Niet normaal dat mensen stemmen voor waterschap

De opkomst bij de waterschapsverkiezingen was verre van laag. Dat zoveel Nederlanders moeite deden voor nietszeggende verkiezingen is een onderzoek waard.

Zijn er verkiezingen waarbij een relatief lage opkomst wordt genoteerd? Dan is er steevast sprake van verbazing en teleurstelling, in de allerergste gevallen van een zwarte dag voor de democratie. En dient er nader onderzoek plaats te vinden naar de vraag waarom of waardoor zoveel kiesgerechtigden het hebben laten afweten.

Extra analyse kan natuurlijk nooit kwaad. De vraag is dan echter wel welk probleem bij die analyse centraal zou moeten staan. De lage opkomst van 24 procent met daarbij een zeer aanzienlijk aantal ongeldige stemmen, zal de overheersende gedachte zijn.

Maar wellicht zijn dat bij nader inzien niet de meest prikkelende vraagstukken. Immers, er is wel het een en ander bekend over de opkomst bij verkiezingen. Zo is een hoge opkomst maar heel moeilijk te bereiken als burgers niet zien waarover de verkiezingen precies gaan en uit welke werkelijke alternatieven zij een keuze hebben te maken. En wat de gevolgen van die keuze zijn. Bij waterschapsverkiezingen schort het daar zeer ernstig aan. Elke burger houdt graag droge voeten en wenst schoon water. Geen enkele deelnemer aan de waterschapsverkiezingen bepleit trouwens iets anders. Maar ja, waaruit bestaat de keuze dan eigenlijk? Als er niets te kiezen is, waarom stopt een kiesgerechtigde dan toch energie in een verkiezing die nauwelijks een keuze tussen reële alternatieven inhoudt?

De ingrepen die recent gepleegd zijn mede met het oog op het prominenter maken van de waterschapsverkiezingen, zijn in dat verband futiel en vanuit het opkomstperspectief betekenisloos. Het feit dat de verkiezingen voor alle 27 waterschappen gelijktijdig plaatsvond, betekent tenslotte niet automatisch een toename aan gewicht en belang van die verkiezingen. Zevenentwintig keer heel erg weinig is nog steeds niet zo veel.

De introductie van politieke lijsten is van hetzelfde laken een pak. Het algemene idee dat uiteenlopende partijen een andere visie vertegenwoordigen en zo een keuze betekenisvol zouden maken, is slechts op de meest gebrekkige wijze toepasbaar op de waterschapsverkiezingen. De vraag is de afgelopen weken eerder gesteld: zijn er sociaal-democratische dijken en liberale, is schoon water anders schoon onder christen-democratisch dan onder sociaal-liberaal bewind? Het bleken retorische vragen te zijn.

Toch lijkt het me de moeite waard om nadere analyse na te streven. Ik zou dan echter wel een andere invalshoek willen bepleiten. De vraag die mij bovenal fascineert is waarom er nog zo ontzettend veel mensen hun stem hebben uitgebracht. Vanuit een idee van burgerzin misschien, maar overigens kan ik me nauwelijks voorstellen dat al die mensen – een op de vier kiesgerechtigden! – enig benul hadden van de vragen waarover de waterschapsverkiezingen gingen. Zeker, er zal een kern van kenners, betrokkenen en geïnteresseerden zijn, maar buiten die kern moeten er vele andere burgers zijn geweest die hun stem hebben uitgebracht. Dat is uiteraard hun goed recht. Maar het roept de vraag op wat al deze mensen gedacht hebben en wat hun overwegingen waren toen zij hun keuze bij de waterschapsverkiezingen maakten.

Toen in 2005 een aanzienlijk deel van de Nederlandse kiesgerechtigde burgers ’nee’ zei tegen de zogenoemde Europese Grondwet, meenden velen dat de stemming eigenlijk niet over die tekst was gegaan. Vooral voorstanders beweerden dat andere factoren de keuze van die tegenstemmers hadden bepaald. In hun interpretatie klonk enige verontwaardiging en afkeer door: het was niet heel erg fraai dat kiezers zich niet tot de kern van de zaak, die Grondwet, hadden beperkt. Bijna werd gezegd dat die kiezers als het ware vals hadden gespeeld, bijvoorbeeld door niet tegen de verdragstekst maar tegen het zittende kabinet en gevoerde kabinetsbeleid te stemmen.

Later onderzoek maakte duidelijk dat wel degelijk die Grondwet en andere aan de EU gerelateerde zaken een belangrijke rol hadden gespeeld in de overwegingen van de stemmers bij het referendum. De vraag is ook dit keer de moeite waard: wat dreef al die kiezers die, naar alle waarschijnlijkheid niet gehinderd door overdreven veel kennis van zaken, meenden te moeten gaan stemmen bij de waterschapsverkiezingen? Nadere analyse is noodzakelijk. Want in zekere zin was de opkomst onrustbarend hoog.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden