Niet louter juichen over de stad

Het succes van de grote steden kan heel Nederland ten goede komen. Maar lang niet overal is daarvan iets te merken. Slot van een serie over de triomf van de stad.

Het gaat goed met de steden, zó goed dat alom wordt gesproken van een 'triomf van de stad'. Ze blijven maar groeien, het aantal banen stijgt er harder dan elders, net als de inkomens. Het succes van de stad kan zelfs de economie van het hele land aanjagen, verwachten economen en politici.

Maar onverdeeld is dat succes niet, waarschuwde het Planbureau voor de Leefomgeving deze maand in de studie 'De verdeelde triomf'. Ja, de steden doen het goed, stelde het PBL vast, en ook stadsbewoners met laagbetaalde banen profiteren daarvan: zij verdienen meer dan mensen met net zo'n baan buiten de stad. Maar de ongelijkheid in de steden groeit, want de lonen van de welgestelden stijgen harder dan die van de laagbetaalden. En arme stedelingen wonen steeds vaker bij elkaar in dezelfde buurten - bijvoorbeeld in de Amsterdamse wijk Slotermeer.

Niet alleen binnen, ook tussen de steden groeien de verschillen. Neem de voormalige groeikernen, steden als Zoetermeer en Spijkenisse. De tijden dat ieder die het zich kon veroorloven de stad verliet en naar zo'n groeikern verhuisde - op zoek naar licht, lucht en ruimte - zijn allang voorbij. Nu zijn deze nieuwe steden aan het vergrijzen en wonen er vooral mensen met een laag of middeninkomen, die maar ten dele meedelen in de welvaart van de grote stad.

Of kijk naar de krimpgebieden en de steden daar. Ook daar geen banengroei, geen stijgende inkomens. Zoals ooit mensen met weinig opleiding en een laag inkomen achterbleven in de achterstandswijken in de grote steden, zo blijven ze nu achter in steden als Heerlen en Delfzijl.

De verschillen zijn in Nederland nog niet zo groot als elders in Europa, zegt het Planbureau. "Reden voor alarmisme is er niet", zeggen Otto Raspe en Edwin Buitelaar van het PBL. "Maar die juichverhalen over de stad moeten we toch een beetje relativeren."

Slotermeer Een afvoerputje? Nee, hoor

In het groen tussen de flats scharrelt een konijntje. Moeders met kinderwagens zitten rond een speelplaats, kinderen kruipen door de zandbak of hangen aan een klimrek. De zon schijnt.

Dit is precies zoals idealistische stadsplanners het voor ogen hadden, toen Slotermeer gebouwd werd. Elke jonge moeder moest met haar baby van haar portiekflat naar een plantsoen dichtbij kunnen lopen om van de buitenlucht te genieten, de zogeheten kinderwagenafstand.

Elders in deze buurt in Amsterdam-Nieuw-West, op Plein 40-45, is er markt. Op de hoek bij de vlaamsefrietenkraam zitten twee oudere echtparen die de begintijd van Slotermeer nog meegemaakt hebben. Aan de andere kant van het plein zitten jongere buurtbewoners, bij Halal Fried Chicken. Veel hoofddoekjes, veel ouders met kleine kinderen.

Dát hadden de stadsplanners van de jaren vijftig niet voorzien. De oorspronkelijke bewoners vertrokken al in de jaren zestig en zeventig in groten getale en daarvoor in de plaats kwamen vooral mensen van Turkse en Marokkaanse komaf. Nu is bijna twee derde van de bewoners niet-westers allochtoon (tegen 35 procent in heel Amsterdam).

In Slotermeer is weinig te merken van de bloei die Amsterdam doormaakt. In bijna de hele stad stijgen de inkomens en daalt het aantal mensen in de bijstand, Slotermeer blijft daar ver bij achter. De bewoners voelen zich vaker eenzaam en zijn minder gezond. En Slotermeer is ook nog eens een van de onveiligste buurten van Amsterdam, met veel inbraken, overvallen en autodiefstallen.

Voorzitter Achmed Baâdoud van stadsdeel Nieuw-West (waaronder Slotermeer valt) kent de cijfers. En hij voegt er nog één aan toe: in sommige delen van de wijk is 40 procent van de jeugd werkloos. "Dat zijn jongeren zonder vast dagritme, ze hangen tot laat rond, staan de volgende dag weer laat op", zegt hij. "Zo komen ze natuurlijk nooit aan een baan. Dat is een cirkel waar ze niet makkelijk uit komen."

Een verklaring heeft Baâdoud ook. Vanaf eind jaren negentig hebben aanpalende wijken - eerst Osdorp, daarna Slotervaart - een grote opknapbeurt gekregen. Het aantal goedkope woningen is daar omlaaggegaan en veel bewoners van die wijken zijn verhuisd naar Slotermeer. Dat is nog niet opgeknapt en daar zijn nog huizen te vinden die ook mensen met weinig geld kunnen betalen.

Maar Slotermeer als 'afvoerputje'? Baâdoud wil er niet van horen. Ook in Slotermeer begint de vernieuwing op gang te komen, zegt hij. "Kijk naar de winkels: er is weinig leegstand en een divers aanbod. En veel nieuwe horeca, gericht op de buurt, op mensen die vroeger nooit uit eten gingen."

Baâdoud weet het van andere buurten: vernieuwing kost tijd. "Kom over tien jaar maar eens terug. Dan zal ook Slotermeer een bloeiende wijk zijn." Wonen zal er dan minder goedkoop worden en een deel van de arme Amsterdammers die er nu wonen, zal misschien weer een andere plek moeten zoeken. "Wat in Slotermeer aan goedkope huizen verdwijnt, moet elders in de stad teruggebouwd worden", zegt Baâdoud. "Anders worden mensen met een laag inkomen gedwongen naar Purmerend of Almere te verhuizen. Ook zij moeten in de stad terechtkunnen."

Spijkenisse Niemand hier vindt dat hij in een probleemwijk woont

De metro doet er een half uur over om vanuit het centrum van Rotterdam bij eindstation De Akkers te komen. De gelijknamige wijk in Spijkenisse is er een zoals Nederland er tientallen heeft: rijtjeshuizen, galerijflats van drie hoog, een singel aan de rand. Maar de wijk heeft ook te kampen met verborgen armoede en sociale problemen. Sommige tuinen zien er piekfijn uit, andere liggen vol vuilniszakken en matrassen.

De problemen waarvoor gezinnen in de jaren zeventig de stad verlieten, dreigen nu te ontstaan in de groeikernen waar zij destijds naartoe trokken. Het Planbureau voor de Leefomgeving schreef vorig jaar al dat steden als Zoetermeer, Almere en Spijkenisse te maken krijgen met de 'keerzijde van de triomf van de stad'. De bevolking vergrijst snel, jonge volwassenen en mensen met hoge inkomens trekken weg. Economische en sociale achterstanden komen ervoor terug.

Wethouder Jan Willem Mijnans van de gemeente Nissewaard, waaronder Spijkenisse valt, slaat alarm. Spijkenisse moet niet het vangnet worden voor sociaal zwakke Rotterdammers die de Maasstad niet meer kunnen betalen. "Begrijp me niet verkeerd: iedereen is hier welkom. Maar er moet een balans zijn tussen goedkope en dure huizen, zodat de stad ook sociaal-economisch in balans is."

Dat evenwicht probeert Mijnans in Spijkenisse te behouden; 41 procent van de woningen bestaat uit sociale huur, in De Akkers is dat 54 procent. De wachtlijsten zijn de kortste van de regio. De wethouder vreest de gevolgen: "Te veel mensen met sociale of financiële problemen in appartementencomplexen of in buurten gaat ten koste van de leefbaarheid."

Zoals de wethouder zijn stad meer 'in balans' wil, zo wil zijn collega Schneider in Rotterdam dat ook. De komende jaren gaat Rotterdam 20.000 goedkope huurwoningen slopen of vervangen door duurdere huizen. De stad probeert al jaren hoogopgeleiden aan zich te binden: van de grote vier heeft ze het grootste aantal laaggeschoolden en de laagste inkomens. De huidige woningvoorraad is niet aantrekkelijk genoeg voor de beoogde middenklasse, redeneert het stadsbestuur.

Het lijkt onontkoombaar dat minima Rotterdam als gevolg van de grootschalige sloop verlaten. Maar de omliggende gemeenten zijn niet van plan hen op te vangen. Capelle aan den IJssel en Ridderkerk brengen hun sociale woningbouw bijvoorbeeld terug van rond de 40 naar 33 procent. Terwijl volgens de provincie de doelgroep voor sociale huurwoningen in Rijnmond groeit (van ruim 250.000 huishoudens in 2011 naar 302.383 in 2030), neemt de sociale huurvoorraad af: van 226.713 woningen naar 197.006.

Mijnans trekt samen op met zijn collega's uit Capelle aan den IJssel, Nieuwegein en Zoetermeer om in Den Haag aandacht te krijgen voor de groeikernen. Een hek om de stad wil hij niet. Capelle zet de Rotterdamwet in, waarmee kansarmen uit zwakke wijken geweerd kunnen worden. "Maar die wet gaat heel ver", zegt Mijnans. "Je zegt dan dat het probleem geëscaleerd is, dat niets anders meer helpt."

Want Mijnans trekt nu aan de bel, om te voorkomen dat het uit de hand gáát lopen. "Als je het de bewoners van de Akkers vraagt, vindt niemand dat hij in een probleemwijk woont." Er gaat al een half miljoen per jaar van de gemeente en woningcorporaties naar deze woonwijk. De woningen worden flink opgeknapt en over een paar jaar wil de gemeente enkele huizenblokken slopen, voor het broodnodige extra groen. Steeds meer bewoners die dreigen af te glijden, krijgen huisbezoeken of extra ondersteuning. "Laten we niet vergeten dat het ook positief is dat je hier een ton minder betaalt voor je huis dan in Rotterdam."

Heerlen Barbra Streisand onder de steden

Is Heerlen het Detroit van Nederland? De vergelijking is verleidelijk. Beide steden draaiden op één bedrijfstak: wat de auto-industrie voor de Amerikaanse stad was, was de mijnbouw in Heerlen. Na het sluiten van de fabrieken en de mijnen trokken inwoners weg en trad het verval in.

Hoewel veel voormalige mijnwerkers zich in de steek gelaten voelden, zal de Nederlandse overheid nooit een gemeente failliet laten gaan, zoals met Detroit is gebeurd. Toch ging Heerlen snel achteruit. Het dorpje van 15.000 inwoners dat in nog geen tachtig jaar was uitgegroeid tot een stad van 100.000, kromp na de mijnsluitingen van de jaren zeventig weer naar 89.000. De bevolking krimpt nog altijd en 9,1 procent van de Heerlenaren zit in de bijstand.

"Sommige steden hebben hun gedroomde toekomst verloren", zegt Anya Niewierra van de VVV in Zuid-Limburg. De verwachte welvaart bleef uit, door bijvoorbeeld het wegtrekken van industrie of door een bombardement. Bij Heerlen zit de ligging ook niet mee. "Als de mijnen in Utrecht hadden gelegen, was er geen vuiltje aan de lucht geweest. Iedereen had in Amsterdam werk kunnen vinden." Maar toen de eerste mijnen eind jaren zestig sloten, was de A2 nog niet doorgetrokken naar Maastricht. Zuid-Limburg had nog geen universiteit en de opleidingen aan de hogeschool waren gericht op de mijnbedrijven. Met als gevolg dat jongeren die een carrière wilden, maakten dat ze wegkwamen.

Maar een stad zonder toekomst kan een nieuwe start maken. Heerlen probeert zichzelf en de regio opnieuw uit te vinden. Niet zonder succes: de economie in Zuid-Limburg groeide het afgelopen jaar harder dan in de meeste andere regio's. Wethouder Martin de Beer van economie: "Door het mijnverleden hebben we geleerd innovatief te zijn: vallen en weer opstaan."

In de regio duiken vernieuwende ondernemingen op. Het voormalige Philipsterrein huisvest innovatieve bedrijven en start-ups. Chemiecomplex Chemelot bij Geleen is volgens de rijksoverheid een chemische 'campus van nationaal belang'. En een voormalige toren van pensioenfonds APG wordt omgebouwd tot 'smart services campus': start-ups, studenten, onderzoekers en bedrijven gaan er binnenkort met 'big data' aan de slag om de medische industrie en dienstverlening te vernieuwen. Want daar liggen kansen voor Zuid-Limburg, met zijn medische faculteit in Maastricht: op het snijvlak van gezondheidszorg en bedrijfsleven.

Wat ook helpt: van een stad in de periferie wordt Heerlen steeds meer het centrum van een agglomeratie van vier miljoen mensen. De stad vormt met zeven andere gemeenten, waaronder Kerkrade, Landgraaf en Brunssum, 'Parkstad Limburg'. Ten westen ligt Maastricht, het Ruhrgebied en het opkrabbelende Luik liggen om de hoek. En Aken, met zijn hoog aangeschreven technische universiteit, ligt direct over de grens.

Wethouder De Beer: "Aken levert meer ingenieurs dan alle technische universiteiten in Nederland bij elkaar. Daarvan kunnen wij profiteren." Door de krimp staan veel huizen in Zuid-Limburg leeg. "Wij bieden woonruimte aan Chinese en Indiase studenten die in Aken geen kamer kunnen vinden."

Heerlen komt van heel ver. De winkelleegstand is groot, de krimp is voorlopig nog niet voorbij. Toch hebben de Heerlenaren het gevoel dat ze de weg omhoog hebben gevonden. Het futuristische glaspaleis trekt architectuur- en kunstliefhebbers. Grote muurschilderingen geven de stad een Berlijns tintje.

Kers op de taart: Parkstad Limburg is genomineerd voor een internationale 'Tourism of Tomorrow Award', een prijs voor opkomende regio's. Anya Niewierra vergelijkt Heerlen graag met zangeres Barbra Streisand: "Sommige vrouwen zijn mooi geboren, anderen zijn mooi vanwege hun talent. Barbra Streisand is mooi vanwege haar talent."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden