Niet lijden betekent niet leven

Beeld Maarten Hartman

We zijn doorgeschoten in onze wens om niet te lijden en zo lang mogelijk te leven. Dat betoogt filosoof Gerard Adelaar in zijn boek dat vandaag verschijnt.

De oprukkende Nederlandse arbo-wetgeving heeft ervoor gezorgd dat mensen steeds minder zware dingen hoeven te tillen. Dat is vooruitgang, zeggen velen. Tegelijkertijd zijn mensen de laatste decennia steeds vaker aan gewichten in de sportschool gaan hangen. Het is een paradox die Gerard Adelaar noemt in zijn boek 'De onverbeterlijke mens', dat vandaag verschijnt en waarin hij beschrijft hoe onze zucht naar perfectie en onsterfelijkheid ook de lol en de diepgang uit het leven dreigt te halen. Hoe welzijn en gezondheid exclusief een zaak van de dokter zijn geworden, en van andere belanghebbenden die er hun brood mee verdienen.

Politicoloog en filosoof Adelaar (34) publiceerde eerder over de zorg. Tegenwoordig heeft hij in zijn dagelijks werk zijdelings met dokters en andere zorgverleners te maken, maar hij blijft hen kritisch volgen. Adelaar hekelt de vanzelfsprekendheid waarmee dokters, politici en de burgers zelf nieuwe medische technologie omarmen. Hij houdt de lezer het befaamde schrikbeeld voor van Brave New World, de toekomst waarin iedereen gezond is en waaruit alle pijn is verdwenen. Precies de wereld die wij nu najagen. Maar auteur Aldous Huxley liet juist zien dat het verschrikkelijk is, het leven in die wereld.

Om Adelaar weer op de grond te zetten en precies uit te zoeken wat hij tegen mensverbetering heeft, zette Trouw hem tussen de gewichten in de sportschool in zijn woonplaats Gouda.

U vindt het maar niets, dat fitnessen?

"Ik ga zelf eens per week. Ik houd van wielrennen en probeer in de sportschool ondersteunende oefeningen te doen. Iedereen moet zelf weten of hij of zij aan fitness doet. Ik noem de sportschool in het boek omdat het mij opvalt dat we aan de ene kant enorm zijn gericht op comfort, dat we liever geen moeite doen voor dingen. In de laatste eeuw zijn mensen steeds vaker kantoorwerk gaan doen. Maar als we thuis zijn, ontstaat blijkbaar toch de behoefte van het lichaam om actief te worden."

We willen gezond leven. Dat moet u toch aanspreken? U wilt niet alles aan de dokter overlaten.

"Zeker. Mijn ideaal bestaat eruit dat we mensen zelf autonomie geven om te beslissen over een gezond leven. Een misschien wat groot ideaal. Maar in de huidige gezondheidszorg doen we dat vaak niet. Het zijn de aanbieders van zorg die beslissen wat goed voor ons is. En bedenk, die aanbieders hebben daar een belang bij."

De longarts wil toch ook het liefst dat wij stoppen met roken?

"Dat hoor je inderdaad vaker. Maar bedenk, dokters hebben er geen belang bij dat hun baan helemaal verdwijnt."

Uw boek heeft als ondertitel 'reflecties op medicalisering'. U bent niet zo enthousiast over onze zorg.

"In de zorg gebeuren veel goede dingen. Ik heb niet voor niets gekozen voor het begrip 'reflectie'.

"Wat mij stoort is dat er een sterke neiging is om zonder meer gebruik te maken van nieuwe medische technologie, als die eenmaal wordt aangeboden. Zonder ons af te vragen 'willen we dit eigenlijk wel?' Of 'lossen we hiermee wel het probleem op?' We medicaliseren enorm.

De Nederlandse zorg is van hoog niveau, zeggen velen.

"Je kunt ook zeggen: we blijven medicaliseren. En we moeten ons afvragen of we dat willen."

Kunt u een voorbeeld geven?

"Een klassiek voorbeeld is de vrouw die ooit is genezen van kanker, die hoort dat de ziekte terug is. Dat is een enorme klap natuurlijk, die moet je verwerken. Maar wat doen artsen vaak? Die geven de vrouw een antidepressivum. Op die manier is het lijden, dat eerst bij het leven hoorde, gemedicaliseerd.

"Ik zeg zeker niet dat dit altijd de verkeerde keuze is en ik heb ook geen lijst voorhanden van onnodige behandelingen. Mocht ik die ooit gaan maken, dan denk ik dat de ernstige ziektes daar niet op zullen staan."

Zoals kanker.

"Precies. Wel signaleer ik dat we de laatste tijd het leven wel heel erg heilig zijn gaan vinden. Alles is gericht op onsterfelijkheid. Dat is een strijd, ik merk dat ook bij mijzelf als iemand ziek wordt."

Onsterfelijkheid en steriele perfectie, zijn enkel dood in een andere vorm. Zo citeert u de Amerikaanse filosoof Lewis Mumford..

"Dat vind ik een mooie omschrijving."

...maar die werd dan ook 95, die had makkelijk praten.

"Toen hij dat schreef was hij in de 70. Maar inderdaad, een behoorlijke leeftijd. Natuurlijk willen we allemaal oud worden. Mijn moeder overleed onlangs, ze was 53. Dat vond ik ook heel moeilijk, dat spreekt voor zich. Ik wil zeker niet zeggen dat we niet moeten hechten aan het leven. Het is een groot goed. Maar ik vind wel dat we daar enigszins in zijn doorgeslagen. Zoals we ook zijn doorgeslagen in onze wens al het lijden uit het leven te bannen."

Om het lijden voor te zijn, willen we al dood bij een voltooid leven.

"En omdat we lijden zelf lastig vinden, kunnen we het ook bij de ander niet meer aanzien. Het grote gevaar is dat we ouderen de indruk geven dat het zo hoort, dat je leven voltooid is en dat je er een einde aan moet laten maken. Ook nog eens door een ander, de autonomie is helemaal verdwenen."

"Er dreigt ook een sfeer te ontstaan waarin we niet meer accepteren dat we kunnen overlijden aan kanker. Je hoort artsen soms ook zeggen dat het binnen vijf jaar te genezen is. Dat is pijnlijk voor degenen die er wel aan overlijden, ook op jonge leeftijd."

Die hebben iets fout gedaan.

"Het gevaar is dat die zieke mensen zich ook nog schuldig gaan voelen."

Je kunt pech hebben. Maar je kunt de kans verkleinen door gezond te leven. Zo komen we toch weer bij die sportschool. Zorg dat arme mensen die vaak ongezond leven, in beweging komen.

"Je moet de gezondheidsverschillen niet alleen individueel benaderen. We leven in een samenleving met steeds meer ziekmakende verschijnselen. Er is meer verkeer, dus we leggen nog een baan erbij. Degenen die het dichtst bij die snelweg wonen, hebben vaak de laagste inkomens. Over hen kun je niet zeggen 'tja, hadden ze maar minder chips moeten eten en minder moeten roken'. Ik vind het ontstellend dat sommige ernstige ziektes, zoals MS, samenhangen met hormoonverstorende stoffen in voedsel en gebruiksvoorwerpen."

U schrijft: 'Het recht op medische behandelingen vormt de "beloning" voor het feit dat mensen rondzwemmen in de ziekmakende soep van een vuil productie- en consumptiesysteem.'

"Natuurlijk is het zo dat mensen met een lage opleiding gevoeliger zijn voor de verlokkingen van bedrijven die ongezonde producten aanbieden. Daar moet je hen tegen beschermen. En je moet ook iets aan dat systeem doen. Aan onze manier van leven, in dit geval aan ons vervoer. De oplossing is niet almaar verder medicaliseren."

Politici wijzen steeds vaker op de explosie van de zorgkosten. Dus dat medicaliseren zal wel stoppen?

"Men kijkt wel naar de stijging van de kosten, maar niet naar het probleem erachter. Het is ook lastig, want de kiezer ziet medicalisering als een recht."

Ligt het alleen aan de politiek?

"Ik merk ook bij deskundigen soms weinig reflectie. Neem de Gezondheidsraad, die laatst adviseerde embryo's te gebruiken puur voor wetenschappelijk onderzoek. Ik vind dat een glijdende schaal."

Ook daarvoor citeert u Brave New World: een wereld zonder afwijkingen, tegelijkertijd zo klinisch en leeg als het maar kan. Maar gaat het direct zo ver?

"We moeten ons realiseren dat we ontwikkelingen die we in gang zetten niet meer kunnen herstellen. Neem prenatale diagnostiek, de techniek die ervoor zorgt dat we het ongeboren kind op steeds meer afwijkingen kunnen testen. Zo streven we nu al naar uniformisering. Mensen met het syndroom van Down, die zien we uiteindelijk niet meer op straat. En willen we over een tijd ook kinderen met een mogelijk gedragsprobleem, zoals autisme, niet meer geboren laten worden? Men zegt vaak 'we kunnen de situatie nog altijd terugdraaien'. Maar dat gebeurt nooit. De Gezondheidraad wijst er hoogstens op dat in sommige, christelijke kringen, het embryo al wordt beschouwd als een levend mens. Daar blijft het bij."

Daar heb ik u! U bent uit principe tegen.

"Dat is een van de redenen dat ik dit boek schreef. Er is een soort loopgravenoorlog. Wanneer ik met deze bezwaren kom zegt men direct 'maar jij bent christelijk'. En dan is de discussie afgelopen."

U heeft wel de 'JP Balkenende Award' op uw schoorsteenmantel staan.

"Dat ging om publicaties waarin ik juist kritisch was over de lijn van het CDA en de zorg. Maar het gaat mij erom dat je in dit soort discussie nogal eens wordt weggezet vanwege je religieuze achtergrond wanneer je bedenkingen toont. Alsof ik geen goede argumenten aandraag. Dat geldt ook voor het betoog dat wie het lijden afschaft, ook het goede van het leven doet verdwijnen."

Ik moet het uw tegenstanders nageven: dat klinkt best calvinistisch.

"Ik wijs er in het boek op dat er een lange filosofische stroming is die hetzelfde zegt. Dat begon al voor de opkomst van het christendom, met destoïcijnen. En ook naast het christendom hoorde je dat soort geluiden. Neem Nietzsche, ook die zei 'voluit leven is ook voluit lijden'. Ik vind daar we daarover moeten nadenken. Reflectie. Het is goed mogelijk dat wanneer we de diepte uit het lijden wegnemen, we ook de vreugde uit het leven halen."

Wie is Gerard Adelaar

Gerard Adelaar (34) studeerde politieke wetenschappen in Leiden. Hij was actief voor het CDJA en een jaar fractiemedewerker van het CDA in de Tweede Kamer. Hij publiceerde diverse artikelen over gezondheidszorg.

Drie jaar geleden ontving hij de 'Balkenende Award' die het CDA uitlooft voor bijdragen aan het gedachtegoed van de christen-democraten. Tegenwoordig werkt hij bij een bureau voor managementondersteuning in de zorg. Adelaar is getrouwd en heeft twee kinderen.

Gerard Adelaar: 'De onverbeterlijke mens. Reflecties op medicalisering'. Uitgeverij Klement, 176 p., € 19,99.

Beeld x
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden