extra gasten allemaal een cuba libre bestelden.”

Dieckmann organiseerde met zijn radiozender busreisjes, carnavalsfeesten, prijzenverlotingen, miss-verkiezingen, nodigde Ronnie Tober, Saskia en Serge, Imca Marina en Conny van den Bosch uit. Of het misschien soms al te gezellig was? Hij gelooft van niet. “Op een vakantie is alles te veel. Hollanders houden meer van een elkaar wanneer ze op vakantie zijn. Ze klitten samen en de buurvrouw kijkt niet. Dus liggen ze te veel in zon, drinken te veel en hebben te veel seks.”

Na tien jaar stopten de Nederlandse uitzendingen als gevolg van de economische crisis die het leven langs de Costa Blanca veranderde. Pas in 1994 werden de uitzendingen hervat, zij het dat in dat jaar de Wereldomroep onderhandelingen startte met als doel de uitzending over te nemen. Sinds 1995 vullen zij het uur zendtijd, met het programma 'Hola Holanda' dat in Hilversum wordt gemaakt. Dieckmann is er wel tevreden over, hoewel het programma zijns inziens soms mank gaat aan lokaal nieuws. Anderzijds geeft het hem de handen vrij voor een nieuw project: televisie. Niet veel anders dan zijn radiostation, zal het worden, zegt hij. Het eerste programma is over drie maanden te zien, en voorlopig staat een Nederlandse uitzending van een uur per week gepland.

'Nieuws uit de buurt', wordt de voornaamste pijler van het programma en Dieckmann is voorlopig de enige die zich met de uitvoering er van bezig houdt. Geen cameraman, geen producer; de bedoeling is dat hij zelf met de camera op de schouder de Hollandse clubs en stranden af gaat. “Het moet er professioneel uit gaan zien, maar we hebben ook geen miljoenen te verteren. En wat moet zo'n producer er bij? Het lijkt me beter de hoofdmoot in eigen hand te houden.”

Achter het strand is de bloesem van amandelbomen wit en rose, en zonlicht beschijnt het rotsgebied van Alicante in een waaier van groen, rood en bruin. Dieckmann wijst er eens naar, en verzucht dat dit de Costa Blanca is die maar zo weinig mensen kennen. Het loopt al tegen zeven uur in de avond en langs de boulevard speelt in een feestzaal een kleine muziekgroep. Het publiek danst geoefend in rijen tegenover elkaar. Twee stappen links, klap in de handen en vervolgens een halve draai. Dichterbij gekomen kan men de noten onderscheiden. Het is 'Una paloma blanca', van de George Baker Selection.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden