Niet meer apart, nog wel speelbal van de macht

Bij de vervolging van de mijnwerkers in de Zuid-Afrikaanse Marikanamijn is volgens sommige experts politieke druk uitgeoefend. Maar van herleving van apartheidsjustitie is geen sprake.

Politiemannen rond een witte auto, pistolen in de aanslag. Een groep demonstranten die dreigend op hen afkwam. Het ratelende geluid van wild maaiende geweren. Een enorme stofwolk. En toen die was opgetrokken: 34 doden. Televisiecamera's legden het op 16 augustus allemaal vast bij de Marikana-mijn in Zuid-Afrika.

Het was een herkenbaar beeld. 'Sharpeville', was de eerste gedachte die bij menigeen opkwam. Opnieuw Sharpeville. Het waren dit keer weliswaar grotendeels zwarte agenten die de demonstranten beschoten, maar toch herinnerde het tafereel onmiskenbaar aan het bloedbad uit 1960 dat de wereld voor het eerst het dodelijke gezicht van apartheid liet zien.

Al snel na 'Marikana' klonken bovendien geruchten dat sommige demonstranten in hun rug waren geschoten. Voor de politie het bewijs dat de stakers waren begonnen met schieten en de collega's voor hen hadden geraakt. Voor de rest van de wereld vooral opnieuw een herinnering aan Sharpeville. Ook daar waren veel demonstranten door agenten tijdens hun vlucht in de rug geschoten.

En toen kwam er ook nog eens die onbegrijpelijke moordaanklacht tegen de 270 gearresteerde mijnwerkers bij. De openbaar aanklager wilde hen collectief verantwoordelijk stellen voor de dood van hun 34 collega's, omdat zij met hun agressieve protest de politieagenten zouden hebben gedwongen met scherp te schieten. De beschuldiging steunde op het 'common purpose'-principe, waarbij sprake is van gezamenlijke aansprakelijkheid. Een 'apartheidswet' klonk het direct van alle kanten in de media.

Die term is echter niet juist, benadrukken rechtsexperts. Ook veel andere landen kennen het common purpose-principe. Groot-Brittannië bijvoorbeeld. Alleen heet het daar 'joint enterprise'. De doctrine houdt in dat een groep criminelen achteraf collectief verantwoordelijk kan worden gesteld voor de daden van één van haar leden tijdens de vooraf gezamenlijk beraamde misdaad. "Dat is geen apartheidswet", zegt hoogleraar Strafrecht Stephen Tuson van de Witwatersrand Universiteit in Johannesburg. "Dat is een fundamenteel rechtsprincipe, dat onlangs nog opnieuw door het Grondwettelijk Hof is goedgekeurd."

Het misverstand van de 'apartheidswet' kwam de wereld in, doordat de Zuid-Afrikaanse apartheidsregering common purpose eind jaren tachtig veelvuldig gebruikte - en misbruikte - om zwarte relschoppers in grote groepen van de straat te plukken en te veroordelen. Verwondde één gegooide steen een agent, dan was de hele groep demonstranten daar verantwoordelijk voor. Destijds was demonstreren in Zuid-Afrika nog verboden en was het dus relatief makkelijk te bewijzen dat het risico op geweld bij het plannen van een protest was ingecalculeerd.

Vandaag de dag kunnen demonstraties in Zuid-Afrika echter spontaan ontstaan. Mede daarom was de moordaanklacht tegen de mijnwerkers van begin af aan kansloos. Het common purpose-principe werd verkeerd toegepast. "Bij geweld dat spontaan uitbarst, is het praktisch onmogelijk groepen te veroordelen op basis van common purpose", zegt hoogleraar Tuson. Voor een gezamenlijke, vooropgezette gewelddadige intentie is dan eigenlijk nooit voldoende bewijs. "Bij Marikana weten we bijvoorbeeld niet eens zeker wie is begonnen met schieten, de demonstranten of de politie."

Waarom klaagde de openbaar aanklager de 270 gearresteerde mijnwerkers dan toch aan? Een beslissing die na felle protesten snel werd teruggedraaid door de hoogste baas van het Zuid-Afrikaanse Openbaar Ministerie (NPA). Een goede vraag. De beslissing moet haast wel het gevolg zijn geweest van politieke druk, meent Pierre de Vos, hoogleraar Publiek Recht aan de Universiteit van Kaapstad.

De Vos somt een waslijst op van eerdere signalen van politieke inmenging binnen de NPA. De beslissing geen proces te starten tegen president Jacob Zuma bijvoorbeeld, twee weken voor de verkiezingen van 2009 - al lag er nodige bewijs op tafel. En recent nog het laten vallen van corruptie-aanklachten tegen ANC-kopstukken als Peggy Knonyeni en Mike Mabuyakhulu. De rechterlijke macht mag in Zuid-Afrika dan politiek onafhankelijk zijn, de NPA lijkt dat bepaald niet.

De aanklacht tegen de 270 gearresteerde mijnwerkers was dus waarschijnlijk een (wat onhandige) poging om de aandacht af te leiden van de verantwoordelijkheid van politieke kopstukken als Zuma en minister van Politie Nathi Mthethwa. Dat de NPA de politieke elite probeert te beschermen, is niet onvoorstelbaar. De kopstukken binnen de NPA zijn veelal benoemd vanwege hun loyaliteit aan precies die elite. In een land dat al sinds 1994 door één partij wordt geregeerd, en waar de machtsstrijd zich dus vooral binnen die partij afspeelt, is de NPA een belangrijk wapen. Zij gaat over de vraag wie wordt vervolgd, voor corruptie bijvoorbeeld, en wie niet. Het lijkt erop dat de politieke loyaliteit binnen de NPA bij de moordaanklacht tegen de 270 mijnwerkers alleen net even wat te opvallend ver doorschoot.

De veronderstelde politieke invloed binnen de NPA is uiteraard ongezond, maar heeft weinig te maken met de geschiedenis van apartheid. En ook met betrekking tot het optreden van de Zuid-Afrikaanse politie bij Marikana weigeren experts, ondanks de gelijkenissen met Sharpeville, te spreken van een terugkeer naar apartheidscultuur. Ten tijde van apartheid, stellen zij, richtte de politie zich bij uitstek op het in stand houden van de bij wet vastgelegde rassenscheiding. En die taak is voorgoed verleden tijd.

Dat neemt niet weg dat er sinds de eeuwwisseling wel weer een sterke militarisering van de politiekorpsen waar te nemen is. Tijdens apartheid in de jaren tachtig was het Zuid-Afrikaanse politie-apparaat nauw verbonden met het leger, waarmee het samen optrok om rellen in de townships neer te slaan. Maar na de verkiezingen van 1994 probeerde de politiemacht een meer civiele organisatie te worden.

Dat proces stokte volgens politicoloog Christopher McMichael rond het jaar 2000. Al is er volgens hem niet één specifiek moment aan te wijzen waarop de politie plotseling begon terug te grijpen op een meer militaristische aanpak - McMichael promoveert momenteel op het onderwerp aan de Rhodes Universiteit in het Zuid-Afrikaanse Grahams- town. De geleidelijke omslag was enerzijds het gevolg van de hoge criminaliteit in Zuid-Afrika en anderzijds van de oude politiecultuur die onderhuids toch enigszins behouden bleek, alle pogingen tot verandering na 1994 ten spijt.

Langzaam deed het militaire vocabulaire zijn herintrede. De 'Police Service' werd in de volksmond weer 'Police Force'. De politie sprak steeds vaker over de 'war on crime'. De organisatie werd hiërarchischer. De inmiddels ontslagen politiechef Bheki Cele stelde op een gegeven moment dat politieagenten het recht hadden te schieten om te doden.

Cynisch zou je kunnen zeggen dat de woorden van politiechef Cele niet tegen dovemansoren waren gericht. Vorig jaar vielen er volgens cijfers van het Independent Police Investigative Directorate 797 doden door politieoptreden in Zuid-Afrika. McMichael ziet het bloedbad bij Marikana niet als een op zichzelf staand incident. Al eerder vielen er doden bij het neerslaan van protesten. Alleen nog nooit zo massaal als bij Marikana. McMichael ziet de militarisering van de Zuid-Afrikaanse politie bovendien als een breder fenomeen, dat overal in de Zuid-Afrikaanse samenleving te herkennen is, zoals in de ommuurde en bewaakte villawijken en in de zwaarbewapende private veiligheidsdiensten overal in de steden. "In de Zuid-Afrikaanse maatschappij bestaat een steeds bredere acceptatie van en een voorbereiding op geweld", stelt hij. De toenemende agressiviteit van politie is volgens McMichael dan ook geen kwestie van een terugkeer naar apartheid. Het politieoptreden is er immers niet meer op gericht de politieke belangen van een kleine blanke minderheid en haar ondemocratische regering te bewaken, maar probeert tegenwoordig vooral de economische status-quo, de economische ongelijkheid, te handhaven in het belang van de niet-raciale, economische elite.

Wel hanteert de politie bij de rechtvaardiging van haar toegenomen agressie veel van dezelfde excuses als het voormalige apartheidsregime, signaleert McMichael. Zo was de top van de politie er na Marikana als de kippen bij om samenzweringen en niet nader omschreven ophitsende krachten als oorzaak voor het bloedvergieten aan te wijzen. In dat kader paste bijvoorbeeld de week van nationale rouw die president Zuma na het bloedbad afkondigde. "Daarmee deed het ANC alsof een soort natuurramp had geleid tot de tragedie, een ramp waaraan niemand iets kon doen", zegt McMichael. Het leidde af van de vraag waarom de mijnwerkers precies zo ontevreden waren.

En het pleitte de politie en passant vrij. "Dit is niet het moment voor beschuldigende vingers", haastte politiechef Riah Phiuyega zich te zeggen, nadat haar agenten 34 mijnwerkers hadden doodgeschoten. En in dit kader past dus ook de reflex om 270 mijnwerkers aan te klagen op basis van common purpose, een principe dat immers een samenzwering vooraf impliceert. De aanklacht lijkt daarmee bewust of onbewust een poging van de Zuid-Afrikaanse elite om haar falen op sociaaleconomisch vlak te camoufleren, haar onwil en onkunde de zwarte massa mee te laten delen in de groeiende economische welvaart. De toegenomen agressiviteit van politie en de juridische capriolen van de openbaar aanklager lijken niet zozeer te verklaren uit de geschiedenis van apartheid. Zij moeten vooral worden gezien als het product van de nieuwe Zuid-Afrikaanse corrupte machtspolitiek van na 1994.

Bloedbad Sharpeville
Op 21 maart 1960 demonstreerden zo'n 20.000 zwarte Zuid-Afrikanen bij het plaatsje Sharpeville tegen de pasjeswetten die hen verplichtten om hun identiteitsbewijs te laten zien als zij blanke wijken wilden betreden of daartoe om andere redenen opdracht kregen van de politie. In de pasjes was het ras (blank, kleurling, Aziaat of zwart) van de pashouder vastgelegd. De demonstratie bij Sharpeville was geweldloos, maar de blanke politiemacht voelde zich toch bedreigd en opende het vuur op de menigte. Er vielen 59 doden en vele gewonden. Het was de eerste keer dat het Westen zulke schokkende bewegende beelden uit Zuid-Afrika zag. Zuid-Afrika raakte hierdoor internationaal in een isolement.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden