Niet langer alleen een sterveling

Willem Jan Otten beschouwt films over onmogelijke keuzes. Vandaag: 'Le Refuge' (François Ozon), over dood en geboorte.

Dichter en essayist Willem Jan Otten (1955) ontving voor zijn beschouwend proza de P.C.Hooftprijs.

Johan van der Keuken heeft eens gezegd dat het geen kunst is om sterven en dood te filmen - veel moeilijker is het om begin te filmen. Geboorte. Hij zei dit (de precieze formulering kan ik niet vinden) toen hij, wetend dat hij zelf stervende was, werkte aan zijn laatste film die hij de prachtige titel 'De grote vakantie' heeft gegeven.

Dit wordt geschreven daags nadat er een foto is gemaakt van mijn bijna negentigjarige moeder die een pasgeborene in haar armen houdt - haar eerste achterkleinkind, dochtertje van mijn zoon, die ook de foto heeft gemaakt. Er is aan de foto niets bijzonders, afgedrukt in de krant zou hij geen enkele informatieve waarde bezitten. Zowel de baby als de hoogbejaarde staat, om zo te zeggen, in het enkelvoud, zoals op een kiekje welbeschouwd iedereen. En toch is er iets begoochelends te zien. Want wie is hier op deze foto precies de boreling?

Het is ongetwijfeld een van de grootste eigenaardigheden van de taal dat zij mensen volautomatisch stervelingen noemt. Zelfs mijn inmiddels drieweekse kleinkind is een sterveling, terwijl haar overgrootmoeder al lang niet meer als boreling wordt gezien. En toch is zij dat. En haar achterkleinkind zal nog altijd boreling zijn als zij, in 2106, zo de voorzienigheid hier in voorziet, haar achterkleinkind in de armen krijgt gelegd.

Ik bedoel: geen sterveling houdt op met ooit geboren te zijn. Zelfs van onze gestorvenen is hun geboorte een groter, en oneindig veel moeilijker te beseffen raadsel dan hun sterfelijkheid. Volgens Hannah Arendt zou nataliteit voor begrip van ons bewustzijn en ons handelen dan ook van doorslaggevender betekenis moeten zijn dan mortaliteit. Er gaat een binnenstebuiten kerende kracht uit van dit denkbeeld, opgekomen in een kinderloze denker in haar nadagen, de enige filosoof die in haar stervensbegoochelde eeuw met zoveel woorden heeft durven beweren dat geboorte uitgangspunt van een filosoferend bestaan zou moeten zijn.

De naam van de Franse filmer François Ozon is beslist niet de eerste die je te binnen schiet als je, in de adventstijd, op zoek bent naar een film waarin geboren wordt veeleer dan gestorven.

Momenteel draait zijn laatste film, 'Frantz',

in de filmhuizen - een oogstrelende, bijna klassieke inleving in de rouw van een jonge Duitse wier verloofde tijdens de Slag om de Marne (1918) is omgekomen. Het is een meesterlijke vertelling, waarin het onmogelijke gebeurt: ze wordt verliefd op de Franse soldaat die haar verloofde heeft gedood. Maar wat er allemaal ook gebeurt: geboren wordt er in deze film niet.

Ozon is van 1967. Hij was een verbazingwekkend vroegrijp talent, een wonderkind, een enfant terrible, een rücksichtslose, vaak provocerende realist met een productie die deed denken aan die van Rainer Fassbinder.

Zijn formatieve jaren als cineast vielen in de jaren tachtig - de duistere jaren van de aidsepidemie, toen seks en dood een monsterlijk huwelijk sloten. Het was het einde van de Seksuele Revolutie, maar niet van de seksualisering: wat, dankzij veilige seks, bevrijding had gebracht werd steeds meer beschouwd in termen van dwangmatigheid en verslaving. "Veilige seks is de gevaarlijkste vorm van seks", zou Roger Scruton een decennium later schrijven.

In Ozons werk paart seksuele opwinding zich dan ook aan doodsverlangen; doodsverachting aan begeerte. Ozons personages zijn bijna altijd zelfdestructief, afgrondzoekend, intimiteitmijdend. Het zijn studies in eenzaamheid, niet uit zonde- of schaamtebesef, maar bijna altijd uit een ervaring van verraad, van diepe verlatenheid. Niet zelden zijn de hoofdpersonen homoseksueel (een woord dat in dit oeuvre uiterst zelden valt), maar Ozon maakt geen 'emancipatorische films' om te laten zien hoe gewoon homoseksualiteit is, maar hij grijpt seksualiteit aan om te laten zien hoe verloren mensen kunnen zijn. Seks is bij hem, hoe steaming soms ook, nooit bevrijdend, en al evenmin troostend. Het is heel moeilijk om de mengeling van radeloosheid en opwinding te vangen die Ozons seksscènes kenmerkt; nog moeilijker is het om te beschrijven hoe het mogelijk is dat je vervuld raakt met deernis, alsof je een mislukking bijwoont, wanhopig falen. Ozon is een van de zeldzamen die uit expliciete seks impliciet verdriet weten te slaan, als vuur uit stenen.

'Le Refuge' (2009) is bedoeld als deel van wat hij zelf zijn 'drieluik van de rouw' heeft genoemd. Daarvan is het eerste deel de meest succesvolle geworden: 'Sous le Sable', de film uit 2000 die Charlotte Rampling, toen halverwege de 50 en op weg een vergeten legende te worden, een tweede acteursleven heeft bezorgd. Ze speelde een (kinderloze) vrouw die de onherroepelijke vermissing van haar man onder ogen weigert te komen. Het wordt in de loop van de handeling steeds duidelijker dat de echtgenoot willens de zee in is gelopen - dat het een weigering van liefde, van leven, van leven met haar, is geweest. En haar weigering dit onder ogen te komen wordt door Ozon op een surrealistische manier letterlijk genomen: de vermiste vergezelt Rampling voortdurend, ook wanneer zij, in rouwende vertwijfeling, seks heeft met een nieuwe man.

Het tweede luik wordt gevormd door 'Le Temps qui Reste' (2005), waarin we de laatste maanden meemaken van een jonge man, een twintiger die na het vernemen van zijn doodvonnis in de vorm van een kankerdiagnose, onbehandeld de laatste ronde maakt langs zijn familie en vrienden - zonder aan wie dan ook te vertellen wat zijn lot is. Het klinkt als een draak; het is een sterke, raadselachtige karakterstudie, van een man, Romain, die op de vlucht is voor wat hij zoekt. François Ozon doet iets onmogelijks: hij maakt dat je gaat houden van iemand die een spoor van verbijsterd verdriet achterlaat. Zoals wanneer Romain heftige seks heeft met zijn vriend alvorens hem, zonder een woord te zeggen over de terminale toestand waarin hij is komen te verkeren, abrupt en zonder afscheid te nemen voor altijd verlaat. Het is een rücksichtslos vergrijp tegen de liefde, en tegelijkertijd besef je dat Romain weet dat er van hem gehouden wordt. Dat is de hele crux, geloof ik, de suïcidale klem van iemand die, de dood zoekend, de affectie van de levenden, de intimiteit van hun verdriet moet afwijzen. Want het is niet voldoende om te zeggen dat Romain stervende is - hij zoekt al stervende de dood.

De enige aan wie hij wel zijn lot prijsgeeft, is zijn grootmoeder, 'want jij staat er even dicht bij als ik'. Ze wordt door Jeanne Moreau gespeeld. Ze blijkt een zielsverwant te zijn, ze vertelt, als een biecht, hoe ze na de dood van haar man haar enig kind - Romains vader - heeft verlaten 'om mijn eigen geluk te zoeken'. Romains huilbui hier spreekt boekdelen, je beseft dat verlaten en verlaten zijn, afwijzen en afgewezen zijn, wensen en gewenst zijn onlosmakelijk samenhangen. Later op de avond kruipt hij bij zijn naakte grootmoeder in bed. En je begint te begrijpen wat Ozon met 'rouw' bedoelt. Dat is de ervaring van diepe verlatenheid die Romain al kende voor hij zijn vonnis te horen kreeg, en die hem de grootste pijn bezorgt op het moment dat er intimiteit en overgave dreigt. Een pijn die hij met zo anoniem mogelijke, transgressionele seks bezweert, met roes, verdovende middelen.

Ziedaar de homo ozoniensis - gevoelig en gepantserd, zielsbang en op het koppige af ontroostbaar, en steeds is het raadsel dat de film die hem of haar portretteert nooit cynisch is. Nooit ostentatief hardvochtig genadeloos, zoals zo dikwijls in het machistischer werk van Fassbinder of Von Trier. 'Le Temps qui Reste' eindigt met het sterven van Romain, op een strand, temidden van zonovergoten, druistige badgasten. Het woordenloze shot duurt lang, net zo lang tot de badgasten in de avondschemering naar huis zijn afgedropen en Romain onopgemerkt alleen en voor altijd bewegingloos in zijn zwembroek op het strand ligt.

De scène, of beter: het tafereel, is een van de heel gedenkwaardige singletrackers van de 21ste-eeuwse cinema. Hij weerspreekt Johan van der Keukens opmerking, dat het geen kunst zou zijn om sterven te filmen. Toch haalt Van der Keuken zijn gelijk als je je herinnert dat je vlak voor de slotscène een jongetje - in wie je Romain als kind kon herkennen - hem om zijn bal hebt zien vragen. De blikwisseling en de glimlach is er onmiskenbaar een van verzoening, niet met de dood, maar met het leven, met het verlaten kind dat onder de film bedolven is geweest als onder een lawine. Om dit zeldzaam tedere beeld draait de film tenslotte - om het vangen van begin, van hoe het begonnen is. Sterveling wordt boreling, en sterft als boreling.

Het derde deel van het 'drieluik van de rouw' heet 'Le Refuge' en gaat over een drugsverslaafd meisje dat, na de dood door overdosis van haar vriend, ontdekt dat ze zwanger is van de gestorvene.

Ik heb de film kort voor zijn uitbreng in 2009 voor het eerst gezien, en meteen op mijn lijst Wordt Herkauwd gezet. Alle films van deze reeks (en van de drie voorgaande reeksen) staan op deze lijst, die in ongeveer hetzelfde tempo aangroeit als dat hij, per herkauwing, slinkt. Je zou kunnen zeggen: elke film die op het lijstje Wordt Herkauwd terechtkomt heeft zich per definitie gedragen als een verwekking. Ik verliet de bioscoop (vrijwel altijd wordt de klap in een zaal uitgedeeld) om zo te zeggen bevrucht. De vraag was niet: wat vind ik ervan (al behoor ik, vrees ik, tot de bioscoopverlaters die ogenblikkelijk beginnen te tetteren, alsof ze weten wat ze er van vinden - deze tettergeneigdheid, die me soms zelfs het tegenovergestelde doet uitkramen van wat ik dan eigenlijk al weet wat mijn eigenlijke waardering gaat worden, is de reden waarom ik een waardeloze recensent zou zijn), maar: wat gaat de film met me doen. En in het geval van 'Le Réfuge' wist ik, ondanks mijn getetter, dat er minstens drie scènes waren geweest die bezig waren zich te nestelen in het koekoeksnest van mijn geheugen.

De ene scène was die waarin we zien dat het zwangere meisje, Mousse, besluit om het kind te houden, nadat er op haar ingepraat is door de moeder van haar gestorven vriend (voor haar is abortus even vanzelfsprekend als de te late leg verlaten voor septemberzwaluwen). Deze schoonmoeder had Mousse er even tevoren van beticht de schuld te zijn van diens heroïneverslaving.

Een andere nestelscène was die waarin Mousse, inmiddels in de zesde maand, naar bed gaat met een onbekende, een keurige huisvader, die op zwanger valt. Keurige huisvaders, daar is Ozon een specialist in. En in het filmen van de ontreddering in het gelaat van iemand die ontdekt dat er troost van hem wordt gevraagd - en het, zijns ondanks, biedt.

De derde scène was de een na laatste van de film - het moment waarop Mousse, vlak na de bevalling, haar pasgeborene in het ziekenhuis achterlaat en de stad in verdwijnt. (Waarschuwing voor spoiler-alert-verslaafden: de spanning van een herkauwfilm is nooit afhankelijk van de afloop - voorkennis daarvan vergroot juist de betrokkenheid, net als bij, zeg, Tsjechows 'Drie zusters', op voorhand weten dat ze nooit naar Moskou zullen gaan.)

Het kind dat in 'Le Refuge' geboren wordt is, zoals dat van oudsher heet, ongewenst. Dat wil zeggen: het is het gevolg van wat sinds de Seksuele Revolutie 'onveilige seks' is gaan heten. Het is de vrucht van de radeloze woestijnpromiscuïteit van twee verslaafden. Mousse hoort pas van het bestaan ervan nadat wij, in de openingsscène, gezien hebben hoe Louis, de verwekker, zichzelf dood heeft gespoten. Enkele uren eerder heeft hij zichzelf en Mousse een eerste shot gegeven - en Ozon zou Ozon niet zijn als het er niet als een sterfzieke liefdesscène had uitgezien, een vereniging in suïcidale vergetelheid. De film begint alsof er nooit een verhaal op zal volgen.

Toch komt er een kind van, de vrucht van zelfmoord. Het komt ervan omdat Mousse het gedurende een sprakeloze close-up besluit het te houden, en je beseft dat als ze het weg had laten maken, alles alsnog zelfmoord zou zijn geweest. Als er één film 'tegen beter weten in' is gemaakt, dan deze van Ozon - en er zullen weinig toeschouwers zijn die hun hart niet vasthouden als Mousse wegbeent, de film in - die een ontroerende wending in petto heeft. Het houden en dragen van het kind - dat de gestorvene doet leven, en van de broer van de gestorvene een vader maakt (tijdens een bijna schokkend tedere liefdesscène die je doet beseffen hoe grondeloos de kinderwens van een kinderloze kan zijn) - is het verhaal van Mousse's rouw. Ze zal het baren, en al wordt ze de moeder niet, ze is, zo durf je te hopen tijdens de aftiteling, niet langer alleen sterveling, maar geboren.

Kijk en bespreek de film

Dichter en essayist Willem Jan Otten belicht in Letter&Geest maandelijks een film over onmogelijke keuzes. Deze film-tegen-beter-weten-in is daarna te zien in De Balie. Daar bespreekt Otten de film na met een gast.

Wanneer? 'Le Refuge' is te zien op dinsdag 13 december, 20 u. Gast is schrijver Stephan Sanders.

Waar? De Balie, Kleine-Gartmanplantsoen 10 (Leidseplein),

Amsterdam.

Kaarten? Trouwlezers betalen geen euro10, maar euro8 per film. Voorkom teleurstelling en reserveer via www. trouw.nl/exclusief, of bel: 020-5535100

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden