Beeld Jörgen Caris

Column

‘Niet gillen’ is een prima regel, tenzij iemand je wil ontvoeren

Meerdere malen per dag loop ik met mijn hond door het park. Zou ik ook doen als ik geen hond had, al blijft een man alleen in een park zónder hond altijd een beetje verdacht.

Meteen bij de ingang hangt aan een lantaarnpaal een groot paars bord met daarop in witte letters de tekst: ‘Samen houden wij het park graag leuk voor iedereen.’ Daaronder worden allerlei regels opgesomd, de eerste is: ‘Niet fietsen of brommen.’ Sinds het bord er staat, worden fietsende pubers door oudere bezoekers wel eens verzocht om af te stappen, maar tegen strak voor zich uit kijkende scooterjeugd met bontkragen wordt angstvallig gezwegen.

Aan de andere kant van het park hangen kleinere, groene bordjes, met daarop de stelling: Het park blijft mooi en schoon als iedereen zich aan de spelregels houdt. Ook daaronder weer een aantal regels, de eerste luidt: Niet gillen. Prima regel, denk ik, tenzij iemand je wil ontvoeren.

Regel 2 is: Plassen doe je thuis, waarmee wordt bedoeld: niet in de bosjes. Een vriend van mij wandelt wel eens met me mee en dan zijn we nog maar net in het park of hij heeft zijn apparaat al uit zijn broek gewurmd om eens lekker tegen een boom te gaan sassen. Ik denk dat het ’m een gevoel geeft van één zijn met de natuur. Ik kijk altijd even de andere kant op, alsof ik daar iets zie. Moet hij een grote plas, dan kijk ik heel lang de andere kant op. Volgens het kleine groene bordje is mijn vriend in overtreding, maar niemand zegt er iets van, want hij is een beroemd cabaretier en die ga je als eenvoudige burger natuurlijk niet ter verantwoording roepen.

Naast regels op borden zijn er ongeschreven regels, zo mag je een voorbijganger niet zomaar op zijn bek slaan en is het evenmin toegestaan om al je kleren uit te trekken en oeleboele roepend een rondedans te doen. Er wordt van uitgegaan dat iedereen weet dat dat niet mag, er is geen beginnen aan om overal een bord voor te plaatsen.

Laatst reed ik met mijn vriendin over de Afsluitdijk langs het standbeeld van Cornelis Lely, geestelijk vader van de waterkering. Eigenlijk zouden alle arbeiders die hebben meegeholpen op die manier vereeuwigd moeten worden, zei ze en ik zag het voor me: duizenden standbeelden langs de dertig kilometer lange weg, een voor elke werkman. Geen beginnen aan, maar wel een mooi idee.

Schrijver en dichter Erik Jan Harmens over de prikkels die het druk maken in zijn hoofd, lees hier meer van Erik Jan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden