Niet leuk om nu als arts te werken in het wielrennen

VALKENBURG - Het gesprek begint net een beetje op gang te komen, wanneer de gsm van Lon Schattenberg aanslaat. De gemoedstoestand van de beminnelijke Limburgse arts, voorzitter van de nieuw ingestelde UCI-commissie veiligheid en voorwaarden om verantwoord wielersport te bedrijven en lid van de medische- en de dopingcommissie van de wereldbond, verandert op slag. Het gezicht transformeert in een palet van ontzetting, verbijstering, ingehouden woede en machteloosheid.

Aan de andere kant van de lijn hangt een journalist van de Franse krant Libération. Hij heeft een door Schattenberg ondertekende brief in handen gekregen, waarin die aankondigt diuretica (zeg maar: plaspillen) te zullen toevoegen aan de lijst van verboden middelen. Ook maakt hij melding van het voornemen dat een coureur binnen twintig minuten na de verwittiging beschikbaar moet zijn voor het ondergaan van een gezondheidsonderzoek, bedoeld om de hematocriete waarde van het bloed te meten.

Schattenberg legt in de brief uit dat een aanscherping nodig is om te voorkomen dat de kwaadwillende renner op kunstmatige wijze de bloeddikte terugbrengt tot vijftig procent. De collega van Libération beschuldigt Schattenberg ervan sporters een vrijgeleide te hebben gegegen om met de waarheid op de loop te gaan. Zo geduldig en ingetogen mogelijk geeft hij zijn visie. Dat het zijn taak als arts is om uit te leggen waarom de UCI maatregelen aanscherpt en nuanceert. “Ik word er zo moedeloos van”, verzucht hij na het telefoontje, dat het toch al niet altijd even prettige gesprek onderbreekt. “We hebben het nergens anders meer over. De Amerikanen zitten met Monica Lewinsky, voor ons is er kennelijks niets belangrijkers dan doping. We doen allemaal mee aan die hysterie, het gaat van kwaad tot erger.”

De geduldige uitleg aan Libération werpt niet zijn vruchten af. De krant pakte donderdag uit met een fors verhaal waarin Franse instituties schande spreken van de inhoud van de brief. De UCI haast zich in een perscommuniqué te verklaren dat ze zich distantieert van het 'insinuerende' artikel. “Mijn stemming lijdt eronder”, laat Schattenberg zijn licht schijnen op een tak van sport, die sinds de aanhouding van Festina-verzorger Willy Voet compleet in ongerede is geraakt. “Het is momenteel niet leuk om als arts werkzaam te zijn in het wielrennen. Ik vergelijk het met een ziekenhuis. Het is veel mooier om te werken op een afdeling waar kindjes worden geboren. Maar er is ook een andere afdeling, daar waar terminale kankerpatiënten liggen. Dat is bedrukkend, daar ga je mee naar huis, daar slaap je wel eens niet van. Maar het hoort bij de verantwoordelijkheden die je als arts hebt. Het is je taak om te zoeken naar wegen om mensen beter te maken. In de wielersport zijn de gezondheidsonderzoeken een realistische stap daartoe.”

Iedereen schiet op het machteloze grote wild. De publieke opinie, maar ook Jeannie Longo en voorzitter Baal van de Franse wielerbond die de dopingcontroles door de oneindige traagheid waarmee procedures worden afgewikkeld een farce vindt. Daardoor ontaardt het cyclisme in “een heel dubieuze sport”. “Iedereen is er schuld aan”, oordeelt Schattenberg. “De journalisten ook. Bij iedere topprestatie wordt van de winnaar gezegd dat hij wel zal hebben gebruikt. Bij sporters zelf heerst eveneens een groot onderling wantrouwen.” Los daarvan stapelen de schandalen en affaires zich op.

Het systematische Epo-netwerk dat als basis diende om van Festina de beste ploeg ter wereld te maken, en het bericht dat de Zwitser Mauro Gianetti het afgelopen voorjaar ten gevolge van het nieuwste, ook niet te traceren groeihormoon PFC enkele dagen in coma heeft gelegen, zijn gruwelijke getuigenissen van wat wel in een bij voorbaat verloren wedloop tegen de dood moet uitdraaien. Schattenberg strijdt tegen dit snel aanzwellende kankergezwel, maar voelt zich een Don Quichot. “In de toekomst, ook naar het jaar 3000 toe, zullen stoffen en methoden niet detecteerbaar zijn en dus worden ze gebruikt om mee te frauderen. Wie dat niet ziet, is niet thuis in deze materie. Na Epo en PFC zullen nog vele andere stoffen volgen. De Epo's en de groeihormonen kunnen zonder enige limiet worden gebruikt.

Met anabolen zul je ooit tegen de lamp lopen, omdat daarvoor zeer effectieve opsporingstechnieken bestaan. Epo is daarom zo gevaarlijk, omdat er niets tegen te doen is. Je krijgt er geen dikke kop van. Het enige wat je kunt doen is de manipulatiebreedte van het hematocriet terug te brengen van 65 naar 50. Daarmee is niet gezegd dat de UCI het gebruik van Epo heeft gelegaliseerd. Iemand die op een andere manier aangeeft deze vorm van dope te hebben gebruikt, gaat onherroepelijk voor de bijl. We kunnen echter niet anders dan een limiet stellen. Je kunt ook niet zeggen dat je slechts met een alcoholpromillage van 0,0 achter het stuur mag zitten. Er zijn mensen die door het eten van een bosje radijsjes al alcohol aanmaken.''

De UCI kan het dopingprobleem niet oplossen, stelt Schattenberg. Ze kan zelfs niet het topje van de ijsberg afschrapen. Daarvoor heeft de wereldwielerbond, net als alle andere internationale sportkoepels, de steun van justitie nodig. Dat de Franse politie naar aanleiding van de Epo-vangst in de auto van Voet heeft ingegrepen in de Tour de France, juicht de Limburgse arts van harte toe. “Ik zou willen dat alle landen in Europa zo'n wetgeving hebben als de Franse. Je kunt de regeringen alleen niet dwingen.”

Maar het kwaad is onuitroeibaar. En het wielrennen zal waarschijnlijk moeten leren leven met het imago dat het een tijdbom-sport is. “Niet alle renners zijn slikkers. En als er zondaars zijn, is het ook weer niet zo dat die slechterikken alleen in het wielrennen rondlopen. De grote bonden die nooit controles houden, hebben nul problemen. Logisch. Wij hebben de naam. En het is waar, er zaten heel wat dopinggeduide middelen in de auto van Voet. En ik word, omdat ik in de wielersport werkzaam ben, geassocieerd met artsen die buiten hun boekje zijn gegaan. Ik hoorde zonet iemand zeggen: artsen zijn smeerlappen. Die artsen die door ploegen in dienst zijn genomen, lopen daar niet rond om schilderijen op te hangen. Die brengen hun vakkennis in. Maar dat pleit ploegleiders niet vrij. Zo'n Roussel (van Festina - red) weet van de hoed en de rand, hij heeft er zelf aan meebetaald. Ik wil de gedragingen van sommige artsen ook niet goedpraten, maar de situatie zou nog erger zijn als er intern geen controles plaatsvinden. Slechts weinig sporters zijn zo bevoorrecht dat ze er een eigen medische begeleider op nahouden. De rest koopt het spul zo op de zwarte markt. Daar gelden geen beperkingen.”

De strijd is daarom niet te winnen, weet Schattenberg, omdat sporters zich niet bewust zijn van de schade die het gebruik van niet op te sporen groeihormonen aanbrengt in een menselijk lichaam. Schokkend noemt hij de uitkomsten van een Amerikaans onderzoek onder 198 atleten, die in 1996 deelnamen aan de Olympische Spelen van Atlanta. Zij werden voor een op het oog logische keus gesteld: oud worden en gezond blijven zonder een gouden medaille te winnen, of gefêteerd worden als een kampioen, waaraan het prijskaartje van een vroege dood hangt. Slechts drie kozen voor de eerste optie. “Dat is kassa voor de zwarthandelaren”, reageert Schattenberg.

“Ik vind het een ernstig vergrijp als je PFC en andere groeihormonen produceert. De handel erin vind ik nog veel ernstiger. Maar als sportorganisatie kun je er niets aan doen. Voorlichting helpt al helemaal niet. We hebben wel een boekwerkje gemaakt waarin de bijwerkingen staan opgesomd, maar dat soort initiatieven haalt niets uit.” Hij verwerpt de suggestie om Gianetti als 'model' te gebruiken. “Ik kan niet zeggen: ik heb hier iemand liggen die PFC heeft gebruikt. Daar rust een medisch geheim op. Alleen justitie heeft de bevoegdheid daarmee naar buiten te treden.” En de brug die recent tussen de dood van ex-atlete Griffith en vermeend dopinggebruik werd geslagen, doet hem helemaal koken van woede. “Het is crimineel om te beweren als je het niet bewijzen kunt. Het is van de zotte dat een Duitse arts beweerde sectie op het lichaam toe te passen, om eventueel na te gaan of ze tien jaar geleden dope heeft gebruikt. Waar ben je dan in Godsnaam mee bezig?”

De UCI doet wat het kan. Vanaf het komende seizoen worden alle profwielrenners aan vier jaarlijkse gezondheidstests onderworpen. De bond neemt onafhankelijke artsen in dienst om hun bij ploegen werkzame collega's te controleren. Die medici worden op hun beurt verantwoordelijk gehouden voor het lichamelijke welzijn van hun renners. Begin deze week is een werkgroep geformeerd die geld moet fourneren voor de bestrijding van doping. Van renners wordt een bijdrage van twee procent van hun premie-inkomsten gevraagd. Het opsporen van groeihormonen zou een stuk gemakkelijker worden, wanneer de farmaceutische industrie de verplichting krijgt opgelegd om Epo, PFC en al die andere stoffen van een speciale 'marker' te voorzien. “Dat moeten de regeringen doen”, zegt Schattenberg. “Wij kunnen niet naar La Roche gaan. Je praat dan over miljoenen. Dat is voor de UCI onbetaalbaar.”

Met de kritiek van Baal, naast voorzitter van de Franse wielerbond ook vice-president van de UCI, kan de Limburger niet veel. Hoe kan de man de dopingcommissie van zijn bond traagheid verwijten als ene Moreau, die eind maart positief werd bevonden, straffeloos mee kan fietsen in de Tour de France, tot hij als medeplichtige in het Festina-complot werd ontmaskerd? Omdat de Franse wet vermeende dopingzondaars in staat stelt talloze hoven van appel af te lopen, voordat er een finale oordeel wordt geveld. Het is ook niet denkbeeldig dat de justitie in dat land in de Tour de France van 1999 opnieuw ploegauto's gaat controleren op het transport van geneesmiddelen. “Omdat” weet Schattenberg, “het in Frankrijk verboden is producten te gebruiken die niet in dat land staan geregistreerd. Je kunt echter moeilijk verwachten dat een buitenlandse ploeg na de grenspassage ter plekke geneesmiddelen gaat kopen.”

Schattenberg heeft de Franse justitie schriftelijk om richtlijnen gevraagd. “Ik wacht nog op antwoord, maar heb formeel de verzekering gekregen dat het geen probleem is om bepaalde geneesmiddelen - ik praat dan niet over doping - in beperkte hoeveelheden in te voeren. Als het maar in het koffertje van de arts zit en niet in een doos tussen de fietsen. Want zo ging het altijd, de soigneurs flikkerden het altijd maar achter in de auto.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden