Niet twee maar hele hordes zielen

Onkerkelijk filosofe Karin Melis wil in januari gedoopt worden in de rk kerk. Een verslag in afleveringen over uitzien tegen de berg op.

Het aanvraagformulier voor de doop ligt voor me. Of ik zo vriendelijk wil zijn het in te vullen. Eigen naam, die van ouders en geboortedatum gaan me vlotjes af maar boven de puntjes naast 'aanleiding tot overgang' blijft mijn pen zweven. Hoezo ga ik over? Waar vandaan ga ik dan over? Maar ik wil niet opnieuw in afleidende overpeinzingen vervallen. Zijn hier geen standaard antwoorden op te geven, informeer ik aan de tegenover mij zittende priester.

Mij schiet geen enkel antwoord te binnen terwijl ik toch al eens door de mallemolen van de Amerikaanse immigratiedienst geweest ben: daar vragen ze ook altijd naar de reden van je ongevraagde komst. Op het vliegveld van JFK weifelde ik vaak en opzichtig tussen 'business or pleasure'. Wie gaat er nu voor zijn lol naar Amerika, dacht ik dan heimelijk.

Ik schuif het formulier van me af en zorg ervoor dat het op zijn helft van de tafel komt te liggen. Eén pennestreek en ik zit eraan vast, voor hem daar aan de overkant is het geen punt; hij zet er zo met een zwierig gebaar zijn handtekening onder. Het angstzweet breekt me uit. Een huwelijk, dat weet ik inmiddels uit ervaring, daar kun je vanaf, van de inwijding in de katholieke kerk weet ik dat zo zeker niet. Eens katholiek blijft katholiek; maar, bedenk ik me dan, daarmee blijft wel eventjes de erfzonde voor altijd van je schouders gelicht. Da's mooi meegenomen.

Ik zet mijn beste beentje voor en begin nog maar eens over de merkwaardige scheiding tussen leer en leven. In een niet eens zo slecht boek van Marianne Frederiksson waarin zij het leven van Maria Magdalena op literaire wijze reconstrueert, suggereert de auteur een heuse onkuise ontmoeting tussen Jezus en deze Maria. Wie was het ook alweer die vrijen met de deelname aan de heilige communie vergeleek? Daar kan ik me volledig in vinden. Ik sta dus niet onkies tegenover deze bekentenis, vooral niet in het licht dat de Heer in kwestie weigerde zich bij ook maar enige leer aan te sluiten. Een ware non-conformist die er geen been in zag in de tempel te keer te gaan.

Zo mag ik het zien: het vleesgeworden Woord, maar dan nu wel met de nadruk op het vlees, met alle menselijke trekken vandien. Een man die zich met afschuw vervuld van een vermeende fanclub van zijn eigen uitspraken -zoals kennelijk onlangs in een van de dagbladen het christendom werd geduid- zou hebben gekeerd.

Kijk, dat is mijn man. Een man om van te houden. En al die regeltjes die zogenaamd uit zijn naam zouden zijn voortgekomen, zo van, met die mag je het wel doen, hoewel die en die, dat mag nu weer niet en die mag het onder geen enkel beding doen, maar in elk geval altijd, al impliceert het een zelfmoordactie, zonder condoom en je mag je ook niet laten bekoren, maar val in godesnaam wel in de kerkbanken in aanbidding op je knieën, zijn zonder blikken of blozen in strijd met het principe van rechtvaardigheid waar de kerk in gegrondvest is. Het behoeft geen betoog dat die regeltjes niet alleen onderling met elkaar conflicteren maar ook, en wellicht dankzij, een bron van onrechtvaardigheid zijn. Totdat Hij komt.

De leer raakt het leven, maar wee je gebeente als het leven de leer raakt. Als ik teken onderschrijf ik de huiveringwekkende leer. Ik zou willen bidden dat ik erin geboren was, dat ik van een dergelijk kwellende beslissing ontslagen was. Evengoed, niet tekenen is geen optie. Ik zit opgezadeld met verlangen dat noch zijn oorsprong noch zijn gerichtheid kent, maar dat bij me is geweest zolang ik me kan heugen. Om gek van te worden. Stel dat ik me vergis? Dat het allemaal een grote vergissing is? Vlak erna, zoniet tegelijkertijd, denk ik, 'ik vergis me niet'.

Er huizen geen twee, maar hele hordes zielen in mij. Om maar eens een voorbeeld te noemen: van levensverzaking heb ik geen last, wil ik ook niet, maar ik ben met eenzelfde overtuigingskracht aanhanger van de armen van geest die wel in maar niet van de wereld zijn.

Door het geruis van mijn gedachten hoor ik André Goumans' woorden: ,,Voor veel katholieken liggen geloof en gevoel dichtbij elkaar. Misschien zit daar ook het probleem voor filosofen. Zit de ratio hen niet te veel in de weg om het hart te laten spreken? Hoofd en hart hoeven niet te strijden in de zoektocht naar God.'' De priester verwijst naar het vleesgeworden Woord: ,,Ik geloof echt dat God telkens opnieuw aan het licht wil komen, zich wil openbaren in de beluistering van zijn Woord, maar minstens evenzeer in de viering van de 'werkelijke' aanwezigheid van Jezus in ons midden. Het sacrament van de eucharistie is meer dan verwijzing.' Lichaam en bloed van Christus. Ik heb nooit geloofd dat het niet waar is. Op het formulier schrijf ik met vaste en ongetwijfeld dwaze hand de aanleiding tot overgang: 'het verlangen om mijn geloof binnen de katholieke kerk te belijden'. Amen. Op hoop van zegen, denk ik er meteen achteraan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden