Niet langer Latijn, maar Diets

Eindelijk krijgen deze middeleeuwers vlees op de botten. Je ziet ze voor je: Jan Moritoen, van het Egidiuslied, en zelfs de altijd wat schimmige Ruusbroec

Wie denkt dat de middeleeuwse letteren saai en dor zijn, houdt niet van lezen of heeft slecht literatuuronderwijs gehad. Het kan natuurlijk zowel het een als het ander zijn, want bij gemankeerde lezers is er meestal geen leraar of mentor aan te pas gekomen om de leeswoede te laten ontbranden. Al wat nodig is om de Middeleeuwen dichterbij te brengen, zijn mooi hertaalde en aantrekkelijk ingeleide versies van Karel ende Elegast, Reinaart de Vos, de Arthurromans en andere kroonjuwelen. Laat die vervolgens oplichten in een enthousiasmerend geschreven totaaloverzicht, en het feest kan beginnen.

Eigenlijk begon het feest zeven jaar geleden al, toen als eerste deel in een nieuwe geschiedenis van de Nederlandstalige literatuur Frits van Oostroms 'Stemmen op schrift' verscheen. Met levendige kleuren werd in dat boek een panorama geschilderd dat zich over ruim twee eeuwen uitstrekt, van het beroemde penneprobeersel 'Hebban olla vogala' tot de imposante figuur van de romancier, pamfletschrijver en encyclopedist Jacob van Maerlant. Even zwierig als beheerst wist Van Oostrom een lijvige bibliotheek aan wetenschappelijke kennis te filteren op relevante informatie, om die aan te vullen met eigen vondsten en bevindingen.

'Stemmen op schrift' liep tot 1300. De jaren tussen 1400 en 1560 kwamen aan bod in het derde deel van de reeks, geschreven door Van Oostroms evenknie Herman Pleij. Ertussen lag het gat van de veertiende eeuw. Niet het meest geliefde tijdvak onder Nederlandse en Vlaamse literatuurgeschiedschrijvers. Zij kijken er doorgaans tegen aan als een periode van stilstand, en op z'n best als een niet al te interessante overgangstijd. Met de ridderroman is het dan zo goed als gedaan, en wat op de braakliggende akkers opbloeit zijn vooral de stichtende en moraliserende genres. Knuvelder, als literatuurhistoricus Van Oostroms onmiddellijke voorganger, was daarom van mening dat de letterkundige productie van de veertiende eeuw achterbleef bij de architectuur en de beeldende kunst.

Aan Van Oostrom dus de niet erg dankbare taak om in 'Wereld in woorden' winkeldochters aan de man te brengen. Laat ik meteen maar zeggen dat hij zich daar meesterlijk van heeft gekweten. Hij is op z'n best in de uitvoerige en met veel inleving geschreven profielen van hoofdrolspelers, als daar zijn de voordrachtskunstenaar Willem van Hildegaersberch, Jan Moritoen, de dichter van het klassiek geworden Egidiuslied, en de anonieme monnik die pionierswerk verrichtte door de complete Bijbel en aanverwante geschriften in het Nederlands te vertalen.

Uit het eerste deel van Van Oostroms tweeluik staat me nog levendig het portret van de Brabantse mystica Hadewych voor de geest. Dat krijgt nu een pendant in een fraai stuk over Jan van Ruusbroec, de Brusselse kapelaan die met een kleine schare volgelingen de wereld de rug toekeerde, om zich in de door hem gestichte leefgemeenschap Groenendaal niet alleen te wijden aan contemplatie, maar ook aan noeste arbeid. Het was letterlijk 'bid en werk' wat daar gold. Ruusbroec maakte er een punt van om hemels verlangen en aards bestaan met elkaar in evenwicht te houden. Met de vele versies van zijn boek 'De geestelijke bruiloft' werd hij (naast Anne Frank) de meest vertaalde auteur van de Lage Landen.

Vanwege de nadruk op zijn esoterische speculaties bleef Ruusbroec voor mij altijd een wat schimmige figuur. Van Oostrom heeft van dit standbeeld een levend mens gemaakt, zoals hem dat eerder lukte bij Maerlant.

De in 1909 zalig verklaarde mysticus krijgt vlees aan de botten nu hij wordt neergezet in zijn Groenendaalse omgeving, die niet alleen met veel kennis van zaken wordt opgeroepen, maar ook met de nodige verbeeldingskracht. We leren hem kennen als een zachtmoedig, gastvrij en bescheiden man, die gewapend met schrijfgerei de natuur introk wanneer hij voelde dat de Heilige Geest vaardig over hem werd.

Toen hij werd geconfronteerd werd met de vraag waarom hij zo weinig vrees koesterde voor de hel en zo sterk vertrouwde op Gods barmhartigheid, antwoordde hij dat de enige ware vrees eruit bestond God verdriet te doen.

Minstens zo levendig laat Van Oostrom Groenendaals 'goede kok' Jan van Leeuwen verrijzen.

Nadat deze ongeletterde man, type ruwe bolkster blanke pit, bij zijn meester eenmaal lezen en schrijven had geleerd, pende hij het ene traktaat na het andere neer, in een stijl en een betoogtrant die eerder passen bij een straatvechter en een betweter dan bij een ingekeerde godzoeker. "Als hij zo kookte als hij schreef, moet het in Groenendaal alle dagen surprisemenu hebben gegeven", merkt Van Oostrom op. "Misschien moest de kok wel te vaak wisselen tussen pollepel en pen." Je ziet het voor je.

Van Oostrom prijst Jan van Leeuwen om zijn puntigheid. Zelf kan hij er ook wat van. In een passage over de veronachtzaamde rijkdom die valt aan te treffen in verzamelhandschriften met spreekwoorden, raadsels en grappen, noteert hij: "De literatuurgeschiedenis determineert nu liever orchideeën dan dat zij knielt tussen de klaver. Dicht bij de grond bevindt zich ook de straat, en veel van het kleingoed lijkt gegrepen uit het volle leven."

Een ander karakteristiek trekje in Van Oostroms stijl is de neiging om knipogend gevleugelde frases uit de eigentijdse Nederlandse literatuur te recyclen, onverschillig of ze nu van J.C. Bloem of Lucebert afkomstig zijn.

Zelfs zijn titel, 'Wereld in woorden', is een ontlening. Hij werd al gebruikt door de Leidse hoogleraar S. Dresden voor een studie over de moderne romankunst. Ook zo wordt er een brug geslagen tussen de Middeleeuwen en het hier en nu.

In zijn behandeling van Ruusbroec en andere spirituele vernieuwers legt Van Oostrom een sterk accent op het emanciperende gehalte van hun werk.

Ze schreven niet in het Latijn maar in de volkstaal, en demonstreerden daarmee dat ze zich niet exclusief wilden richten tot de kleine kring van godgeleerde geestelijken, maar tot een veel breder gehoor. Daarmee zetten ze een eerste stap in de richting van het onomkeerbare proces dat twee eeuwen later met de Reformatie zijn climax zou bereiken. Ruusbroecs nadruk op de directe relatie van de gelovige met God, zijn voorkeur voor gevoel en ervaring boven dogma en ritueel, en zijn onverholen kritiek op allerlei misstanden in de kerk sluiten daarbij aan.

Wat later ging de door Ruusbroec gestimuleerde Geert Grote, initiatiefnemer van een beweging die bekendstaat als de Moderne Devotie, eenzelfde weg.

Emancipatieis het overkoepelende thema van 'Wereld in woorden'. De drang naar vrijheid en ontplooiing, en dus ook naar onderwijs, geletterdheid en de productie en distributie van - toen nog handgeschreven - boeken in het Diets, dat wil zeggen de volkstaal, manifesteerde zich bij uitstek in de steden.

Juist in deze periode beleefden die hun expansie, economisch, politiek en sociaal. Brugge, knooppunt van handelswegen naar noord, zuid en oost (toen in 1492 het westen was ontdekt, begon het Zwin, Brugge's toegang naar de zee, dicht te slibben), groeide uit tot een kosmopolitische metropool met bijna vijftigduizend inwoners en een mengelmoes van talen. Geen wonder dat ook de kunst en de literatuur er tot grote bloei kwamen, zoals dat later in Amsterdam het geval zou zijn.

Aan de onstuitbare opkomst van die even burgerlijke als vrijzinnige cultuur besteedt Van Oostrom ruime aandacht in de apotheose van zijn boek, die gewijd is aan het uit Brugge stammende Gruuthusehandschrift (dat in 2007 voor grof geld van particulier Vlaams bezit overging naar de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag, tot verdriet van onze letterlievende zuiderburen).

Dat manuscript bevat de tekst van een aantal liederen en gedichten, afkomstig uit een lokale kring van dichters, zangers en muzikanten, die wel wat weg heeft van het tienkoppige gezelschap jongelingen dat zich in Boccaccio's 'Decamerone' vermaakt met elkaar verhalen te vertellen. In Brugge legden ze zich groepsgewijs toe op een even kleinschalig als verfijnd genre, nu eens licht en vrolijk ('Alouette, voghel clein'), dan weer honend en denigrerend ('Wi willen van den kerels zinghen, / Si sijn van quader aert'), maar niet te vergeten ook wel van een diepe, zwaarmoedige ernst ('Egidius, waer bestu bleven?'). Het is niet de minst geslaagde kunstgreep in Van Oostroms indrukwekkende boek om zo te eindigen, met een slotakkoord dat is afgestemd op de hoogstaande kleinkunst van Jan Moritoen en de zijnen.

Jaap Goedegebuure

Frits van Oostrom: Wereld in woorden. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1300-1400. Prometheus, Amsterdam; 6oo blz. € 35 (paperback, introductieprijs) € 45 (gebonden, introductieprijs)

Op dit handschrift, nog wel in het Latijn, zien we hoe pestslachtoffers in een massagraf worden gelegd.

Frits van Oostrom geldt als de vooraanstaandste specialist op het gebied van de Nederlandstalige literatuur tussen 1100 en 1400. Zijn loopbaan is geplaveid met onderscheidingen en eerbewijzen. Na een bekroond proefschrift over de ridderroman 'Lantsloot vander Haghedochte' werd hij in 1982, negenentwintig jaar jong, benoemd tot hoogleraar aan de Leidse universiteit. Daarna publiceerde hij de eveneens gelauwerde studie 'Het woord van eer' (1987) over de hofcultuur in het veertiende-eeuwse Den Haag, de biografie van Jacob van Maerlant (1996) waarvoor hij de AKO-prijs kreeg, en 'Stemmen op schrift' (2006), een literatuurgeschiedenis van de periode 1100-1300. Voor zijn wetenschappelijk werk tot dan toe kreeg hij in 1995 de Spinozaprijs.

Van Oostrom was gasthoogleraar aan Harvard University, president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en voorzitter van de commissie die de canon van Nederland vaststelde. Sinds 2002 geniet hij als Utrechts universiteitshoogleraar een bijzondere status. De Katholieke Universiteit Brussel en de Universiteit Antwerpen verleenden hem eredoctoraten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden