Niet praten, maar samen de straat op

Christenen en moslims kunnen tot elkaar komen, maar niet via de weg van de theologie, ontdekte een Nederlandse predikant in Kenia. Samen de omgeving in kaart brengen, kan goed werken.

Heeft een dialoog tussen christenen en moslims over zaken, waarover ze het al veertienhonderd jaar oneens zijn wel zin? Of moeten ze op andere manieren met elkaar aan de slag?

De Nederlandse protestantse predikant Willem Jansen ontwikkelde in Kenia een manier van communiceren tussen moslims en christenen, die volgens hem ook bruikbaar is in Nederland. Hij verving de dialoog door wat hij diapraxis noemt: niet discussiëren over eeuwig dezelfde theologische strijdpunten, maar samen een onderzoeksproject uitvoeren en daardoor meer inzicht krijgen in de leef- en denkwereld van de ander en van zichzelf.

Jansen deed ervaring op met de religieuze dialoog in Rawalpindi in Pakistan, later in Haagse migrantenwijken en de afgelopen jaren in Eastleigh, een voorstad van de Keniaanse hoofdstad Nairobi. De theologische disputen leverden nooit iets op. Maar Jansen ontdekte toch dat christenen en moslims wel degelijk nader tot elkaar kunnen komen, zij het niet via de gebaande en doodlopende weg van de theologie.

Gedichten voordragen
In Pakistan bijvoorbeeld vervaagden op dialoogconferenties de scheidslijnen na afloop van de theologische debatten, wanneer de aanwezigen zich overgaven aan poëzie. Jansen: "We hadden een keer de hele dag over theologie gepraat. We kwamen geen stap verder, maar 's avonds lukte de dialoog wel, op het gevoelsmatige vlak. Christenen en moslims droegen gedichten voor, in Urdu, een heel romantische taal. De verschillen verdwenen, er gebeurde zoiets als bij Russen wanneer die naar een pianorecital luisteren. In Eastleigh maak ik hetzelfde mee, nu met Somaliërs. Als je een bijeenkomst organiseert, moet je ook dichters uitnodigen. In een soort rap dragen ze ballades voor over de burgeroorlog. Mensen vinden dat prachtig."

Sinds 2009 werken Jansen en zijn vrouw Heleen Joziasse in Nairobi aan de St. Pauls University, hij als docent islam en zij als docente theologie. Ze zijn uitgezonden door Kerk in Actie. Jansen maakte kennis met een soort dialoog waar hij weinig in ziet, de mihadra's, theologische twistgesprekken tussen christenen en moslims, gehouden in de open lucht voor een heftig meelevend publiek. De partijen vangen elkaar behendig theologische vliegen af. Het zijn kleurrijke bijeenkomsten, de toehoorders ervaren ze als spannende sportwedstrijden, maar met pogingen om bruggen te slaan heeft het weinig te maken.

In zijn zoektocht naar andere vormen van dialoog kreeg Jansen een idee. Zijn collega C.B. Peter had hem vertrouwd gemaakt met het begrip mapping (in kaart brengen). Mapping is een soort micro-onderzoek van bijvoorbeeld een straat. Je bestudeert alle mogelijke details van die microkosmos, groot en klein, en legt ze vast op een kaart.

Het maken van een kaart is niet een zuiver objectieve bezigheid, er zit een flink subjectief element bij. Twee kaartenmakers vinden lang niet altijd dezelfde dingen waard om op de kaart te zetten en de interpretatie kan verschillen. Wat zou er gebeuren, vroegen Jansen en Peter zich af, wanneer je koppels, bestaande uit een moslim en een christen, de straten en stegen van Eastleigh in kaart liet brengen? Er zou zeker een gesprek ontstaan, elk van de twee zou de straat met eigen ogen bekijken, vanuit eigen vooropgezette ideeën. Wat zou er na het project van die ideeën overblijven? Zouden er spanningen ontstaan tussen de kaartenmakers? En hoe zouden ze daarmee omgaan? Zouden ze na afloop ook anders tegen elkaar aankijken?

De 'mapping' van een roerig stadsdeel als Eastleigh is een ingrijpende, soms emotionele ervaring die iemand in elk geval verandert. Je kunt dat zichtbaar maken door van tevoren aan de deelnemers een lijst met vragen voor te leggen, en na afloop van het project dezelfde vragen nog eens te laten beantwoorden.

Aanslag op busje
Jansen en Peter stuurden dertig studenten, moslims en christenen, naar Eastleigh. Voor alle deelnemers was het een kennismaking met een realiteit die ze niet kenden, die van een als gevaarlijk bekendstaand no-go-area. Dat er reden bestaat voor die reputatie bleek in november, toen een onverlaat een granaat in een busje gooide. De studenten waren in die periode bezig met hun onderzoek. Tien mensen kwamen om, onder wie een familielid van een van de onderzoeksters. Inwoners zijn bang dat de aanslagen zullen toenemen na de nederlaag van de strijdgroep Shabaab in Mogadishu. Eastleigh lijkt een geschikt alternatief voor de extremisten.

De eerste opdracht aan de kaartmakers luidde: geef weer wat je ziet, hoort, ruikt, voelt en proeft. En verder moesten de studenten alle religieuze organisaties en gebouwen in kaart brengen. Een aantal tegenstellingen viel meteen op. Bijvoorbeeld de enorme rotzooi buiten, vooral in stegen, en anderzijds de properheid binnenshuis. Buiten stonk het ongenadig, er waren open riolen, waarin nota bene zelfs foetussen waren gedumpt. De kaartenmakers legden al die ellende vast.

Zo treurig als het buiten was, zo schoon was het bij mensen binnen. Jansen: "Ze maken elke dag driemaal schoon, het ruikt er naar parfum en wierook." Bij mensen thuis maak je kennis met de mystieke soefi-islam, die nog steeds de meeste aanhang heeft onder Somaliërs. En dat ondanks decennia van burgeroorlog, waarin radicale wahabieten moordend en tiranniserend het nieuws haalden. Jansen: "Op straat is er van die soefi-islam minder te zien, het wahabisme bepaalt het straatbeeld, net als in Mogadishu. Belangrijke moskeeën die nu wahabitisch zijn, waren vroeger soefi."

Ook met soefi's is de dialoog moeilijk. Ze denken in prachtige beelden en metaforen, maar zijn minder geoefend in theologisch taalgebruik. Jansen: "Vaak heet het dat de islam en het christendom vechten om de ziel van Afrika. Maar een soortgelijke strijd woedt er binnen de islam tussen de wahabieten en de soefi's, en binnen het christendom tussen de pinksterkerken en de traditionele kerken.

Het onderwerp discriminatie riep soms heftige emotie op, bijvoorbeeld tussen een christelijke en een moslimstudente, die samen een straat in kaart brachten. De christelijke studente constateerde discriminatie van moslims tegen haar geloofsgenoten. De moslimstudente viel hard tegen haar uit. Dat was niet omdat ze die discriminatie tegen christenen ontkende, maar omdat ook haar eigen volk, de Boranas, leed onder discriminatie. Ook van moslims, hoewel de meeste Boranas zelf moslims zijn. Etnische, niet-religieuze discriminatie dus. Die twee studentes kwamen er samen wel uit, maar er ontstonden problemen toen ze in hun rapport de discriminatie tegen Boranas noemden. Daarmee hadden andere moslimstudenten grote moeite, zodat het project zelfs even leek te stranden.

Na afloop waren alle deelnemers positiever over de relaties tussen christenen en moslims in Eastleigh dan bij het begin, althans dat blijkt uit de antwoorden die ze op de lijst met vragen invulden. Ze constateerden dat de twee groepen toch wel redelijk met elkaar overweg kunnen, hoewel ze dat niet hadden verwacht.

Kleine verhalen ontdekken
Jansen ziet goede mogelijkheden om soortgelijke projecten uit te voeren in Nederlandse migrantenwijken: "Het lijkt me erg leuk om hetzelfde in bijvoorbeeld de Haagse Schilderswijk te doen. Vaak voeren in discussies meningen en 'grote verhalen' de boventoon. Via 'mapping' kun je meningen corrigeren met feiten. Verder ontdek je de 'kleine verhalen', die de 'grote verhalen' nuanceren."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden