Niet sleutelen aan regeling jonge werkloze

Als de plannen van Donner doorgaan, hoeven jonge werklozen niet langer op zoek naar een baan.

Minister Donner grijpt alsnog zijn kans om een revolutie in de sociale zekerheid te veroorzaken. Nu hij zijn stevige woorden over het ontslagrecht en langer doorwerken niet kan waarmaken, introduceert hij een nieuwe vondst, de omgekeerde bewijslast in de sociale zekerheid.

Het gebeurt tot nu toe in stilte. Maar het betekent een omwenteling als de plannen in de Begroting 2009 waar de Kamer deze week over debatteert, werkelijkheid worden. Overigens wel een omwenteling waarvan later gezegd zal worden: Was Donner maar net zo antirevolutionair gebleven als zijn voorouders.

In de twee sociale zekerheidswetten waar jongeren die nog niet gewerkt hebben een beroep op kunnen doen – de bijstand (WWB) en de voorziening voor jonggehandicapten (Wajong) – doet Donner een ingrijpend voorstel. De overheid krijgt voortaan de taak iedere jongere onder de 27 die een uitkering aanvraagt een aanbod te doen: een opleiding en/of werk. Wie dit aanbod weigert, heeft geen recht meer op een uitkering ’tenzij de jongere niet in staat is uitvoering te geven aan dit aanbod’.

Bij eerste lezing lijkt dit mooi. Het is bij de huidige krapte op de arbeidsmarkt volstrekt onlogisch dat een jongere beroep doet op een uitkering, tenzij er sprake is van een ernstige handicap. Bovendien veroorzaakt de beschikbaarheid van een uitkering een valse start in het leven zelfs voordat er ooit gewerkt is. Zo is er een hangmat gespannen voor schoolverlaters zonder diploma. Maar toch, als het kabinet de nieuwe plannen doorzet, wordt Nederland opgezadeld met een nieuwe onuitvoerbare regeling in de sociale zekerheid.

Momenteel staat tegenover het recht op een uitkering de plicht om passende arbeid te zoeken en te accepteren. De overheid ondersteunt daarbij met arbeidsbemiddeling van het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI), maar heeft niet de plicht om een baan aan te bieden. Die plicht wil Donner nu wel introduceren. Daarmee haalt hij een cruciale verantwoordelijkheid weg bij de aanvrager van de uitkering en hevelt die over naar de overheid. Deze vernieuwing belooft een nachtmerrie te worden.

Het aanbieden van een vacature zal de overheid in eerste instantie geen enkel probleem opleveren. Er is veel werk, ook voor laagopgeleiden. Zelfs met een gebrekkige kennis van de Nederlandse taal of een lichte handicap is er werk in de tuinbouw, logistiek, supermarkt of schoonmaak. Voor wie bereid is om door te leren bieden sectoren als de metaal, schildersbedrijf en zorgsector volop perspectief. Toch vragen ieder jaar nog duizenden jongeren een bijstandsuitkering aan en dreigt de Wajong te groeien tot meer dan 400.000 mensen.

Een baan in de hiervoor genoemde sectoren spreekt kennelijk niet aan, of sollicitanten brengen zo weinig kennis of inzet mee, dat werkgevers de vacature nog liever open laten. Daarmee komen we op de achilleshiel van Donners voorstel. Jongeren die in de huidige tijd nog een uitkering aanvragen hebben (uitgezonderd ernstig gehandicapten) een enorm motivatieprobleem. In plaats van de verantwoordelijkheid daarvoor bij het individu te laten, maakt Donner gebrek aan inzet tot een collectieve verantwoordelijkheid.

Wie daarover doordenkt stuit op onoplosbare dilemma’s. Wat doet de overheid als de jongere de aangeboden baan of opleidingsplaats afwijst? Wat gebeurt er als de kandidaat de sollicitatieprocedure verbruit, of slecht werk levert en na korte tijd wordt ontslagen? Tot op heden kan de uitkering dan verlaagd of stopgezet worden wegens onvoldoende inzet. De verantwoordelijkheid ligt immers bij de aanvrager van de uitkering. Als Donner zijn zin krijgt wordt dat veel moeilijker.

De overheid heeft zichzelf immers de plicht opgelegd om een baan aan te bieden die de jongere kan weigeren indien ’hij niet in staat is uitvoering te geven aan dit aanbod’. Dit wordt een feest voor de advocatuur. Het wordt lonend om alle argumenten in stelling te brengen: relatieproblemen, schulden, concentratiestoornissen, moeite met gezag of met zelfstandig werken. Alles leent zich voor een bezwaarschrift en uiteindelijk een beroep op de rechter. Momenteel kan dat ook, maar nu is het nog de uitkeringsgerechtigde die moet aantonen dat deze zich voldoende heeft ingespannen.

Het te verwachten grote beroep op de rechter zal leiden tot pseudowetgeving. Rechters zullen immers onderling af moeten spreken hoe beoordeeld wordt of de verwijtbaarheid bij de overheid ligt, of bij de uitkeringsgerechtigde. Hoe ver gaat de plicht van de overheid om aangepast werk te zoeken? Gemeenten zullen voor moeilijk plaatsbare gevallen aandringen op nieuwe Melkertbanen. Maar wel tegen hoge publieke kosten en zonder dat er sprake is van het vervullen van de openstaande vacatures voor echte banen.

Donner weet als geen ander dat een rechtsstaat gebaat is bij uitvoerbare regels. De VVD bepleit daarom een heldere afbakening. Tot 27 jaar geen recht op een bijstandsuitkering. Er is studiefinanciering voor wie wil studeren, loon voor wie wil werken. De enige logische uitzondering zijn jonggehandicapten. .

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden