Review

Niet meenemen naar Engeland

Het grootste kruis aan een vakantie is de heen en terugreis. Alles is ingepakt, bagage en kinderen belemmeren de bewegingsvrijheid, en juist op die momenten is de reis het meest ongewis. Overbooking, vertraagde treinen of files op de weg slaan diepe gaten van gedwongen wachten in het dagschema.

Maar ook als alles goed gaat, is de dag doorspikkeld van momenten van ledigheid. En omdat het bovenaanzicht van wolken of het Noordfranse platteland maar een beperkte tijd blijft boeien, moet elke reistas voorzien zijn van verstrooiende literatuur die men ogenblikken in kleine porties tot zich kan nemen.

Ook bij filosofische auteurs is literatuur te vinden, die in hapklare brokken kan worden geconsumeerd. De onovertroffen grootmeester in het genre is Nietzsche, die er een aangenaam verbrokkelde stijl op na hield. Een, twee bladzijden duren zijn fragmenten meestal; daarna springt hij weer op iets anders over, en zo biedt hij vrijwel voortdurend de gelegenheid tot een kleine of langere leesstop. 'De vrolijke wetenschap', 'Menselijk, al te menselijk', en 'Voorbij goed en kwaad' (alle Arbeiderspers) zijn voor reisdoeleinden misschien het meest geschikt. Wie liever een representatieve mix meeneemt, kan terecht bij 'De draagbare Nietzsche' die een paar maanden geleden bij Prometheus is uitgekomen.

In het Franse taalgebied is er net zo'n auteur. Roland Barthes schreef autobiografisch-theoretische fragmenten in 'Roland Barthes door Roland Barthes' (Sun): altijd mooi, soms ontroerend en soms met een diepzinnigheid waar men later, eenmaal aangekomen op de idyllische vakantieplek, nog eens op kan doordenken. Enkele jaren geleden verscheen in het Nederlands ook zijn 'Taal der verliefden' (Arbeiderspers): dat iemand met een romantische inslag aan het begin van de vakantie alvast in de stemming kan brengen.

Wie niet terugschrikt voor weerbarstiger literatuur, kan terecht bij de 'Filosofische onderzoekingen' van Ludwig Wittgenstein (Boom). Het zijn posthuum gepubliceerde, fragmentarische aantekeningen, waarin deze auteur zijn theorie van de 'taalspelen' ontwikkelt. Alleen wie nu begint te tintelen van opwinding, zou ik aanraden dit boek in een zijvak van de reistas te stoppen.

Neem anders liever het dunne boekje 'De buik van de filosoof' van Michel Onfray (Ambo) mee. Het gaat over denken en eten, en vooral de verbinding daartussen: wat hebben filosofen de eeuwen door gedacht over voedsel - geen onbelangrijk thema in de vakantie. Onfray beweegt zich vaardig van anecdote tot anecdote, steeds onderhoudend en vlot causerend. Niet meenemen naar Engeland.

Op de plaats van bestemming kan men zich misschien wat langere leesperioden veroorloven. Toepasselijk zou 'De vreemdeling in onszelf' van Julia Kristeva kunnen zijn (Contact): over onze houding tegenover 'het vreemde', en hoe dat ook in onze eigen ziel huist. Wie inmiddels Barthes' 'Taal der verliefden' uit heeft, kan eventueel doorgaan met Kristeva's 'Liefdesgeschiedenissen' (Contact), waarin het verschijnsel vanuit cultuurfilosofisch en psychoanalytisch oogpunt wordt belicht. 'Een essay over verleiding en erotiek' luidt de ondertitel, maar de wereld van discotheek en strand komt men er niet onmiddellijk in tegen.

Kampeerders met grote leeshonger is nog altijd het cultuurhistorisch essay 'Het beschavingsproces' van Norbert Elias aan te raden (Spectrum). Een lijvig werk, waarin beschreven wordt hoe de westerse civilisatie zich langzaam ontworstelde aan de barbarij van het wonen in tenten en hutten, het eten met de hand en de onderworpenheid aan de natuur. Kortom, al datgene wat op een hedendaagse camping enkele weken lang wordt omgedraaid. Een recent alternatief vormt 'Het seksuele masker' van Camille Paglia (Prometheus). Al bijna even lijvig, maar zeer spraakmakend vanwege de weinig orthodoxe wijze waarop het wordingsproces van kunst en cultuur aan het verschil tussen de geslachten gekoppeld wordt. Wat men er ook van vindt, in ieder geval biedt het boek een garantie voor verhitte, en met enig geluk toch nog hoogstaande cultuurdiscussies tussen het lover.

Er zijn altijd mensen die op reis gaan met een complete filosofiegeschiedenis in hun koffer, en daarin vervolgens nooit verder komen dan de presocratici. Wilt U toch zoiets, neem dan 'Filosofie langs de achterdeur' van Wilhelm Weischedel. In bibliotheken moet het nog wel te vinden zijn. Net als Onfray vertelt Weischedel anecdotes, waarvan er ook over filosofen talrijke zijn. Voor een vakantie is dat al heel wat, en diepere studie komt later wel weer.

Maar inmiddels bent U uitgestoeid en uitgekampeerd, en wellicht hebt U voor de terugweg een voornaam boekje bewaard dat U kan helpen bij Uw reclassering naar het geregelde leven. Het werd aan het begin van de zesde eeuw geschreven door Boethius, in minstens zo ongemakkelijke omstandigheden als U op het punt staat achter U te laten: de kerkers van het laatromeinse rijk. De eeuwen door heeft het tallozen geholpen in barre omstandigheden. Het heet 'De vertroosting van de filosofie' (Ambo).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden