Niet om de vorm, maar om de inhoud

De auteur is predikant van de gereformeerde kerk te Amsterdam.

Slavenburg heeft gelijk wanneer hij zegt dat door alle eeuwen heen er mensen zijn geweest die openbaringen hebben ontvangen. Ook in het Oude en Nieuwe Testament komen we die regelmatig tegen. Maar is het juist dat de kerk 'na Paulus' het tijdvak van de openbaringen heeft afgesloten, omdat de gave van de profetie de macht van de bisschoppen verkleinde? Is het juist dat sindsdien visioenen en openbaringen alleen maar buiten de kerk een plaats konden krijgen?

Veelzeggend

Ik ben geen specialist op dit gebied, maar weet zo een paar veelzeggende uitzonderingen uit die 'na-apostolische tijd' te vinden.

Om met een flauwe opmerking te beginnen: de Openbaring van Johannes is door de kerk erkend als canoniek geschrift, is dus opgenomen in het Nieuwe Testament. Algemeen wordt aangenomen dat deze Openbaring stamt van na de tijd van Paulus. Maar ook uit de tweede eeuw zijn uit de kerk visioenen en openbaringen bekend, evenals profeten van wie geen geschriften zijn bewaard gebleven.

Het meest bekend zijn de visioenen van Hermas uit Rome. Omstreeks het midden van de tweede eeuw zijn aan hem een vrouw en een engel in de vorm van een herder verschenen. Zij gingen uitvoerig in op de situatie van de kerk van die tijd. Onder de titel de Herder van Hermas stond dit boek in groot aanzien in de oude kerk. Het heeft niet veel gescheeld of het is in het Nieuwe Testament opgenomen.

Al is dit uiteindelijk niet gebeurt, dit betekent niet dat deze geschriften om hun vorm of om hun inhoud zijn afgewezen. Uit de beschrijvingen van het kerkelijk leven in de Didache (oud christelijk geschrift uit de tweede helft van de 1ste of eerste helft van de 2de eeuw) blijkt, dat de kerk in de tweede eeuw wel degelijk open stond voor 'profeten': mensen die door de Geest werden genspireerd om het woord van God te spreken. Bisschop Irenaeus van Lyon maakt aan het einde van de tweede eeuw melding van mensen van zijn kerk die in de toekomst kunnen zien en visioenen en profetische woorden ontvangen.

In de derde en vierde eeuw raakte de monnik Antonius in de woestijn van Egypte vertrouwd met visioenen. Deze zijn opgetekend door niemand minder dan de zeer orthodoxe bisschop Athanasius. Ook van andere 'woestijnvaders' uit Egypte is uit de kerkelijke literatuur bekend, dat zij visioenen ontvingen.

Met de latere tijd ben ik minder bekend, maar het eerste middeleeuwse boek dat ik lukraak uit de kast haal, de Kerkgeschiedenis van het Engelse volk, door Beda geschreven in 731, blijkt echt vol met berichten van visioenen te staan. Teresa van Avila doet in haar autobiografie verslag van visioenen, en zij is later erkend als 'doctor ecclesiae', lerares der kerk.

Toetsen

"Wat moet ik verder nog aanvoeren?" zou ik met de schrijver van de brief aan de Hebreeen willen vragen. Hoe komt Slavenburg erbij dat na Paulus de deur op slot ging voor openbaringen?

Zijn opvatting is misschien een beetje te begrijpen, als we weten dat er door de kerk ook veel visioenen en openbaringen zijn afgewezen, omdat de strekking ervan naar haar inzicht niet overeenkwam met de leer van de apostelen. Het is inderdaad zaak, visionaire ervaringen te toetsen, en het is onvermijdelijk dat in de loop der eeuwen veel openbaringen de toets van die kritiek niet hebben doorstaan.

Het is bekend dat Slavenburg het met die schrifting niet eens is. Hij pleit bij voorbeeld voor een nieuwe acceptatie van de gnostische visioenen die nu uit de bibliotheek van Nag Hammadi bekend zijn geworden. Hij vindt het ook niet terecht dat latere openbaringen van Emmanuel Swedenborg en Jakob Lorber niet door de kerk zijn geaccepteerd.

Maar het gaat er dan niet om, dat de kerk alle latere openbaringen afwijst, maar dat zij worden getoetst aan het verhaal van Israel en van Jezus Christus, van zijn woorden, dood en opstanding. Er zijn nu eenmaal verschillen tussen de nieuwtestamentische geschriften en latere visioenen die in de loop der eeuwen door de kerk zijn afgewezen.

De visie op het leven met God, de verzoening met God, de visie op zwakke en gebrekkige mensen, het uitzicht op het leven na de dood, enzovoorts: je kunt daar heel verschillend over denken. De kerk heeft het goed recht om inzichten af te wijzen, al zouden ze uit de hemel afkomstig zijn, als ze niet stroken met de strekking van het overgeleverde getuigenis van Oude en Nieuwe Testament. Het gaat dus niet om de afwijzing van visioenen als zodanig, maar om hun inhoud.

Dan is er nog iets. In de christelijke kerken wordt nogal eens sceptisch gereageerd op mensen die een grotere aandacht voor visioenen en openbaringen bepleiten. Misschien is die sceptische reactie niet altijd terecht, maar de zorg er achter is deze: dat de aandacht voor de concrete nood van de wereld verslapt, omdat het in die visionaire wereld zo goed toeven is.

Maar ook als de kerken leren, meer open te staan voor visionaire ervaringen, dan nog zijn ze het aan het evangelie verplicht, de geesten te toetsen. Altijd zullen er dus nieuwe visioenen worden afgewezen, niet om hun vorm, maar om hun inhoud.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden