Niet geld of geloof bepaalt je sociale leven, maar opleiding

Er dreigt een nieuw soort klassenmaatschappij te ontstaan, gebaseerd op opleiding. Tussen lager- en hogeropgeleiden gapen verschillende kloven.

Noem ons uw hoogste diploma en wij zeggen u wie u bent. Hebt u een academische bul, dan heten uw kinderen Floris of Fleur, u kijkt naar de publieke omroep en u leest Trouw, NRC of de Volkskrant. U stemt GroenLinks, D66, PvdA of VVD. Uw kinderen zitten op een lagere school met een bijzondere signatuur en gaan, als het even kan, door naar een categoriaal gymnasium of een lyceum. In de zomer gaat u kamperen in Frankrijk of naar een appartement in Toscane.

Hebt u een lbo- of een mbo-diploma, dan heten uw kinderen Kevin of Kimberly, u kijkt naar SBS6 of RTL en u leest misschien het AD of een lokale krant. U stemt SP of PVV, of u stemt niet. Uw kinderen zitten op een buurtschool en gaan daarna naar een vmbo. In de zomer gaat u naar de stacaravan of met de charter naar Spanje of Turkije.

Kon je vroeger op basis van iemands geloof een groot deel van diens sociale leven en politieke standpunten uittekenen, nu is opleidingsniveau zo'n sociale marker. Dat is een van de de conclusies van ons boek 'Diplomademocratie', bevestigd in het rapport 'Nieuwe ronde, nieuwe kansen' van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO), waarover in Trouw bericht is (o.m. 28 april). Opleiding is de basis van de nieuwe maatschappelijke verzuiling.

Tussen hoger- en lageropgeleiden gapen verschillende soorten kloven. Ten eerste is er een kloof in politieke participatie. Hoger opgeleiden domineren vrijwel alle relevante politieke en maatschappelijke arena's. Meer dan 90 procent van de Tweede Kamerleden heeft een universitaire of een hbo-achtergrond. Dat is niet omdat iedereen naar de universiteit gaat - meer dan 70 procent van de kiezers is nog steeds lager of middelbaar opgeleid. Ook buiten de traditionele politieke organen, zoals bij belangengroepen, burgerpanels, medezeggenschapsraden en inspraakorganen zijn hoogopgeleide burgers oververtegenwoordigd.

Dat zou geen probleem zijn als hoger- en lageropgeleiden dezelfde politieke voorkeuren hadden. Maar met name rond sociaal-culturele kwesties als immigratie, integratie, criminaliteit en Europese eenwording hebben zij verschillende opvattingen. Hoger opgeleiden zijn kosmopolitisch georiënteerd, lager opgeleiden veelal nationalistischer. Hoger opgeleiden willen meer asielzoekers toelaten, zien minder in een strenge aanpak van de criminaliteit en staan positiever tegenover Europa.

Het is ook een kloof in politiek wantrouwen. Er is geen kloof tussen de burger en de politiek, maar tussen burgers onderling. Lager opgeleiden zien politici als praatjesmakers en zakkenvullers en hebben weinig vertrouwen in de overheid. Hoger opgeleiden zijn positiever over de politiek en voelen minder onbehagen over de maatschappij.

Ten slotte is er een maatschappelijke kloof. De ouders van Floris en Fleur en die van Kevin en Kimberly leven steeds meer in gescheiden werelden. Tijdens de verzuiling troffen mensen met verschillende opleidingsniveau's elkaar in de kerk, op school, langs de lijn, bij de vereniging of in het leger. Tegenwoordig komen hoger- en lageropgeleiden elkaar nauwelijks meer tegen. Slechts in twee op de duizend huwelijken trouwt een hoger met een lager opgeleide.

Opleidingsniveau is bepalend voor gezondheid, maatschappelijke positie en welbevinden. Lager opgeleiden zijn vaker werkloos, worden eerder ontslagen en vinden minder makkelijk een nieuwe baan. Lager opgeleiden leven bijna zeven jaar korter dan academici.

Tegen deze achtergrond komt de opkomst van nationalistische partijen, zoals de SP, de LPF, TON en PVV, in een ander licht te staan. Deze partijen trekken vooral wat lager opgeleide kiezers. Ze hebben hen zichtbaar gemaakt in het politieke landschap en hun een stem gegeven. Je kan zelfs zeggen dat het kabinet Rutte-Wilders bij uitstek de agenda van de lager en middelbaar opgeleiden bedient. Euroscepsis, monoculturalisme, law and order voeren de boventoon, terwijl de onderwerpen die voor hoger opgeleiden belangrijk zijn - natuur, milieu, cultuur, ontwikkelingssamenwerking, hoger onderwijs - het zwaar te verduren hebben. Het verbaast dan ook niet dat onder SP- en PVV-stemmers het vertrouwen in de regering is gestegen. Of dat vertrouwen zal blijven en lager opgeleide kiezers zich langdurig beter herkennen in de politieke agenda, is de vraag.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden