Niet meer nadenken, ik doe het gewoon

Trouwredacteur Iris Pronk koestert al twintig jaar een sluimerend verlangen naar een tattoo. Ze durfde nooit, 'uit angst voor het onherroepelijke, dat me tegelijkertijd zo aantrok'. Maar waarom de stap niet alsnog gezet?

John trekt zijn shirt over zijn hoofd en draait me zijn rug toe. Die biedt een spectaculaire aanblik: draken spuwen vuur, lianen kronkelen, wulpse bloemen bloeien. De schorpioen op zijn rechterbovenarm is nieuw, vertelt John. Voor zijn linkerarm is hij nog aan het sparen; tatoeages zijn duur.

John is een 'crèchevader'; we zien elkaar tijdens het jaarlijkse zomeruitje in de speeltuin. Zijn tatoeages vormen een interessant contrast met de entourage: kaboutermutsjes, poepluiers, baby's en peuters met zachte, gave huidjes. Ben ik daarom zo gefascineerd door die rug, die ieder jaar bonter en voller is?

Nee, mijn fascinatie zit dieper en gaat terug tot een voorbij en kinderloos tijdperk. Als jonge twintiger fantaseerde ik al over een tattoo. Die moest op mijn linkerbovenarm komen, of op mijn schouderblad. Een Jugendstilachtig irisje, niet te groot, verfijnd. Geen naam van een geliefde natuurlijk (liefde verwelkt), ook geen Chinese draak, maar iets passends en moois.

Het bleef bij een gefantaseerde tattoo, bij een sluimerend verlangen, dat ik overigens nooit analyseerde. Iets trok me aan, het onherroepelijke misschien, het roekeloze, iets vaag erotisch, of het feit dat toen, twintig jaar geleden, nog niemand in 'mijn kringen' zo'n ding liet zetten. Tatoeages waren behoorlijk fout, armzalige illustraties van een gebrek aan smaak en verstand. Zeemannen, hoeren, criminelen en bouwvakkers lieten zich bekladden, keurige studentes niet. Die ongeschreven regel, die scheiding der sociale klassen vroeg om een overtreding.

Maar ik deed het niet, uit een nevelige angst voor het onherroepelijke dat me tegelijkertijd zo aantrok. Straks ben ik veertig, dacht ik toen, dan begint het verleppen. Ben ik dan nog blij met de herinnering aan jeugdige roekeloosheid?

Nu sta ik, twintig jaar later, in de speeltuin te kijken naar Johns rug. John is bouwvakker, maar had net zo goed accountant of ict-specialist kunnen zijn. Want de tatoeage 'rukt op', zoals een vriendin het smalend zegt. Niet alleen in het zwembad in de volkse stadsbuurt, maar ook in het bad in een chique, nabijgelegen dorp. Eén op de drie jongvolwassenen heeft tegenwoordig zo'n lichaamsversiering. Daar zitten ook keurige studentes en accountants tussen.

En waarom geen veertiger, vraag ik me af. Waarom zou ik de stap niet alsnog zetten? Vel gaat onherroepelijk hangen en rimpelen, daar past een onherroepelijke tattoo eigenlijk mooi bij. Weet je wat, ik doe het gewoon. Niet verder over nadenken. Het is tijd voor Operatie Tattoo.

Fase één van die operatie is een telefoontje naar mijn schoonzus, die erg mooi kan tekenen. "Wil jij een irisje voor me ontwerpen?" vraag ik. Ze weigert resoluut: tatoeages zijn in haar ogen bizarre verminkingen. "Heb je wel eens naar zo'n Amerikaans tv-programma gekeken, live vanuit de tattooshop?"vraagt ze.

Om vervolgens met smaak te vertellen welke gruwelen zich daar voltrekken: tatoeages die compleet mislukken, mannen die een Donald Duck op hun penis willen, of het portret van hun overleden pittbull op hun rug.

Dat de tatoeage in mijn persoonlijke kring nog niet helemaal is opgerukt, blijkt ook uit andere reacties. De ene vriendin schiet in de lach, de andere wijst me op een artikel in NRC, van vorig jaar november. Daarin vent columniste Rosanne Hertzberger haar afkeer uit in zinnen die er niet om liegen.

Tatoeages zijn "het tragische gevolg van een verregaande vorm van individualisme", schrijft ze. Een uitdrukking van een oppervlakkig "geloof in jezelf" en van de illusie dat het 'zelf' "een absolute, onveranderlijke entiteit is. Dat (...) je stijl, je overtuigingen iets zijn waar je altijd op kan rekenen, iets wat zijn waarde altijd zal behouden." Smaken veranderen en spijt komt altijd te laat, bedoelt Hertzberger maar te zeggen. Zo'n tatoeage gaat er nooit meer af.

Tsja. Natuurlijk staat het 'zelf' niet vast, natuurlijk veranderen lichamen, levens, voorkeuren. Maar een tatoeage kan toch aan dat meanderende 'zelf' gaan kleven? Bij je gaan horen? Net als moedervlekken en rimpels? Ach, die Hertzberger schud ik van me af.

Dat probeer ik ook met een andere tattoo-hater: de Britse arts en schrijver Theodore Dalrymple. Ook hij beklaagt (in een recensie van het boek 'Bodies of Inscription') de poveren van geest, die hun identiteit ontlenen aan zoiets vulgairs als een tatoeage. Ze zien die als een teken van kracht, stelt Dalrymple, omdat ze er pijn voor moeten lijden. Maar volgens hem duidt de tattoo eerder op "de fragiliteit van iemands identiteit". Zijn conclusie luidt: "De tatoeage heeft een diepe betekenis: de oppervlakkigheid van de moderne mens."[The tattoo has a profound meaning: the superficiality of modern man's existence.]

Tsjonge, die zit. Neem ik een tatoeage, heb ik meteen een fragiele identiteit. Hertzberger en Dalrymple nemen de tattoo gewoon té serieus, besluit ik vervolgens. Ze problematiseren een lichaamsversiering die vanwege het definitieve karakter een tikje extreem is, maar toch nog steeds een versiering. Niet te verwarren met een complete identiteit.

Het tweetal vindt tatoeages ook erg lelijk. Mijn schoonzus ook, toch belt ze terug. "Vooruit, ik doe het. Als jij per se zo'n ding wilt laten zetten, dan moet het maar een mooi ding worden." Een paar weken later mailt ze me een elegant bloempje. Ik kan door naar fase twee: de keuze van de tattooshop. Er zijn maar liefst 1100 van die shops in Nederland, welke moet ik kiezen?

John geeft me zijn adresje: "Vraag naar Peter, die is de beste." Maar Peter blijkt vertrokken, en van een getatoeëerde klusjesman hoor ik slechte verhalen over de achtergebleven compagnon: prutswerk, vieze naalden.

Help, aan dat risico had ik nog helemaal niet gedacht. Dan maar op 'safe' spelen: samen met een vriend ga ik op een zaterdagmiddag naar Hanky Panky, de tattooshop van de wereldberoemde tattoo-artist Henk Schiffmacher. Daar treffen we een klant, die het portret van zijn vrouw op zijn rug heeft laten zetten, en haar naam in gotische letters op zijn ene onderarm. "Nou wil ze een vervolg op mijn andere arm", zegt hij. "Iets met 'I love you' of zo." Zelf wil hij liever een bloem, of een doodshoofd. Hij dubt.

De grote baas komt binnen, samen met zijn hond en zijn twee dochters. "Twijfel is een verboden gevoel bij tatoeage", doceert hij. "Net als spijt. Als je het verstandelijk probeert te benaderen, dan verlies je het. Je moet je erin laten gaan. You pick it, we stick it."

De man kiest een dolk, met een beschreven lint eromheen: "Till death will do us apart". Hij blij, zijn vrouw ook. Schiffmacher schetst de dolk met grove lijnen. Als hij hoort dat ik ook een tattoo wil, zegt hij: "Aha, de midlife crisis. Dat is een periode van geestelijke instabiliteit, met rouw en vreugde, net als de puberteit. Een eerste tatoeage op die leeftijd is helemaal niet raar of dom hoor. Het is een stukje vrijheid, een stukje tweede jeugd."

Confronterend type, die Schiffmacher: zijn 'midlife crisis' hakt er meer in dan alle hoogdravende beweringen over oppervlakkige en fragiele identiteiten. Straks ben ik zestig, denk ik nu. Ben ik dan nog blij met de herinnering aan mijn midlife crisis? De twijfel is gezaaid, ik verlaat de shop zonder tattoo, al knoop ik nog wel Schiffmachers laatste woorden in mijn oren: "De tatoeage moet iets onbezonnens zijn." Een ode aan de onbezonnenheid op mijn arm - dat klinkt al een stuk beter. Niet meer over nadenken. Misschien kom ik terug.

Even later dwalen mijn vriend en ik door het smaakvolle Amsterdam Tattoo Museum, waar Schiffmacher zijn collectie toont. 'Het lichaam als biografie', zo luidt het museummotto. We zien foto's van Maori-krijgers, met hevig getatoeëerde gezichten ("Ongetatoeëerde hoofden die in de strijd gesneuveld waren, vielen ten deel aan een respectloos partijtje voetbal.").

We lezen ook wat de criminoloog Cesare Lombroso (1836-1909) ontdekte tijdens zijn bezoeken aan 102 getatoeëerde criminelen in de gevangenis. Die mannen zullen wel 'onzedelijke' tattoos hebben, veronderstelde hij. Doodshoofden op hun penissen. Maar wat bleek? De zware jongens kozen massaal voor hartjes, bloemen en ankers.

Boven in het café ligt het blad Tattoo. Met op pagina 26 een foto van de 103-jarige Karen met haar eerste tatoeage: een sierlijk ringetje rond haar vinger. 'Tijdloze schoonheid', staat er als kopje boven. "Kijk", zegt mijn vriend. "Je hebt nog alle tijd." ¿

Welke onbezonnenheid staat hoog op uw verlanglijst? Reageer via tijd@trouw.nl

Deze tattoo verdient alle aandacht
Marike Knaapen (37) illustrator en vormgever

Tatoeages zijn kunstwerken van de tatoeëerder die je op je lichaam met je meedraagt. Die met vijf rondjes op haar rug, Marike's eerste is een ontwerp van een collega die leerde voor tatoeëerder. Zij maakte kort daarna ook het Mexicaanse vogeltje op haar voet. Marike was al bijna dertig, een goede leeftijd voor een eerste tatoeage. Dan weet je of het bij je past. Als ze tachtig is zitten de tatoeages in haar huid en maken ze deel uit van haar lijf.

Als je de tatoeëerder de vrije hand geeft en je je niet met vorm en inhoud bemoeit, wordt het kunstwerk het mooist, vindt ze. Waarschijnlijk daarom is haar derde tatoeage de bijzonderste. Hij is van Rob Admiraal, een beroemd tatoeeerder. Zijn strakke, abstracte lijnwerk herkent ze soms op het lichaam van een ander. Die van haar, vlak onder haar sleutelbeen, is zo ontzettend mooi dat ze er niet nog één bij wil. Deze verdient alle aandacht.

Over de bloemen dacht ik twaalf jaar na
Janne Kromhout (34) ontwerper en kok

Een klein brandend hartje was Janne's eerste tatoeage. Gezet toen ze vijftien was, in een tattooshop waar ze illegaal vijftienjarigen tatoeeerden. Op haar achttiende nam ze de tweede. Ze was een gothicmeisje, vandaar de vleermuis op haar bovenarm. Nu denken mensen vaak dat het de vleermuis van Bacardi is. Spijt heeft ze niet. Smaak verandert en het is ook wel weer leuk dat je aan haar lichaam kunt zien waar ze toen van hield.

Over de tatoeage met de grote bloemen op haar rug heeft ze twaalf jaar nagedacht. Twee jaar terug werkte een tatoeëerster uit Antwerpen het idee uit dat Janne in haar hoofd had. De tatoeage werd in vier keer gezet, met steeds zes weken ertussen. De bloemen bestrijken bijna haar hele rug, maar ze kan ze gemakkelijk verbergen met een T-shirt. Je houdt een tatoeage toch een beetje voor jezelf. Zo nu en dan draagt ze een outfit die de tatoeage op haar rug gedeeltelijk zichtbaar maakt als ze uitgaat. Wie goed kijkt, kan nog zien waar ooit het brandende hartje zat. Dat is nu het knopje geworden van één van de bloemen op haar rug.

Ooit wil ik er een op mijn gezicht
Edu de Leau (25) tatoeëerder en coffeeshopmedewerker

Zijn lichaam zit vol kleine stempeltjes. De eerste liet Edu op zijn rug zetten toen hij net een week achttien was, een heel lelijke ster. Het is de stomste van de verzameling plaatjes op zijn lichaam. Zeven jaar later heeft hij er zestig. Denkt hij, want geteld heeft hij ze nooit.

Edu heeft nooit getwijfeld over een tatoeage en spijt heeft hij al helemaal niet. Sommige heeft hij zelf gezet, om te oefenen voor tatoeëerder. Als het een plek is waar je zelf gemakkelijk bij kunt, is het goed te doen. Pijnlijke plekken, zoals de rib, gaat hij nu nog uit de weg, maar zijn armen en borst beginnen vol te raken.

Hij weet niet zo goed waarom, maar ooit wil hij ook tatoeages op zijn gezicht. Misschien wel omdat dat gewoon mooi is.

Ik spaar voor een portret van Odin
Bob Groot (27) skateboardverkoper

De 'B' aan de binnenkant van zijn arm liet hij zetten op zijn achttiende. Bob vindt hem nu corny, afgezaagd. Zijn schoolvriend Edu (zie vorige pagina) en hij jutten elkaar op om meer tatoeages te nemen. Toen ze er al een paar hadden kocht Edu een tatoeagemachine en begon bij zichzelf en Bob te oefenen. Soms zetten ze er samen wel twee of drie in een maand. Inmiddels is Bob gestopt met tellen, maar hij heeft ongeveer zestig tattoos.

De pijnlijkste plekken tot nu toe waren zijn handpalmen. Rechts een oog, links een oneindige knoop. Een oud Tibetaans symbool. De inkt is diepzwart en de korst moet nog helen, want de knoop is vorige week gezet.

Bob spaart voor een grote tatoeage op zijn buik of rug. Het wordt een portret van de Noordse oppergod Odin, een harige man met één oog, een hoed en twee raven. Die raven staan trouwens al op zijn borst, de enige twee grotere tatoeages die hij heeft.

Mijn opa had een hartje met 'moeder' erop
Lynn van Eck (38) Kledingstyliste

Het draakje op haar schouderblad, Lynn's eerste, is nu een beetje dichtgeslibd. De tekening is niet meer zo scherp, dat vindt ze juist wel mooi. Haar aangetrouwde opa was een zeeman. Hij had een hartje met 'moeder' op zijn arm. Juist dat de tatoeage zo oud en lelijk was geworden fascineerde Lynn, ze zag voor zich hoe hij die als jonge zeeman had laten zetten.

Ze heeft niet met één tatoeëerder een speciale band, maar gaat op zoek naar iemand die gespecialiseerd is in het soort tekening dat ze wil. De vlinder op de binnenkant van haar arm is door een vrouw gezet. Zij nam de tijd. Het tekenen duurde vier uur, en tijdens de 2,5 uur dat ze hem zette stopte ze een paar keer. De man die in Hongkong de twee grote draken op haar rug zette, drukte de tatoeëernaald hard in haar rug en vroeg geen enkele keer of het wel ging.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden