Niet spelen, maar doen

interview | In ruim veertig jaar groeide Aus Greidanus sr. uit tot het gezicht van Toneelgroep De Appel. Als acteur, regisseur en artistiek leider. Per 1 januari is dat verleden tijd. Een terugblik via hoogtepunten.

Het wonderlijke is dat ik mijn clownsnummers nog helemaal ken. Zowel qua tekst als qua timing. Niet een Hamlet, niet een Oidipous, geen woord zou ik nog weten, maar de clownsnummers zitten helemaal in mijn lijf en hoofd."

Terugblikken op de ruim veertig jaar, dat hij aan Toneelgroep De Appel verbonden was, is voor acteur, regisseur en artistiek leider Aus Greidanus sr. (1950) eerder iets van vrolijke verbazing dan van nostalgie. "Ik ga niet stoppen, ik ga híer stoppen", stelt hij nadrukkelijk. En natuurlijk hoorde op zijn feestelijke afscheidsmatinee, eind november, een clownsnummer. "Uit 'Zerken', een collagevoorstelling uit 1979. Over de dood. Henk Votel kwam er een lijk uitkiezen voor een driegangendiner. Ik was de ober. Zo'n scène kan ik dan zó weer met hem spelen. Zonder repetitie."

Voor het spel zijn alle mogelijke komedie- en commedia dell'arte-trucs uit de kast gehaald. Er wordt regelmatig net niet in het water gevallen, wat een prettig soort spanning creëert. Het spectaculairst is het gewiebel van Aus Greidanus met een hutkoffer op een wankele ladder. (Trouw over Goldoni's 'Trilogie van het zomerverblijf', 1993)

"Zo'n act in Goldoni's 'Trilogie', die tegen een circusnummer aanleunt, is bij toeval ontstaan. We speelden op vlotten en bij een repetitie had ik iets in het water laten vallen. Toen ik het er probeerde uit te vissen, kwam ik op het idee dat geploeter tot een act uit te bouwen.

"Op de toneelschool heb ik weleens zes weken lessen alleen aan clownsnummers besteed. Het bijzondere is, dat van een goed nummer geen seconde níet is doordacht. Kijk maar naar Chaplin. Een tot act gesublimeerd thema, een heel persoonlijke en exact getimede waarheid. Die herkent het publiek, dat maakt het grappig. Al zit er, als het echt goed is, vaak grote tragiek en eenzaamheid onder. Alleen al daarom kun je het principe en de techniek in eigenlijk alle voorstellingen gebruiken. Zowel in spel als in mise-en-scène."

Lou Landré's Alceste is koddig en tragisch tegelijk. Bij de eerste opkomst al loopt hij met een blik vol gramschap door het toneelbeeld, gaat demonstratief mokkend op een stoel daarbuiten zitten en plaatst zich daarmee buiten de handeling ofwel buiten de codes van de samenleving. De door Aus Greidanus geënsceneerde voorstelling laat de menselijke trekjes zien. Daarmee haalt Greidanus 'De mensenhater' veel meer naar het heden dan welke modernisering ook zou hebben gedaan. (Trouw over Molière's 'De Mensenhater', 1997)

"Op een totaal andere manier was 'Ghetto' van Joshua Sobol een gedenkwaardige ervaring. Het was 1988 en voor het eerst heb ik toen ondervonden wat een voorstelling met publiek kan doen. Ik speelde de SS'er Kittel, die een Joods ghetto binnendrong. Het was de enige keer in al die jaren, dat niemand na afloop met mij wilde praten. In het Appeltheater fungeert de foyer als een soort overgang van de fantasie naar de echte wereld. Toen echter kon men de verbeelding niet loslaten en het verschil zien tussen personage en degene die hem speelt.

"Ik had lang geworsteld met: hoe speel je nou een schoft? Kittel is jong, intelligent, speelt met twee koffers - één met stengun, één met saxofoon - een macaber spel met zijn slachtoffers. De kofferkeuze bepaalt hun lot: dood of musiceren. Ik kwam maar niet bij de kern, bij de charme van die man. Ik speelde teveel. Tot op een ochtend. Ik zat in de tuin en staarde naar wat mieren op mijn hand, mijmerend wat die zouden denken. Toen ik uit dat gepeins opschrikte en in een reflex die mieren met mijn andere hand dooddrukte, drong opeens tot mij door: dat ís het! Dat is die ongrijpbare omschakeling tussen kijken en doden. Ik moet het niet spelen, maar gewoon doen.

"Een combinatie van toeval, naïviteit en intuïtie was 'Tantalus', onze eerste marathon. Het ging niet goed met De Appel toen, er moest iets bijzonders gebeuren. Ik hoorde over John Bartons zestien uur durende stuk. Dat ga ik doen, dacht ik meteen. Zes maanden zijn we dichtgegaan. Het was: een doorbraak of de dood. Een half jaar de boog gespannen houden was haast onmogelijk. Niemand geloofde er meer in. Begin gewoon met deel één, zei Erik Vos. Maar mijn intuïtie zei, het moet achter elkaar, zodat het publiek net als de spelers na elf uur voelt: ook ik heb die Mount Everest beklommen.

"Opgeleid zijn met het epische theater van Vos bleek een groot voordeel. Ik kon hier alle speelstijlen beoefenen. We hebben de tijd genomen om het op te bouwen en het publiek mee te nemen vanuit de verkleedkist. Een jurk aantrekken en dan zeggen: Ik ben nu Helena."

Het meest spectaculaire is wel het gebrek aan spektakel. Met zijn medebewerkers heeft Aus Greidanus het epos op de menselijke, zeer aardse maat toegesneden. Geen bewieroking van avonturiers en heldendaden, maar een ontluistering van prestaties en motieven. Hun 'Odysseus' is een verbluffend sober commentaar op de waanzin die oorlog heet. Een lust voor het oog, maar vóór alles een indrukwekkende ode aan de vertelkunst. (Trouw over tweede theatermarathon 'Odysseus', 2007)

"Er wordt altijd geroepen om vernieuwing, maar eigenlijk is het sinds mensenheugenis zo: publiek, piste, een stoeltje, een vertelling. Ik ben met Shakespeare en Homerus grootgebracht. In essentie komt niemand daar overheen, over de simpelheid van een verhaal - Odysseus wil naar huis - en de onderliggende tragiek. Je moet het publiek vangen in vorm en inhoud. Het gaat toch om levende gebeurtenissen, tussen mensen en goden, om je eigen leven te spiegelen.

"Een toekomstbeeld scheppen kan een Thomas Bernhard al niet meer, onze grootste naoorlogse schrijver, vind ik. Hij en schrijvers als Botho Strauss laten zien, dat de westerse mens wel denkt 'wij zijn de beste', maar niet meer luistert. In hun werk is de dialoog vrijwel vervangen door monologen."

Midden op de toneelvloer staat een Turkse man wat wezenloos voor zich uit te staren. Een jong stel, dat alleen op ruzietoon lijkt te kunnen praten, passeert hem. Plotseling keert de jongeman alsnog op zijn schreden terug en geeft de Turk een klap. Deze valt. Een onbetekenend incident? Juist het volstrekt zinloze ervan is schokkend. En maakt met één klap manifest: 'Groot en klein' is een veel politieker stuk dan tot dusver gedacht. Het is de verdienste van regisseur Aus Greidanus, dat hij dit soort mogelijkheden in het stuk heeft gezien. (Trouw over Strauss' 'Groot en klein', 1992)

"Verbeelding kun je stimuleren met ritme en de ruimte die jij creëert. Dat is dé pre van het Appeltheater. Geen theater haalt het bij het niet kloppende van dit gebouw. Waar mogelijk heb ik resten van vorige voorstellingen laten zitten. Een gat in de grond van een bout bijvoorbeeld. Dat is het enige dat ik mijn opvolger, Arie de Mol, meegeef: de exclusiviteit van dit theater. Arie maakt veel politieker theater, maar heeft ook veel met verhalen. Dat De Appel het zo lang heeft volgehouden, is mede te danken aan het repertoire van klassiekers."

Greidanus' aanpak is welhaast Brechtser dan Brecht. Hij heeft scherp in de tekst gesneden om de essentie van scènes heftiger naar voren te laten komen. Zo zijn in het Voorspel, waar de goden om onderdak vragen en de hele stad weigert behalve Shen Te, al die dialogen weggelaten, wordt enkel de vruchtloze zoektocht met spannend slagwerkgeroffel begeleid. Een waar episch drama is gecreëerd. (Trouw over Brechts 'De goede mens van Sezuan', 2006)

"Essentieel is: hoe pak ik de creativiteit van een publiek? Hoe trek ik ze mee in een gevoel, een historie, in het meebeleven van maskerade en ontmaskering, zodat ze het bos op Macbeth zien afkomen en niet denken: daar lopen wat mannen met takken in de hand. Ook Brecht merkte dat theatermaken met rechttoe rechtaan Lehrstücke niet eindeloos is vol te houden, dat je met drama verder komt. Het eerste van belang, schreef hij, is het publiek vergnügen. Je moet het publiek vangen in vorm en inhoud."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden