Niet meer van deze tijd

Beeld Mark Kohn

Honderden verzorgingshuizen in Nederland moeten dicht. Trouw volgt de komende tijd zes bewoners van De Marckenburgh in Spijkenisse. De bewoners van het verzorgingshuis, gemiddelde leeftijd 94 jaar, wacht een gedwongen verhuizing. Hoe vergaat het hun? Wat raken ze kwijt, wat krijgen ze terug? Deel 1 van een serie.

Zuster!" Daar klinkt mevrouw Kamstra alweer door de krakerige intercom. "Zuster! Wilt u mijn koekje?" Dat is vriendelijk van mevrouw Kamstra, die als gevolg van een auto-immuunziekte geen speeksel heeft. Het droge biscuitje bij de koffie bewaart ze altijd voor de zusters.

Die zitten net bij elkaar op de zusterpost op de vijfde verdieping van De Marckenburgh, een verzorgingshuis uit 1970 in Spijkenisse. Het is zes uur 's avonds, tijd voor de overdracht aan de avondploeg. Boodschappen in koelkasten zijn over de datum, en mevrouw Kamstra is benauwd en 'maakt zich zorgen over de toestand in de wereld'. Iemand is gevallen; haar lijf kleurde pimpelpaars.

Tijdens de korte vergadering belt mevrouw Hopman vier keer: ze heeft een bekertje water om laten vallen. Ze is weer naar de kamer. Ze heeft drinken gekregen. Ze wil naar bed.

Villa's
De Marckenburgh is met zijn kleine kamertjes (24 m2), verzorgend personeel in witte jassen en de koffie die per kar wordt langs gebracht een archetypisch bejaardentehuis. Maar het einde nadert, zoals voor zoveel verzorgingshuizen in Nederland. Sinds mei geldt er een opnamestop: sterft een bewoner, dan blijft de kamer leeg. Nu zijn er nog 125 mensen over, met een gemiddelde leeftijd van 94 jaar. Zij verhuizen binnenkort naar drie nieuwbouwcomplexen - of villa's zoals zorgorganisatie Careyn ze noemt - op een nabijgelegen terrein.

Vanwege de enorme veranderingen in de ouderenzorg volgt Trouw de komende weken zes bewoners naar hun nieuwe woningen. Ze krijgen allemaal een eigen appartement met twee of drie kamers. Drie gaan daar weer min of meer op zichzelf wonen, drie krijgen ook in de nieuwe situatie nog veel hulp en zorg.

Officieel gelden de nieuwe regels uit Den Haag alleen voor ouderen die nog niet in een verzorgingshuis zitten: zij moeten van staatssecretaris Van Rijn (volksgezondheid) zo lang mogelijk thuis blijven wonen, met hulp van mantelzorgers en professionals. Maar wie inzoomt, ziet dat het beleid ook zittende bewoners raakt.

Kijk naar De Marckenburgh: het nieuwe onderkomen is niet alleen groter en voorzien van fris laminaat, de zorg wordt er ook anders georganiseerd. Geschrapt zijn: de zusterpost, de receptie, de keuken, de linnenkamer, de technische dienst. Gezellig bellen voor een koekje is er niet meer bij. Bewoners krijgen weer een eigen voordeur, ze hebben niet langer een kamer met een deur die vaak open staat en uitkomt op een levendige gang, maar een eigen appartement.

Beeld Mark Kohn
Beeld Mark Kohn

Langs al deze appartementen gaan de zusters 'zorgroutes' lopen, waarbij ze doen wat ze altijd al doen: ouderen assisteren bij de ADL, de algemene dagelijkse levensverrichtingen. Steunkousen aantrekken, benen zwachtelen, pap in de magnetron zetten, navelbreuk verzorgen, eczeemzalf op de rug aanbrengen, 'onderbeurtje' op de postoel geven. Maar bewoners 'pamperen', voor hen regelen wat ze ook best zelf kunnen, dát doen de zusters straks niet meer. Als het tenminste ligt aan de bevlogen regiomanager Trix van Os.

Zij zit even uit te puffen op haar kamer achter een grote pot snoep, die haar en de rest van het verhuisteam door extreem lange werkdagen helpt. Het is nogal een operatie, waarin vloerplint, wc-pot, koelkast, aannemers, glaszetters, 130 man personeel, familie, vrijwilligers en 125 individuele bewoners alle aandacht behoeven, vaak op hetzelfde moment. "Soms denk ik: zal ik hier gewoon blijven slapen?"

Dat De Marckenburgh, eigendom van zorgorganisatie Careyn, vervangen moest worden, stond al twaalf jaar vast, vertelt Van Os. "Dit is eigenlijk een bejaardenhuis anno 1980. Alles even kneuterig. Niet meer van deze tijd." De nieuwbouw bood ook andere kansen, bedachten zij en haar collega's van Careyn: zij geloven in het verhaal van staatssecretaris Van Rijn, maar geven daaraan wel een eigen touch. "Ik geloof in zelfredzaamheid, in eigen regie, als die maar wél aansluit op de individuele behoefte. En als we maar de tijd krijgen voor verandering. Ouderenzorg moet mild en nabij zijn."

Dichtregelen
Van Os stuurde de zusters op cursus om hun bedilzucht te temperen en liet in de afgelopen maanden ook de bewoners oefenen met 'eigen regie'. Voor hun nieuwe woning moesten ze zelf kiezen tussen 'villa' 1 (twee kamers) en 'villa' 3 (drie kamers), uitzicht op de straat of het plantsoen, behang of verf, een grote of kleine koelkast, zelf inpakken of laten verhuizen. "Mensen die lang in een verzorgingshuis zitten, zeggen: 'Zeg jij het maar', maar klagen later steen en been. Mijn medewerkers moesten leren dat ze het niet allemaal moesten dicht-regelen. Dus niet: 'We doen voor iedereen dezelfde lamp, dat is lekker makkelijk'. Nee: welke lamp wil déze meneer?"

De aankondiging van de verhuizing op 7 februari vorig jaar wekte flinke beroering onder de Marckenburgh-bevolking. Oude bomen moet je niet verplanten, wie weet dat niet. Mantelzorgers en vrijwilligers fluisterden aan elkaar door dat "de één na de ander het loodje legde" sinds Van Os haar nieuwbouwplannen ontvouwde. Hoe aannemelijk klinkt dat?

De sterftegolf blijkt een broodje aap, een spookverhaal. Bij controle van de boeken blijkt dat er in 2010 een overlijdenspiek was in De Marckenburgh vanwege een uitbraak van het norovirus. De jaren daarna steeg het aantal sterfgevallen weliswaar licht, maar in diezelfde tijd nam ook de gemiddelde leeftijd toe waarop mensen binnenkwamen. Dat is een landelijke trend: ouderen belanden later én in een slechtere conditie in het verzorgingshuis.

Beeld Mark Kohn
Beeld Mark Kohn

Maar niet te vroeg gejuicht: nu staat de verhuizing echt voor de deur. Verhuisdozen zijn gratis af te halen bij de receptie, in de nieuwbouw hangen technici de laatste lampen op. Overal gonst het, er hangt een verwachtingsvolle spanning in de lucht, een enkeling is ronduit bang. Zo ligt een statige meneer van 88 op de derde etage (die anoniem wil blijven) 's nachts wakker van de stress. "Dan ga ik ademhalingen tellen, dat is een psychologentrucje, heb ik in de krant gelezen." De toekomst ziet hij somber in: "Ik hoop dat ik kom te overlijden vóór de verhuisdag." Ook die kans lijkt klein: hij heeft een goede gezondheid.

Bewoners, zusters, familieleden, de meer dan 200 vrijwilligers; allemaal betreuren ze het verlies van De Marckenburgh, een verlies dat de voorbijganger niet direct doorgrondt. Die ziet lange gangen waarin het waait als het buiten regent, krakkemikkige liften, vergeelde behangetjes, verouderd sanitair, deuren en kozijnen in een kleur groen die al decennia uit de mode is. Het ruikt er naar bloemkool en ontsmettingsmiddel, met uit een enkele kamer een vleugje ontlasting. De kamers op de eerste etage hebben geen eigen bad of douche. "Je zou zo'n hotel niet willen", vat een zuster de pluspunten samen.

Over het eten in De Marckenburgh zijn de meningen verdeeld. De optimisten vinden het lekker, uitstekend zelfs en voedzaam; de kaart biedt meestal Hollandse kost. Rode kool, spruitjes, hamlap of blinde vink, aardappelpuree met appelmoes erbij. Eten dat overigens allang niet meer ter plekke wordt bereid in de grote keuken, waar koks ooit boven dampende pannen hingen. Nu wordt het 'koelvast' binnen gebracht en door keukenpersoneel 'geregenereerd' (verwarmd naar 'consumptietemperatuur') in MOW-kasten, Meals on Wheels. De bloemkoollucht is geregenereerde bloemkoollucht.

Subtielere feedback
De pessimisten onder aanvoering van mevrouw Kervezee, de meest kritische bewoner, oordelen meedogenloos. "Het is varkensvoer. Ik heb dikwijls gevraagd: mag ik wat meer groentes. Ik ben thuis niet gewend om een bord aardappels te eten. Maar nee." Iets subtielere feedback geeft mevrouw Kepers (82), die een Indische achtergrond heeft: zij brengt steevast haar eigen potje sambal mee naar het diner, "anders zit er geen smaak aan".

Maar De Marckenburgh heeft ook iets anders, een verborgen kwaliteit; een ziel. Bewoners vinden het er 'gezellig', ze bloeien er soms op na eenzame jaren in een zelfstandige woning tussen haastige buren. Zo heeft mevrouw Bestebroer, die in haar eentje verpieterde, nu een druk sociaal leven: ze klaverjast, doet mee aan de bingo en richtte met twee andere dames een eigen 'tuttenclub' op. De 'tutten' breien van alles en borduren de fijnste schilderijtjes.

Ook vrijwilligers roemen de sfeer van dit verzorgingshuis. Sjaan Bloot (67) verzorgt twee keer per week de zitgym en blijft dikwijls hangen voor een spelletje Rummikub. "Dat vind ik gezellig", zegt ze. "Thuis wacht toch niemand op me." Het is dat de kamers te klein zijn, anders had ze hier zelf best willen wonen op haar oude dag. "Er wordt veel voor de mensen gedaan."

De bingo, schildercursussen, de kookclub, muziekmiddagen (veel Frans Bauer en André Hazes), een kooroptreden: het is slechts een greep uit het uitgebreide activiteitenprogramma. Zitgym gaat zo: Sjaan Bloot en een collega-vrijwilligster doen de oefeningen voor, vijf mevrouwen en één meneer volgen vanuit hun eigen (rol)stoel. Schouders los, hoofd naar links en rechts, de armen zwaaien op een liedje van Wim Sonneveld: 'Daar is de orgelman, daar is de orgelman, met z'n pie-pie-piere-pierement'.

Beeld Mark Kohn

En dan zijn er nog, last but not least, de zusters. Verreweg de meesten doen hun werk met inzet en betrokkenheid, en stiekem verwennen ze de bewoners ook, nu het nog kan. Dat gebeurt vooral op de vijfde verdieping, die in De Marckenburg bekendstaat als 'de verwen- etage'. De zusters daar zijn volgens collega's van de derde "nogal tot pamperen geneigd".

Te snel
Tsja, zeggen de zusters van de vijfde, die pauzeren met koffie in de zusterpost. Eigen regie is prachtig, maar hun bewoners zijn oud en eerbiedwaardig en 'gehospitaliseerd' bovendien. Moet je ze dan nog met zo'n nieuwe mode in de ouderenzorg lastig vallen? "Ik vind die verandering veel te snel gaan, zeker voor deze generatie", zegt Trudy van der Zalm (55), die al vanaf haar zestiende in de zorg werkt. Bellen bewoners, dan helpt Van der Zalm ze met van alles: wil jij die vaas van de kast pakken, de sprei van mijn bed halen, een potje zure haring opendraaien, mijn afstandsbediening geven? Trudy doet het graag, ook als de bewoner in kwestie de afstandsbediening met enige moeite misschien best zelf had kunnen pakken. Zij is er tóch, waarom zou ze de mensen dan geen plezier doen?

Ook de vrijwilligers pamperen door, op de valreep. Isabelle Schravesande loopt rond met de koffiekar en gaat binnen bij mevrouw Heijmanns (101). Die heeft een verzoek: kan Isabelle haar helpen met een openstaand raam?

Heijmanns: "Mag dat wat dichter?"

Isabelle: "Zo?"

Heijmanns: "Nee, iets meer naar links."

Isabelle: "Zo?"

Heijmanns: "Nee, dat is te veel."

Isabelle: "Zo dan?"

Heijmanns: "Zo kan het wel ja."

Verslaggever: "U wordt hier wel verwend."

Heijmanns: "Ja, maar ze moeten hun plicht doen."

Isabelle: "Wilt u nog sap?"

Heijmanns: "Nee. Ik wil fris water."

Mevrouw Heijmanns is de oudste bewoner van De Marckenburgh en nog altijd benieuwd naar de toekomst. De verhuizing? Zij kijkt er erg naar uit.

Komende week in Trouw aflevering 2: met mevrouw Zijlstra naar de Blokker.
Volg de auteurs Alwin Kuiken en Iris Pronk ook op Twitter.

Beeld Mark Kohn

Henk van Berkel (74) ex-amateurbokser en womanizer
Vijf tatoeages heeft meneer Van Berkel (74) op zijn lijf: een schorpioen, een elfje, een adelaar, een rode roos en een tijger. Ze passen bij de man die hij was: sterk en stoer, een fanatieke amateurbokser en onderwaterhockeyer. Hij was vroeger chef van de huisdienst van Termeulen Warenhuis Rotterdam. Bij de dames van de vitrageafdeling - en vast niet alleen bij hen - stond hij bekend als womanizer.

Sinds zijn hersenbloeding vijf jaar geleden heeft meneer Van Berkel afasie, een taalstoornis: hij kan niet praten, schrijven of lezen. Hij heeft alleen zijn linkerarm (de rechter is verlamd) om gebaren mee te maken. Duim omhoog, duim naar beneden. En dan is er nog zijn expressieve gezicht.

Voor de intelligente meneer Van Berkel moet de situatie frustrerend zijn: soms gebaart hij tot hij een ons weegt en is er niemand die hem begrijpt. Vrijwilliger Jan Verschuren en zuster Christien Rink kunnen hem nog het beste 'lezen' en vertelden ons zijn levensverhaal. We hebben deze tekst voor publicatie aan meneer Van Berkel voorgelezen. Uit zijn lichaamstaal blijkt dat het zo'n beetje klopte.

Toen deze sterke, stoere man na zijn hersenbloeding in een rolstoel belandde, regelde zijn tweede vrouw Geer een aangepaste woning. Kort daarna overleed zij aan een hersenbloeding, 53 jaar oud. Diep verdrietig belandde meneer Van Berkel in De Marckenburgh.

Met zijn stiefzoon Wesley heeft hij geen contact meer, met de zoon uit zijn eerste huwelijk evenmin. Meneer Van Berkel ziet op tegen de verhuizing, die een scheiding betekent van zuster Christien: hij verkast naar 'villa' 1, zij gaat werken in 'villa' 2.

Johanna Zijlstra-Voerman (79) cool of zo je wilt excentriek
Boven de piano in het restaurant van De Marckenburgh hangt een coole foto van een glimmende Harley Davidson. Daarop zit mevrouw Zijlstra (79) klaar om weg te scheuren, een onbekende horizon tegemoet.

Het beeld is een tikje vals: mevrouw Zijlstra rijdt zelf een rollator, de Harley is van haar zoon. Maar dat coole of excentrieke, dat is zij wel ten voeten uit.

Tussen de andere bewoners valt mevrouw Zijlstra op door het kleine hoedje dat ze schuin in het haar draagt. Dat combineert ze met een fuchsia roze pak of een top met gouden lovertjes. De hoedjes - ze heeft er tachtig - zijn een hommage aan haar overleden man, vertelt ze, hij vond ze mooi. "Wat andere mensen vinden, interesseert me niet. Ze kijken maar."

Vijf jaar geleden moest haar man wel naar De Marckenburgh: hij was dement, vervuilde, kon thuis niet meer de trap op. Mevrouw Zijlstra mocht met hem mee: "En ik vond het mooi. Ik heb het van het begin af aan naar mijn zin gehad hier." Nu woont ze alweer drie jaar alleen in de kleine kamer die vol staat met herinneringen aan "een heel goed huwelijk", dat 56 jaar duurde.

De aanstaande verhuizing is voor haar een feest: mevrouw Zijlstra shopt graag en heeft al een nieuw bankstel ("met zo'n loungestuk eraan"), placemats, borden met zilveren randjes, leuke gebaksvorkjes, minipannetjes voor in de oven en likeurglaasjes verzameld. In haar nieuwe huis gaat ze weer zelf koken, steeds voor een select gezelschap, paella en bladerdeegpasteitje.

Stressvrij is ze niet; 's nachts ligt ze wel eens te piekeren... Ze heeft een mooie aanbieding voor een stofzuiger gezien. Maar hoe vervoer je die op een rollator?

Henk van Berkel Beeld Mark Kohn
Beeld Mark Kohn

Albertina Klazina Kervezee (84) voor de duvel niet bang
Je hebt pleasers: mensen die iedereen te vriend willen houden. En je hebt mevrouw Kervezee (84), voor de duvel niet bang. Ziet zij uitwas of onrecht dan zegt ze d'r meteen wat van. De 'daders' noemt ze soms 'stomkoppen'. Volgens haar oudste dochter is het haar "niet gegeven om diplomatiek te zijn". Sommige zusters vrezen haar scherpe tong, anderen zeggen: 'Ze heeft vaak wél gelijk'.

Zo maakte mevrouw Kervezee een punt van privacy en veiligheid. Zusters legden de loper, de sleutel tot alle kamers, wel eens nonchalant op een kar met wasgoed in de gang. Niet goed, vond mevrouw Kervezee. Zij kreeg gelijk, de zusters kregen een standje. Zelf zorgde ze voor een extra slot op haar deur.

Haar man die alzheimer heeft, woont ook in De Marckenburgh, op de zevende etage. Een paar keer per dag gaat zij met de lift naar boven "om de lakens uit te delen", zoals ze dat zelf noemt. De zusters snijden wel zijn boterham met jam in stukjes, maar leggen er vaak geen vork bij. "Dat vind ik zo oerstom! Want hij kan niet naar het kraantje lopen om zijn handen te wassen!"

Haar zorgzaamheid blijkt ook uit het contact met haar jongste dochter, Yvon (56), die gehandicapt is en wel eens komt logeren. Dan slaapt zij in haar moeders bed en mevrouw Kervezee in haar stoel.

Verschillende beroertes hebben haar wil om onafhankelijk te zijn niet gebroken. Naar haar nieuwe appartement kijkt mevrouw Kervezee wel uit, maar ze vindt het vervelend dat haar man straks in een ander gebouw woont. Ook vindt ze de verhuizing erg slecht geregeld.

Gerardina Hendrika Emilia Maria Heijmanns (101) jong van geest
Als een prinses zit mevrouw Heijmanns (101) in haar stoel, in een kamer die ruikt naar bloemen, geurkaarsen en kokosolie. Een warme plaid over haar benen, een tijdschrift op haar schoot. Op de achtergrond klinkt Radio 3 FM: voor mevrouw Heijmanns - jong van geest - geen ouwemensenmuziek.

Haar benen weigeren dienst, daarom verlaat ze zelden haar kamer. Gelukkig komen de mensen vanzelf naar háár toe, dochter Susan (64) voorop. Drie keer per week brengen ze samen genoeglijke uren door. "We kunnen overal over praten", zegt Susan, die en passant de urinezak leegt, haar moeders ogen druppelt en het eten prakt. "Ze is een ontzettend lieve dochter, die altijd direct helpt als het nodig is", aldus mevrouw Heijmanns.

Haar moeder is "geen doorsnee vrouw", weet Susan. "Nooit geweest." Ze kleedde zich altijd als een parisienne, in mooie rok en hoge hak. "Vroeger zeiden de mensen: ze heeft een bepaalde air over zich." Maar dat schept geen afstand, ook de zusters bezoeken haar graag. Zij noemen haar 'Bea' vanwege die deftige uitstraling.

Al jong werd mevrouw Heijmanns weduwe, sinds meer dan dertig jaar heeft ze een vriend: de nu 83-jarige Theo uit Middelburg. De man heeft alzheimer, bezoekt haar eens per maand en is nog altijd smoorverliefd op zijn 17 jaar oudere vriendin. "Zijn hele kamer hangt vol foto's van haar", zegt Susan.

Drie jaar geleden woonde mevrouw Heijmanns nog thuis, dankzij de enorme inzet van haar dochter. Toen ze het loopje naar de wc niet meer kon maken, belandde ze in De Marckenburgh. Nu gaat mevrouw Heijmanns, meer dan een eeuw oud, een nieuw begin maken. Dat vindt ze 'prachtig'.

Albertina Klazina Kervezee Beeld Mark Kohn

Soetina Fransina Bestebroer (82) een oma om tegenaan te leunen
Meid, heb jij al gegeten? vraagt mevrouw Bestebroer (82). Als de verslaggeefster 'nee' schudt, haalt ze koffie, crackers, boter en kaas uit het keukentje. Tegenstribbelen heeft geen zin. "Geen droge cracker, hoor. Kaas is gezond."

De scène typeert haar: hartelijk en robuust, een oma om tegenaan te leunen. Die stevigheid kwam haar wel van pas tijdens haar carrière als ambulance- en taxichauffeur. Op de vraag of ze zichzelf als geëmancipeerd beschouwt, haalt ze haar schouders op: "Ik heb gewoon mijn hele leven gewerkt."

Zusters van De Marckenburgh komen graag 'een bakkie doen' bij mevrouw Bestebroer, die al heel lang weduwe is en van mannen niks meer wil hebben. "Daar ben ik klaar mee." Liever besteedt ze haar tijd aan de kaart-, kook- en handwerkclubs en de bingo in het verzorgingshuis. Ook heeft ze veelvuldig contact met haar kleindochter Bianca en haar drie achterkleinkinderen. Ze mailt met ze vanaf haar eigen laptop.

Het is moeilijk voorstelbaar dat mevrouw Bestebroer in de tijd voor De Marckenburgh thuis zat te vereenzamen. "Haar vrienden waren overleden. Oma kwam alleen nog buiten voor een boodschapje", vertelt Bianca. Toen ze steeds meer ongelukjes kreeg en zelfs een keer achterover viel, ging oma naar het verzorgingshuis. Daar bloeide ze op, zegt Bianca. "Ze is nooit meer gevallen."

Hoe zal het haar in het nieuwe, zelfstandige appartement vergaan? Bianca houdt haar hart vast en heeft haar oma verboden om zelf te koken, uit angst voor een valpartij. Zelf heeft mevrouw Bestebroer er zin in: "Ja nou! Dat je de ruimte hebt, een eigen slaapkamer en zo'n grote douche, heerlijk hoor!"

Jacob de Kreek (82) rookt sinds zijn veertiende zware shag
Niemand is zo vergroeid met De Marckenburgh als meneer De Kreek (82) . Hij woont er al zestien jaar en is daarmee de langstzittende bewoner. Al sinds zijn veertiende rookt hij zware shag. Eerst altijd Van Nelle. Op latere leeftijd stapte hij over op Brandaris. Dat blijft zacht, ook als het wat langer heeft gelegen.

Jacob de Kreek rookt bijna onafgebroken, en heeft de neiging om de ramen gesloten te houden. Wie zijn kamer binnenloopt, moet daarom even acclimatiseren.

Afgezien van vrijwilliger Anja van der Drift komt er vrijwel nooit iemand bij De Kreek op bezoek. Het heeft hem niet meegezeten in het leven. Net als zijn vader werkte hij in de zware industrie. Beiden kwamen met gezondheidsklachten thuis te zitten. Toen zijn moeder overleed, was het De Kreek die de zorg voor vader Leen overnam. Daar zaten ze dan, in Crooswijk. Elf jaar lang zorgde hij voor zijn vader. Wie er naar vraagt, krijgt een typische krekiaanse toelichting. Dat gaat ongeveer zo: "Ik zeg: 'Pa, ik ga naar de markt'. Hij zegt: 'Neem een vissie mee'. Ik zeg: 'Ja is goed'. Kocht ik een kilo. Van alles deed ik."

Van een gezin kwam het niet. Zijn toenmalige vriendin Lientje werd op de Hertekade in Rotterdam aangereden. De Kreek stond er naast.

Aan zijn zus bij wie De Kreek kwam te wonen na het overlijden van zijn vader, heeft hij geen goede herinnering. Het geld werd niet goed beheerd. De Kreek kreeg met deurwaarders te maken, en dreigde op straat te belanden. Dat was 1999, het jaar waarin hij als een jongeling in Marckenburgh werd opgenomen. De verhuizing hoeft van hem niet zo nodig. Maar zolang Anja blijft komen, zal het wel goed komen.

Soetina Fransina Bestebroer Beeld Mark Kohn

Wordt het studentenhuis of slooppand?

'Elke flat riant hoekhuis', kopte De Rotterdammer op 28 november 1969, met een verwijzing naar de uitgebouwde vensters die alle kamers een weids uitzicht geven. De Marckenburgh was toen bijna klaar voor gebruik en werd geprezen als een 'ultramodern' luxehotel, waarin ouderen een 'comfortabele levensavond' zouden genieten. De gemiddelde leeftijd van de eerste bewoners moet rond de 70 hebben gelegen. "Elk nieuw bejaardencentrum betekent een nieuwe stap voorwaarts in de richting van het grote doel: de ontlasting van de bevolkingsgroep die haar portie aan het economisch functioneren van de maatschappij heeft bijgedragen. Als je eenmaal 65 bent geworden, mag dat ook wel." Bij de officiële opening op 12 maart 1970 kwam de toenmalige ARP-minister Wim Schut nog opdraven, hoewel Nederland er in die tijd elke week wel een nieuw bejaardenhuis bij kreeg. Het eerste moderne bejaardenhuis stamt uit 1965 en stond in Limburg.

Wat er na de verhuizing met De Marckenburgh gebeurt, is nog niet bekend. Komen er studenten in, Syrische vluchtelingen? Of valt het verlaten gebouw straks ten prooi aan sloophamers?

Verhuizen naar drie 'villa's'
Op een paar honderd meter afstand van het oude verzorgingshuis ligt een glanzend nieuw terrein, Hart van Groenewoud geheten. Daarop staan drie 'villa's', bedoeld voor ouderen met verschillende zorgvragen. Villa 1 lijkt het meest op De Marckenburgh, maar dan met meer modern comfort. De ruimtes zijn ruim twee keer zo groot, iedereen heeft een woon-, slaap- en badkamer. Dit wordt het nieuwe onderkomen van bewoners die zorg behoeven, maar geen verpleging of behandeling, zoals meneer De Kreek, meneer Van Berkel en mevrouw Heijmanns. Wie bijvoorbeeld gevorderde alzheimer heeft of een ernstige somatische ziekte, belandt in villa 2, 'het verpleeg-huis'.

En dan is er nog villa 3, bestaand uit royale appartementen (80 m2), 'de aanleunwoningen'.

Hier gaan de ouderen uit De Marckenburgh wonen die - met hulp aan huis - nog zelfstandig kunnen functioneren. Sommigen zouden volgens de nieuwe wet om die reden geen recht meer hebben op een plek in het verzorgingshuis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden